Internationale sancties tegen Rusland tijdens de Russisch-Oekraïense oorlog

Actuele gebeurtenis In dit artikel wordt een actuele gebeurtenis beschreven.
De informatie op deze pagina kan daardoor snel veranderen of inmiddels verouderd zijn.

Tijdens de Russisch-Oekraïense Oorlog zijn door een groot aantal landen internationale sancties opgelegd tegen Rusland en de Krim na de Russische inval van de Krim, die eind februari 2014 begon. De sancties werden door de Verenigde Staten, de Europese Unie en andere landen en internationale organisaties opgelegd aan personen, bedrijven en functionarissen uit Rusland en Oekraïne. Rusland reageerde met sancties tegen een aantal landen, waaronder een totaalverbod op de invoer van voedsel uit Australië, Canada, Noorwegen, Japan, de Verenigde Staten en de Europese Unie. De sancties werden sterk geïntensiveerd na de Russische invasie van Oekraïne in 2022.

Koers van de roebel na de sancties van 2014.

De sancties droegen bij aan de ineenstorting van de Russische roebel en de Russische financiële crisis. Ze veroorzaakten ook economische schade voor een aantal EU-landen, met een totaal verlies van naar schatting 100 miljard euro (vanaf 2015). In 2022 is de roebel door meer sancties onder de eurocent gezakt. En stonden Russische banken op instorten.[1] Vanaf 2014 maakte de Russische minister van Financiën bekend dat de sancties Rusland 40 miljard dollar hadden gekost, waarbij in 2014 nog eens 100 miljard dollar verlies werd genomen als gevolg van de daling van de olieprijs in datzelfde jaar, gedreven door de olieschaarste van 2010. Na de laatste sancties die in augustus 2018 werden opgelegd, bedragen de economische verliezen die Rusland heeft geleden ongeveer 0,5-1,5% van de gederfde groei van het bbp. De Russische president Vladimir Poetin heeft de Verenigde Staten ervan beschuldigd samen te zweren met Saoedi-Arabië om de Russische economie opzettelijk te verzwakken door de olieprijs te verlagen. Medio 2016 had Rusland naar schatting 170 miljard dollar verloren door de financiële sancties, met nog eens 400 miljard dollar aan gederfde inkomsten uit olie en gas. Volgens Oekraïense functionarissen dwongen de sancties Rusland om zijn aanpak ten opzichte van Oekraïne te veranderen en ondermijnden ze de Russische militaire opmars in de regio. Vertegenwoordigers van deze landen zeggen dat ze de sancties tegen Rusland pas zullen opheffen als Moskou de Afspraken van Minsk II nakomt.

De sancties van de Europese Unie en de Verenigde Staten van 2022 zijn van kracht vanaf februari 2022. In januari 2022 kondigde de EU de laatste verlenging van de sancties aan tot 31 juli 2022.

Na de inval van Rusland in Oekraïne eind februari 2022 hebben de Verenigde Staten, de Europese Unie en andere landen sancties ingevoerd of aanzienlijk uitgebreid, zodat ook Poetin en andere Russische regeringsfunctionarissen erdoor worden geraakt. Ook is Rusland enkele dagen na het begin van de invasie in Oekraïne afgesneden van het wereldwijde betalingssysteem SWIFT, wat tot de Russische financiële crisis van 2022 heeft geleid.[2]

AchtergrondBewerken

Als reactie op de annexatie van de Krim door de Russische Federatie stelden sommige regeringen en internationale organisaties, aangevoerd door de Verenigde Staten en de Europese Unie, sancties in tegen Russische personen en bedrijven. Naarmate de onrust zich uitbreidde naar andere delen van Oost-Oekraïne en later escaleerde in de aanhoudende oorlog in de Donetsbekken, nam de reikwijdte van de sancties toe. In totaal werden drie soorten sancties opgelegd: verbod op het leveren van technologie voor olie- en gasexploratie, verbod op het verstrekken van kredieten aan Russische oliebedrijven en staatsbanken, reisbeperkingen voor invloedrijke Russische burgers die dicht bij president Poetin staan en betrokken waren bij de annexatie van de Krim.

De Russische regering reageerde in natura met sancties tegen enkele Canadese en Amerikaanse personen en, in augustus 2014, met een totaalverbod op de invoer van voedsel uit de Europese Unie, de Verenigde Staten, Noorwegen, Canada en Australië.

