Hoofdmenu openen

Jacob Andries van Braam

geboren 26 januari 1771 Chin-Surah, India gestorven 12 mei 1820 Batavia, Nederlands-Indië sekse man rubriek(en) Koloniale en overzeese betrekkingen en handel
De Nederlandse V.O.C.-vestiging in Hoegly (Bengalen) (Hendrik van Schuylenburgh, 1665).

Jacob Andries van Braam (Chin-Surah (Houghly), Brits-Indië, 26 januari 1771 – Batavia, 12 mei 1820) was een Nederlandse opperkoopman en bestuurder in Nederlands-Oostindië.

Hij was telg van het geslacht Van Braam en een zoon van vice-admiraal van Holland en West-Friesland Jacob Pieter van Braam (1737-1803) en Ursula Martha Feith (1751-1780) en huwde in 1800 met Ambrosina Wilhelmina van Rijck (1785-1864); ze kregen 4 kinderen. Een dochter trouwde in 1833 met gouverneur-generaal Jean Chrétien baron Baud (1789-1859).

Al vroeg maakte hij kennis met de handelswereld van de V.O.C. in de Nederlandse vestiging aan de rivier Hooghly aan de kust van Bengalen. Hij trad in dienst van de Vereenigde Oostindische Compagnie en werd er bewindhebber over de Amsterdamse V.O.C.-vestiging. Door zijn vaarten op Nederlands-Oostindië liet hij in 1796 in Batavia zijn woning bouwen in Rijswijk. Deze woning werd in 1804 voltooid en na zijn overlijden in 1820, in 1821 door de Nederlands-Indische overheid gekocht voor de vestiging van het bestuurscentrum en huisvesting van de gouverneur-generaal (het latere Istana Negara). Hij liet een eigen schip bouwen voor de V.O.C.

In zijn verdere loopbaan was hij visitateur-generaal, boekhouder-generaal, buitenregent van de godshuizen in Batavia en van het gesticht van de pennisten (klerken), vice-president van de Indiase Regering[1] (in Engelse dienst), commandeur van de orde van de Unie, president van de Hoge Regering van Indië, luitenant gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, bestuurslid in de Raad van Indië en bestuurder Nederlands-Indië.