Hoofdmenu openen

De 65e Indianapolis 500 werd gereden op zondag 24 mei 1981 op de Indianapolis Motor Speedway. Penske Racing coureur Bobby Unser, die de race won, kreeg een dag na de race een ronde straftijd waardoor Mario Andretti die op de tweede plaats finishte, als winnaar werd aangeduid. Meer dan vier maanden later werd Unsers straftijd teruggedraaid en werd hij de winnaar van de race. Het was zijn derde en laatste Indy 500 overwinning.

StartgridBewerken

RaceBewerken

Toen er een kwart van de wedstrijd gereden was waren er enkele ernstige incidenten. Rick Mears maakte tijdens de 58e ronde een pitstop waarbij zijn wagen in brand vloog tijdens het bijtanken. Hij en vier mecaniciens werden overgebracht naar het ziekenhuis. Zes ronden later maakte Danny Ongais een zware crash, hij werd met gebroken ledematen naar het ziekenhuis overgebracht.

Eenentwintig ronden van het einde van de race reed Gordon Johncock aan de leiding van de race maar moest enkele ronden later vertragen door een falende motor en hij gaf op zes ronden voor het einde. Bobby Unser reed vervolgens aan de leiding en won de race. De volgende ochtend besliste de organisatie om Unser een ronde straftijd te geven omdat hij tijdens een neutralisatie wagens voorbij had gereden toen hij de pitstraat verliet. Mario Andretti, die met zijn wagen van Patrick Racing op de tweede plaats gefinisht was, werd de officiële winnaar. Penske Racing tekende beroep aan. Het bleek dat de regels voor het uitrijden van de pitstraat onder een neutralisatie niet erg duidelijk waren. Op 9 oktober, meer dan vier maanden na de race werd de straftijd die Unser gekregen had teruggedraaid en won hij zijn derde Indy 500. Hij kreeg evenwel een geldboete opgelegd.

# Coureur Auto Ronden Opgave
1   Bobby Unser Penske-Cosworth 200
2   Mario Andretti Wildcat-Cosworth 200
3   Vern Schuppan McLaren-Cosworth 199
4   Kevin Cogan (R) Phoenix-Cosworth 197
5   Geoff Brabham (R) Penske-Cosworth 197
6   Sheldon Kinser Longhorn-Cosworth 195
7   Tony Bettenhausen Jr. (R) McLaren-Cosworth 195
8   Steve Krisiloff Penske-Cosworth 194
9   Gordon Johncock Wildcat-Cosworth 194 Mechanisch
10   Dennis Firestone Wildcat-Cosworth 193 Mechanisch
11   Bill Alsup (R) Penske-Cosworth 193
12   Mike Chandler (R) Penske-Cosworth 192
13   A.J. Foyt Coyote-Cosworth 191
14   Tim Richmond Parnelli-Cosworth 191
15   Jerry Karl McLaren-Chevrolet 189
16   Scott Brayton (R) Penske-Cosworth 173 Mechanisch
17   Al Unser Longhorn-Cosworth 166
18   Larry Dickson Penske-Cosworth 165 Mechanisch
19   Bob Lazier (R) Penske-Cosworth 154 Mechanisch
20   Tom Bigelow Penske-Chevrolet 152 Mechanisch
21   Bill Whittington March-Cosworth 146 Mechanisch
22   Gordon Smiley Wildcat-Cosworth 141 Ongeval
23   Josele Gaza (R) Penske-Cosworth 138 Ongeval
24   Pete Halsmer (R) Penske-Cosworth 123 Ongeval
25   Tom Sneva March-Cosworth 96 Mechanisch
26   Gary Bettenhausen Lightning-Cosworth 69 Mechanisch
27   Danny Ongais Interscope-Cosworth 64 Ongeval
28   Pancho Carter Penske-Cosworth 63 Mechanisch
29   Tom Klausler (R) Schkee-Cosworth 60 Mechanisch
30   Rick Mears Penske-Cosworth 58 Brand
31   Don Whittington March-Cosworth 32 Ongeval
32   Johnny Rutherford Chaparral-Cosworth 25 Mechanisch
33   Mike Mosley Eagle-Chevrolet 4 Mechanisch
Gemiddelde snelheid : 223,834 km/h - Snelste Ronde : Gordon Johncock, 316,94 km/h
Aantal neutralisaties : 11 (69 van de 200 ronden in totaal)

Externe linkBewerken