Sancties tegen Russische en Oekraïense personen, bedrijven en ambtenarenBewerken

Eerste ronde: maart/april 2014Bewerken

Op 6 maart 2014 ondertekende de Amerikaanse president Barack Obama met een beroep op onder meer de International Emergency Economic Powers Act en de National Emergencies Act een decreet waarin hij een nationale noodtoestand afkondigde en sancties gelastte, waaronder reisverboden en het bevriezen van Amerikaanse tegoeden van Rusland, tegen nog niet nader gespecificeerde personen die "zonder toestemming van de regering van Oekraïne regeringsgezag hadden doen gelden in de Krim" en van wie onder meer was vastgesteld dat zij "democratische processen en instellingen in Oekraïne ondermijnden".

Op 17 maart 2014 voerden de VS, de EU en Canada specifiek gerichte sancties in, daags na het pseudo-referendum op de Krim en enkele uren voordat de president Poetin een decreet ondertekende waarin de Krim als onafhankelijke staat werd erkend, waarmee de basis werd gelegd voor zijn annexatie van de Krim door Rusland. De belangrijkste EU-sanctie had tot doel "de binnenkomst op hun grondgebied te beletten van de in de bijlage vermelde natuurlijke personen die verantwoordelijk zijn voor acties die de territoriale integriteit van Oekraïne ondermijnen, en van de met hen geassocieerde natuurlijke personen". De Europese Unie legde haar sancties op "bij ontstentenis van de-escalerende maatregelen van de Russische Federatie" om een einde te maken aan het geweld in Oost-Oekraïne. De EU verduidelijkte tegelijkertijd dat de EU "bereid blijft om op haar besluiten terug te komen en zich opnieuw met Rusland te verbinden wanneer het actief en zonder dubbelzinnigheden begint bij te dragen aan het vinden van een oplossing voor de Oekraïense crisis."Deze sancties van 17 maart waren de meest verstrekkende sancties die tegen Rusland zijn gebruikt sinds de val van de Sovjet-Unie in 1991. Ook Japan kondigde sancties tegen Rusland aan, die onder meer inhielden dat de besprekingen over militaire aangelegenheden, ruimtevaart, investeringen en visumvereisten werden opgeschort. Enkele dagen later breidde de Amerikaanse regering de sancties uit.

Op 19 maart stelde Australië sancties in tegen Rusland na de annexatie van de Krim. Deze sancties waren gericht op financiële transacties en reisverboden voor degenen die een rol hebben gespeeld bij de Russische bedreiging van de soevereiniteit van Oekraïne. De Australische sancties werden op 21 mei uitgebreid.

Begin april legden Albanië, IJsland en Montenegro, evenals Oekraïne, dezelfde beperkingen en reisverboden op als die van de EU op 17 maart. Igor Lukšić, minister van Buitenlandse Zaken van Montenegro, zei dat ondanks een "eeuwenoude-traditie" van goede banden met Rusland, het aansluiten bij de EU bij het opleggen van sancties "altijd de enige redelijke keuze" was geweest. Iets eerder in maart legde Moldavië dezelfde sancties op tegen de voormalige president van Oekraïne Viktor Janoekovitsj en een aantal voormalige Oekraïense functionarissen, zoals aangekondigd door de EU op 5 maart.

In reactie op de door de Verenigde Staten en de EU ingevoerde sancties nam de Staatsdoema (het Russische parlement) unaniem een resolutie aan waarin werd gevraagd om alle leden van de Doema op de sanctielijst te plaatsen. De sancties werden enkele dagen later uitgebreid zodat ze zich ook richtten op prominente Russische zakenmannen en -vrouwen.

Tweede ronde: april 2014Bewerken

Op 10 april schorste de Raad van Europa het stemrecht van de delegatie van Rusland.

Op 28 april legden de Verenigde Staten een verbod op zakelijke transacties op hun grondgebied op aan zeven Russische functionarissen, waaronder Igor Sechin, uitvoerend voorzitter van het Russische staatsoliebedrijf Rosneft, en 17 andere Russische bedrijven. Op dezelfde dag vaardigde de EU reisverboden uit tegen nog eens 15 personen. De EU verklaarde ook dat de doelen van EU-sancties als volgt waren:

Sancties zijn niet bestraffend, maar bedoeld om een verandering teweeg te brengen in het beleid of de activiteiten van het doelland, de entiteiten of de personen. Maatregelen zijn daarom altijd gericht op dat beleid of die activiteiten, op de middelen om ze uit te voeren en op degenen die ervoor verantwoordelijk zijn. Tegelijkertijd stelt de EU alles in het werk om nadelige gevolgen voor de burgerbevolking of voor legitieme activiteiten tot een minimum te beperken.

