Intergemeentelijke samenwerking

Intergemeentelijke samenwerking is een generieke term voor het gemeenschappelijk leveren van publieke diensten door meerdere gemeenten. De samenwerkende gemeentes zijn meestal (maar niet altijd) buurgemeenten.

Men kan spreken over intergemeentelijke samenwerking wanneer twee of meer gemeenten samenwerken om een publieke dienst te leveren. Omdat gemeentelijke fusies soms falen vanwege politieke tegenstand, kan intergemeentelijke samenwerking een manier zijn om publieke diensten effectief en efficiënt te houden zonder te hoeven fuseren.[1][2] Echter kan intergemeentelijke samenwerking vaak falen wanneer coördinatieproblemen tussen gemeenten in sturing en regulering niet kunnen worden opgelost.[3][4]

Voor- en nadelenBewerken

Voordelen 
Intergemeentelijke samenwerking wordt gebruikt om efficiëntie en effectiviteit in publieke dienstverlening te vergroten.[2] Het gezamenlijk financieren en voeren van deze diensten kan de kosten verlagen en schaaleconomie toestaan, wat in kleinere gemeenten erg belangrijk is. Samenwerking kan ook kapitaalinjecties toestaan die anders onbetaalbaar zouden zijn. Een groot voordeel in Europa is dat de Europese Unie prikkels geeft voor gemeentelijke partnerships.
Nadelen 
De belangrijkste barrière voor intergemeentelijke samenwerking is een gebrek aan vertrouwen of coördinatie tussen de partners. Als deze niet kunnen worden overbrugd, zal intergemeentelijke samenwerking vaak falen.[3] Politici en burgers kunnen (terecht) bang zijn om controle over de dienst te verliezen.[5]. Naast het gebrek aan vertrouwen, kan de vaak complexe structuur van intergemeentelijke samenwerking een barrière zijn. Burgers kunnen ook vrezen dat samenwerking een stap is richting een gemeentelijke fusie.

GeschiedenisBewerken

Samenwerking tussen gemeenten is een vrij nieuw fenomeen. Een historisch voorbeeld ervan waren de Hanzesteden,[6] geïnstitutionaliseerd door Noord-Europese gemeenten, die van de dertiende tot de zeventiende eeuw in stand bleven. Na de Industriële Revolutie, toen steden explosieve bevolkingsgroei doormaakten en de eisen aan publieke diensten werden aangesterkt, werd intergemeentelijke samenwerking steeds meer populair. Hoewel samenwerking oorspronkelijk vrijwillig was, werd het vanaf het begin van de twintigste eeuw steeds meer in de wet vastgelegd.

VlaanderenBewerken

In Vlaanderen bepaalt het Decreet Lokaal Bestuur (dat vanaf 2019 het decreet intergemeentelijke samenwerking van 2001 vervangt) de volgende vormen van intergemeentelijke samenwerking:

  • Interlokale vereniging (IV): zonder rechtspersoonlijkheid
  • De projectvereniging (PV): maximaal zes jaar, maar verlengbaar
  • De dienstverlenende vereniging (DV): voor een welbepaalde duurtijd, maximaal 18 jaar
  • De opdrachthoudende vereniging (OV)
  • De opdrachthoudende vereniging met private deelname (OVP)

Zie ookBewerken