Hoofdmenu openen

Het introïtus (van het Latijnse introitus: intocht, begin, voorspel) is het eerste deel van het proprium van de mis. Het is een antifonaal gezang, dat wil zeggen, een gezang (in dit geval een psalm), met een terugkerend refrein (vaak uit dezelfde psalm).

Het introïtus werd geïntroduceerd door paus Celestinus I als een gezang bij de intrede van de priester. Het eerste woord van het introïtus geeft vaak de naam aan de zondag. Zo wordt de vierde zondag van de vastentijd bijvoorbeeld 'zondag Laetare' genoemd.

Het introïtus maakt ook deel uit van een requiem of dodenmis.

Tekst in Requiem van Saint-SaënsBewerken

Het Requiem van Saint-Saëns (1878) opus 54[1] koppelt de Introitus aan de Kyrie in één koorcompositie, maar vers 5 (Exaudi orationem meam) komt daar niet voor, wel in het Requiem van Mozart.[2]

Introitus en Kyrie Vertaling
1. Requiem aeternam dona eis Domine. Geef hen eeuwig rust, Heer.
2. Et lux perpetua luceat eis En laat het eeuwig licht hen beschijnen
3. Te decet hymnus, Deus, in Sion, U verdient een lofzang, God, in Sion
4. Et tibi reddetur votum in Jerusalem En u zult een dankoffer krijgen in Jerusalem
5. Exaudi orationem meam Verhoor mijn gebed
6. Ad te omnis caro veniet Alle vlees zal tot u komen
7. Kyrie eleison "Heer, ontferm u (over ons)
8. Christe, eleison Christus, ontferm u
9. Kyrie, eleison Heer, ontferm u

Zie ookBewerken