Derde ronde: 2014-2021Bewerken

2014Bewerken

Als reactie op de escalerende oorlog in de Donetskbekken breidden de Verenigde Staten op 17 juli 2014 hun transactieverbod uit naar twee grote Russische energiebedrijven, Rosneft en Novatek, en naar twee banken, Gazprombank en Vnesheconombank.De Verenigde Staten drongen er ook bij de EU-leiders op aan om mee te doen met de derde golf aan sancties waardoor de EU een dag eerder begon met het opstellen van Europese sancties. Op 25 juli breidde de EU haar sancties officieel uit naar nog eens 15 personen en 18 autoriteiten, gevolgd door nog eens acht personen en drie autoriteiten op 30 juli. Op 31 juli 2014 voerde de EU de derde sanctieronde in, die onder meer een embargo op wapens en aanverwant materiaal, en een embargo op goederen en technologie voor tweeërlei gebruik bestemd voor militair gebruik of een militaire eindgebruiker, een verbod op de invoer van wapens en aanverwant materiaal, controles op de uitvoer van apparatuur voor de olie-industrie, en een beperking op de uitgifte van en de handel in bepaalde obligaties, aandelen of soortgelijke financiële instrumenten met een looptijd van meer dan 90 dagen (In september 2014 verlaagd tot 30 dagen).

Op 24 juli 2014 richtte Canada zich op Russische wapens, energie en financiële autoriteiten. Op 5 augustus 2014 bevroor Japan de tegoeden van "personen en groepen die de afscheiding van de Krim van Oekraïne steunen" en beperkte de import uit de Krim. Japan bevroor ook fondsen voor nieuwe projecten in Rusland, in lijn met het beleid van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling. Op 8 augustus 2014 kondigde de Australische premier Tony Abbott aan dat Australië "toewerkte naar" strengere sancties tegen Rusland, die in de komende weken zouden moeten worden uitgevoerd.

Op 12 augustus 2014 nam Noorwegen de strengere sancties tegen Rusland over die door de EU en de Verenigde Staten waren opgelegd. Hoewel Noorwegen geen deel uitmaakt van de EU, zei de Noorse minister van Buitenlandse Zaken Børge Brende dat Noorwegen beperkingen zou opleggen die vergelijkbaar waren met de sancties van de EU van 1 augustus. Russische staatsbanken kregen een verbod op het aangaan van leningen op lange en middellange termijn, wapenexport werd verboden en leveranties van apparatuur, technologie en hulp aan de Russische oliesector worden verboden.

Op 14 augustus 2014 breidde Zwitserland de sancties tegen Rusland uit vanwege de bedreiging van de soevereiniteit van Oekraïne. De Zwitserse regering voegde nog eens 26 Russen en pro-Russische Oekraïners toe aan de lijst van bestrafte Russische burgers die voor het eerst werd aangekondigd na de Russische annexatie van de Krim. Op 27 augustus 2014 breidde Zwitserland hun sancties tegen Rusland verder uit. De Zwitserse regering zei dat ze de maatregelen om het omzeilen van sancties met betrekking tot de situatie in Oekraïne te voorkomen uitbreidde met de derde ronde van sancties, die in juli door de EU werden opgelegd. De Zwitserse regering verklaarde ook dat vijf Russische banken (Sberbank, VTB, Vnesheconombank (VEB), Gazprombank en Rosselkhoz) een vergunning nodig zouden hebben om langlopende financiële instrumenten in Zwitserland uit te geven. Op 28 augustus 2014 wijzigde Zwitserland zijn sancties om de door de EU in juli opgelegde sancties erin op te nemen.

Op 14 augustus 2014 nam Oekraïne een wet aan die Oekraïense sancties tegen Rusland invoerde. De wet omvatte 172 personen en 65 autoriteiten in Rusland en andere landen voor het ondersteunen en financieren van "terrorisme" in Oekraïne, hoewel daadwerkelijke sancties de goedkeuring van Oekraïnes Nationale Veiligheids- en Defensieraad zouden behoeven.

Op 11 september 2014 zei de Amerikaanse president Obama dat de Verenigde Staten zich bij de EU zouden aansluiten om strengere sancties op te leggen aan de financiële, energie- en defensiesectoren van Rusland. De volgende dag legden de Verenigde Staten sancties op aan Ruslands grootste bank (Sberbank), een belangrijke wapenmaker en arctische (Rostec), diepwater- en schalie-exploratie door zijn grootste oliemaatschappijen (Gazprom, Gazprom Neft, Lukoil, Surgutneftegas en Rosneft). Sberbank en Rostec zouden slechts in beperkte mate toegang hebben tot de Amerikaanse schuldmarkten. De sanctie op de oliebedrijven beoogde samenwerking met Russische oliebedrijven op het gebied van energietechnologie en -diensten te verbieden door bedrijven als Exxon Mobil Corp. en BP.

Op 24 september 2014 verbood Japan de uitgifte van effecten door 5 Russische banken (Sberbank, VTB, Gazprombank, Rosselkhozbank en ontwikkelingsbank VEB) en verscherpte ook de beperkingen op de export van defensie naar Rusland.

Op 3 oktober 2014 zei de Amerikaanse vicepresident Joe Biden: "Het was het leiderschap van Amerika en de president van de Verenigde Staten die erop aandrongen, die Europa vaak bijna in verlegenheid moesten brengen, om op te staan en economische klappen uit te delen om kosten op te leggen" en voegde eraan toe: "En de resultaten zijn massale kapitaalvlucht uit Rusland, een virtuele bevriezing van directe buitenlandse investeringen, een roebel op een historisch dieptepunt ten opzichte van de dollar, en de Russische economie die op de rand van een recessie wankelt. We willen niet dat Rusland instort. We willen dat Rusland slaagt. Maar Poetin moet een keuze maken. Deze asymmetrische aanvallen op een ander land kunnen niet getolereerd worden. Het internationale systeem zal instorten als dat wel het geval is. "Op 18 december 2014 verbood de EU een aantal investeringen in de Krim, waarbij de steun voor de Russische olie- en gasexploratie in de Zwarte Zee werd stopgezet en Europese bedrijven werden belet vastgoed of bedrijven op de Krim te kopen of toeristische diensten aan te bieden. Op 19 december 2014 legde de Amerikaanse president Barack Obama sancties op aan de door Rusland bezette Krim door middel van een decreet die de export van Amerikaanse goederen en diensten naar de regio verbood.

2015Bewerken

Op 16 februari 2015 verhoogde de EU haar sanctielijst tot 151 personen en 37 autoriteiten. Australië gaf aan dat het de EU zou volgen in een nieuwe sanctieronde. Als de EU nieuwe Russische en Oekraïense entiteiten sanctioneerde, dan zou Australië de eigen sancties in lijn met die van de EU houden.

Op 18 februari 2015 voegde Canada 37 Russische burgers en 17 Russische autoriteiten toe aan zijn sanctielijst. Rosneft en de onderminister van defensie, Anatoly Antonov, werden beiden bestraft. In juni 2015 voegde Canada drie personen en 14 entiteiten toe, waaronder Gazprom. Media suggereerden dat de sancties werden uitgesteld omdat Gazprom een hoofdsponsor was van de 2015 FIFA Women's World Cup die toen in Canada werd afgesloten.

In september 2015 bestrafte Oekraïne meer dan 388 personen, meer dan 105 bedrijven en andere autoriteiten. In overeenstemming met de voorstellen van augustus 2015 afgekondigd door de veiligheidsdienst van Oekraïne en het besluit van het kabinet van ministers van Oekraïne nr. 808-p van 12 augustus 2015, verklaarde Oekraïne op 2 september 2015 Rusland tot vijand van Oekraïne. Eveneens op 16 september 2015 vaardigde de Oekraïense president Petro Porosjenko een decreet uit waarin bijna 400 personen, meer dan 90 bedrijven en andere autoriteiten werden genoemd die moeten worden bestraft voor de "criminele activiteiten en agressie van Rusland tegen Oekraïne".

21 februari 2022Bewerken

Als reactie op de Russische erkenning van de seperatistische volksrepublieken Donetsk en Loehansk begonnen westerse landen sancties tegen Rusland uit te vaardigen. De goedkeuringsprocedure van de belangrijke gaspijpleiding Nord Stream 2 werd door Duitsland gestopt. De maatregel stond los van Europese sancties tegen Rusland die mogelijk later nog zouden volgen. De maatregel werd toegejuicht door onder andere Oekraïne.[3]

De ministers van Buitenlandse Zaken van de EU hebben alle leden van de Russische Doema die vóór de erkenning van de separatistische regio's hebben gestemd, op de zwarte lijst gezet, EU-investeerders verboden om te handelen in Russische staatsobligaties en een stop gezet op de import en export met separatistische entiteiten.

Een lijst van verschillende landen die sancties hebben opgelegd:

  • Australië – Premier Scott Morrison zei dat het "meer sancties zou gaan opleggen aan oligarchen, wier economisch gewicht van strategisch belang is voor Moskou en meer dan 300 leden van de Russische Doema, hun parlement."
  • Japan – Japan zei dat het zijn sancties tegen Rusland zou versterken door ook financiële instellingen en de export van militair materieel op te nemen.
  • Nieuw-Zeeland – Nieuw-Zeeland plaatste een verbod op de export van goederen naar het Russische leger en andere gerelateerde veiligheidstroepen.
  • Singapore – Singapore blokkeerde bepaalde Russische banken en financiële transacties. Ook zou het de export controleren van items die als wapens kunnen worden gebruikt tegen de bevolking van Oekraïne.
  • Zuid-Korea – De regering van Zuid-Korea heeft besloten de exportcontroles aan te scherpen door de verzending van strategische artikelen te verbieden. Ze zullen ook enkele Russische banken blokkeren van het SWIFT-banksysteem.
  • Zwitserland – Zwitserland kondigde aan dat het de economische activa van 363 personen, waaronder Poetin, premier Michail Misjoestin en minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov met onmiddellijke ingang zou bevriezen.
  • Verenigd Koninkrijk - Premier Johnson onthulde dat het VK sancties zou toepassen om banken, leden van de naaste kring van Poetin en rijke Russen aan te vallen.
  • Verenigde Staten – De Amerikaanse regering heeft besloten een geselecteerd aantal Russische banken uit het SWIFT berichtensysteem te verwijderen.

Als gevolg van westerse sancties daalden op 22 februari de beurskoersen in Moskou en liepen prijzen op het gebied van olie, gas en goud op. De beurs leed op maandag 21 februari bij de opening een verlies van 10 procent, op dinsdag was dit verlies 9 procent. Andere Europese beurzen openden met 2 tot 3 procent verlies. In de loop van de dag liepen de verliezen terug voor de Europese beurzen. De Russische roebel daalde bijna tot een recordniveau, alvorens te herstellen.[4]

Vierde ronde: 2022Bewerken

Na de inval van Rusland in Oekraïne op 24 februari 2022 stelden twee landen die nog niet eerder aan sancties tegen Rusland hadden deelgenomen, namelijk Zuid-Korea en Taiwan, alsnog sancties tegen Rusland in. Op 28 februari 2022 kondigde Singapore aan dat het bancaire sancties zou opleggen aan Rusland voor de inval in Oekraïne, waarmee dit het eerste land in Zuidoost-Azië was dat sancties oplegde aan Rusland; de stap werd door de South China Morning Post beschreven als zijnde "bijna ongekend". Na de uitsluiting van Rusland van Swift, is de Roebel in een duikvlucht gekomen en is de roebel slechts minder dan een eurocent waard. De hele EU, VS en Canada sloten hun luchtruim voor Russische vliegtuigen.[5]Ook werd Rusland geschorst uit de Raad van Europa.[6]

Vanaf half maart 2022 hield de Oekraïense president Zelensky meerdere online toespraken in verschillende nationale parlementen waarin hij aandrong op aanvullende sancties tegen Rusland.

Sancties tegen de KrimBewerken

De Verenigde Staten, Canada, de Europese Unie en andere Europese landen (waaronder Oekraïne) hebben economische sancties ingesteld die specifiek tegen de Krim gericht zijn. De sancties verboden de verkoop, levering, overdracht of uitvoer van goederen en technologie in verschillende sectoren, waaronder diensten die rechtstreeks verband hielden met toerisme en infrastructuur. Cruiseschepen mochten in zeven havens niet aanmeren. De sancties tegen Krim-personen omvatten reisverboden en bevriezing van tegoeden. Visa en MasterCard hebben tussen december 2014 en april 2015 de dienstverlening op de Krim stopgezet.

In september 2016 heeft OFAC op grond van decreet 13685 de Russische scheepvaartmaatschappij Sovfracht-Sovmortrans Group en haar dochteronderneming Sovfracht aangewezen voor het opereren op de Krim.

Sancties over door Rusland vastgehouden OekraïnersBewerken

In april 2016 bestrafte Litouwen 46 personen die betrokken waren bij de detentie en veroordeling van Oekraïense burgers Nadija Savtsjenko, Oleg Sentsov, en Olexandr Koltsjenko. De Litouwse minister van Buitenlandse Zaken Linas Linkevičius verklaarde dat zijn land "de aandacht wilde vestigen op de onaanvaardbare en cynische schendingen van het internationaal recht en de mensenrechten in Rusland. Het zou doeltreffender zijn als de zwarte lijst in heel Europa zou worden ingevoerd. We hopen zo'n discussie op gang te brengen."

Bezwaar tegen sanctiesBewerken

Italië, Griekenland, Frankrijk, Cyprus en Slowakije behoren tot de EU-landen die het meest sceptisch staan tegenover de sancties en hebben opgeroepen tot een herziening van de sancties. De Bulgaarse premier Bojko Borisov verklaarde: "Ik weet niet hoe Rusland door de sancties wordt getroffen, maar Bulgarije wordt ook zwaar getroffen"; ook de Tsjechische president Miloš Zeman en de Slowaakse premier Robert Fico zeiden dat de sancties moeten worden opgeheven. In oktober 2017 voegde de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken en Handel Péter Szijjártó eraan toe dat de sancties "totaal geen succes waren omdat Rusland economisch niet op de knieën ligt, maar ook omdat er veel schade is toegebracht aan onze eigen economieën en we politiek gezien geen echte vooruitgang hebben geboekt met betrekking tot het akkoord van Minsk".

In 2015 zei de Griekse premier Alexis Tsipras herhaaldelijk dat Griekenland zou proberen de banden tussen Rusland en de EU te herstellen via Europese instellingen. Tsipras zei ook dat Griekenland geen voorstander was van westerse sancties tegen Rusland, en voegde eraan toe dat het risico bestond dat er een nieuwe Koude Oorlog zou uitbreken. In 2022 na zware sancties vanuit het westen had China bezwaar tegen de sancties en noemde die "illegaal".[7]

GevolgenBewerken

Politieke betekenisBewerken

 
Reserves aan buitenlandse valuta (in het buitenland) van de Centrale Bank van Rusland tot en met 2020. In 2022 zijn ze allemaal bevroren.

De economische sancties die aan Rusland worden opgelegd, dienen als instrument van het niet-erkenningsbeleid, door te onderstrepen dat de landen die deze sancties opleggen, de Russische annexatie van de Krim niet erkennen. Door deze sancties in te stellen wordt voorkomen dat de situatie als een voldongen feit wordt beschouwd.

Gevolgen voor RuslandBewerken

Algemeen wordt aangenomen dat de economische sancties hebben bijgedragen tot een flinke verzwakking van de Russische economie en tot een intensivering van de uitdagingen waarmee Rusland werd geconfronteerd.

Een gegevensanalyse uit 2015 suggereerde dat Rusland in een recessie was beland, met een negatieve bbp-groei van -2,2% voor het eerste kwartaal van 2015, in vergelijking met het eerste kwartaal van 2014. Voorts heeft het gecombineerde effect van de sancties en de snelle daling van de olieprijzen in 2014 gezorgd voor een aanzienlijke neerwaartse druk op de waarde van de roebel en een vlucht van kapitaal uit Rusland. Tegelijkertijd hebben de sancties op de toegang tot financiering Rusland gedwongen een deel van zijn reserves te gebruiken om de economie overeind te houden. Deze gebeurtenissen dwongen de Centrale Bank van Rusland om de waarde van de roebel niet langer te ondersteunen en de rente te verhogen.

Sommigen geloven dat het Russische verbod op westerse importen het bijkomende effect had op deze uitdagende gebeurtenissen, aangezien het embargo leidde tot hogere voedselprijzen en verdere inflatie naast de effecten van de gedaalde waarde van de roebel, die de prijs van geïmporteerde goederen al had verhoogd.

In 2016 is de landbouw de wapenindustrie voorbijgestreefd als de op één na grootste exportsector van Rusland, na olie en gas.

Gevolgen voor de VS en de EU-landenBewerken

Vanaf 2015 zijn de verliezen van de EU geschat op ten minste 100 miljard euro. Ook het Duitse bedrijfsleven, met ongeveer 30.000 werkplekken die afhankelijk zijn van de handel met de Russische Federatie, meldde zwaar getroffen te zijn door de sancties. De sancties troffen tal van Europese marktsectoren, waaronder energie, landbouw, en luchtvaart. In maart 2016 verklaarde de Finse boerenbond MTK dat de Russische sancties en de dalende prijzen de boeren onder enorme druk hadden gezet. Het Finse Natural Resources Institute LUKE schatte dat boeren het vorige jaar hun inkomen met minstens 40 procent hadden zien krimpen ten opzichte van een jaar eerder.

In februari 2015 meldde Exxon Mobil ongeveer 1 miljard dollar te verliezen als gevolg van Russische sancties.

In 2017 publiceerde de speciale VN-rapporteur Idriss Jazairy een rapport over de impact van sancties, waarin hij stelde dat de EU-landen ongeveer "3,2 miljard dollar per maand" misliepen als gevolg van de sancties. Hij merkte ook op dat de sancties "bedoeld waren om Rusland af te schrikken, maar het risico lopen dat ze alleen een afschrikmiddel zijn voor het internationale bedrijfsleven, terwijl ze alleen de kwetsbare groepen treffen die niets met de crisis te maken hebben" (vooral de mensen op de Krim, die "niet collectief moeten opdraaien voor wat een complexe politieke crisis is waarover ze geen controle hebben"). Na de afsluiting van Swift van Rusland leden verschillende bedrijven en landen meer verliezen dan ooit.

Russische tegensanctiesBewerken

Drie dagen na de eerste sancties tegen Rusland, op 20 maart 2014, publiceerde het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken een lijst met wederzijdse sancties tegen bepaalde Amerikaanse burgers. Op de lijst stonden tien namen, onder wie voorzitter van het Huis van Afgevaardigden John Boehner, senator John McCain, en twee adviseurs van Barack Obama. Het ministerie zei in de verklaring: "Ons land op een dergelijke manier behandelen, zoals Washington al had kunnen vaststellen, is ongepast en contraproductief", en herhaalde dat sancties tegen Rusland een boemerangeffect zouden hebben. Op 24 maart verbood Rusland dertien Canadese functionarissen, onder wie leden van het parlement van Canada, het land binnen te komen.

Op 6 augustus 2014 ondertekende Poetin een decreet "Over het gebruik van specifieke economische maatregelen", dat voor een periode van een jaar een effectief embargo mandateerde op de invoer van de meeste landbouwproducten waarvan het land van herkomst "het besluit over de invoering van economische sancties ten aanzien van Russische juridische en (of) fysieke entiteiten had aangenomen, of zich bij dezelfde had aangesloten". De volgende dag werd de verordening van de Russische regering goedgekeurd en met onmiddellijke ingang gepubliceerd, waarin de verboden artikelen werden gespecificeerd, alsmede de landen van herkomst: de Verenigde Staten, de EU, Noorwegen, Canada en Australië, met inbegrip van een verbod op de invoer van fruit, groenten, vlees, vis, melk en zuivelproducten. Vóór het embargo had de uitvoer van levensmiddelen uit de EU naar Rusland een waarde van ongeveer 11,8 miljard euro, of 10% van de totale EU-uitvoer naar Rusland. De uitvoer van levensmiddelen uit de Verenigde Staten naar Rusland had een waarde van ongeveer 972 miljoen euro. De uitvoer van levensmiddelen uit Canada had een waarde van ongeveer 385 miljoen euro. De uitvoer van levensmiddelen uit Australië, voornamelijk vlees en levend vee, had een waarde van ongeveer 170 miljoen euro per jaar.

Rusland had eerder het standpunt ingenomen dat het zich niet zou bezighouden met sancties, maar bij de aankondiging van het embargo zei de Russische premier Dmitri Medvedev: "Er is niets goeds aan sancties en het was geen gemakkelijke beslissing om te nemen, maar we moesten het doen." Hij gaf aan dat ook sancties met betrekking tot de transportsector worden overwogen. De woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Financiën, David Cohen, zei dat sancties die de toegang tot voedsel beïnvloeden "niet iets zijn dat de VS en zijn bondgenoten ooit zouden doen".

Op dezelfde dag kondigde Rusland een verbod aan op het gebruik van zijn luchtruim door Oekraïense vliegtuigen.

In januari 2015 werd duidelijk dat de Russische autoriteiten een lid van het Europees Parlement, het Litouwse Europarlementslid Gabrielius Landsbergis, om politieke redenen geen bezoek aan Moskou zouden laten brengen.

In maart 2015 werd het Letse Europarlementslid Sandra Kalniete en de voorzitter van de Poolse Senaat Bogdan Borusewicz beiden de toegang tot Rusland ontzegd onder het bestaande sanctieregime, en konden zij dus niet de begrafenis van de vermoorde oppositiepoliticus Boris Nemtsov bijwonen.

Nadat een lid van de Duitse Bondsdag in mei 2015 de toegang tot Rusland werd geweigerd, gaf Rusland een zwarte lijst vrij aan de regeringen van de Europese Unie van 89 politici en ambtenaren uit de EU die Rusland niet mochten binnenkomen onder het huidige sanctieregime. Rusland verzocht om de zwarte lijst niet openbaar te maken. Op de lijst zouden acht Zweden staan, evenals twee parlementsleden en twee Europarlementariërs uit Nederland. De Finse nationale omroep Yle publiceerde een uitgelekte Duitse versie van de lijst.

In reactie op deze publicatie merkte de Britse politicus Malcolm Rifkind (wiens naam op de Russische lijst stond) op: "Het toont aan dat we een impact hebben, want ze zouden niet hebben gereageerd tenzij ze zich zeer pijnlijk voelden over wat er was gebeurd. Toen de sancties eenmaal waren uitgebreid, hebben zij een grote invloed gehad op de Russische economie. Dit is gebeurd op een moment dat de olieprijs is ingestort en daardoor een belangrijke bron van inkomsten voor de heer Poetin is verdwenen. Dat is behoorlijk belangrijk als het gaat om zijn pogingen om zijn militaire macht op te bouwen en zijn buren te dwingen te doen wat hen gezegd wordt." Hij voegde eraan toe: "Als er zo'n verbod moest komen, ben ik er nogal trots op dat ik erop sta - ik zou nogal nijdig zijn als ik er niet op stond." Een andere persoon op de lijst, het Zweedse Europarlementslid Gunnar Hökmark, merkte op dat hij er trots op was op de lijst te staan en zei dat "een regime dat dit doet, dat doet omdat het bang is, en in zijn hart is het zwak."

Met betrekking tot het inreisverbod van Rusland voor Europese politici zei een woordvoerder van de EU: "De lijst met 89 namen is nu door de Russische autoriteiten gedeeld. We hebben geen andere informatie over de rechtsgrondslag, de criteria en het proces van dit besluit. Wij beschouwen deze maatregel als volstrekt willekeurig en ongerechtvaardigd, vooral bij gebrek aan verdere opheldering en transparantie."

Op 29 juni 2016 ondertekende de Russische president Vladimir Poetin een decreet dat het embargo op de reeds gesanctioneerde landen verlengde tot 31 december 2017.

Volgens een studie uit 2020 dienden de Russische tegensancties niet alleen de doelstellingen van het buitenlands beleid van Rusland, maar vergemakkelijkten ze ook het protectionistische beleid van Rusland. Als gevolg van de tegensancties, in combinatie met overheidssteun voor de binnenlandse landbouwproductie, is de productie van graan, kip, varkensvlees, kaas en andere landbouwproducten gestegen. De voedselimport van Rusland is gedaald van 35% in 2013 tot slechts 20% in 2018. De prijzen van deze producten zijn echter ook drastisch gestegen. In Moskou is van september 2014 tot september 2018 de gemiddelde prijs van kaas met 23% gestegen, melk met 35,7% en plantaardige olie met 65%.

Nadat westerse landen eind februari 2022 aankondigden dat het luchtruim van de VS en de EU vanaf dan dicht was voor Rusland[5], besloot Rusland om als tegenmaatregel geen westerse vliegtuigen door Russisch luchtruim te laten vliegen.[8]

Externe linkBewerken