Hulpofficier van justitie

De hulpofficier van justitie is een opsporingsambtenaar met enkele extra bevoegdheden ten opzichte van de algemene opsporingsambtenaar.

Hij is geen lid van het Openbaar Ministerie. Veelal betreft het politieambtenaren in de rang van inspecteur of hoger, alsmede officieren en aangewezen onderofficieren van de Koninklijke Marechaussee.

De hulpofficier van justitie wordt door de minister aangewezen. Hij dient in het bezit te zijn van een geldig Certificaat Hulpofficier van Justitie en moet in die functie elke drie jaar opnieuw examen doen.

De hulpofficier van justitie heeft meer bevoegdheden dan de algemene opsporingsambtenaar maar minder dan de officier van justitie.

Feitelijk worden een aantal bevoegdheden van de officier van justitie overgeheveld naar de hulpofficier van justitie teneinde in de praktijk slagvaardig te kunnen werken.

Hierna een aantal extra bevoegdheden van de hulpofficier van justitie ten opzichte van de algemene opsporingsambtenaar:

* nadat een verdachte is aangehouden wordt hij altijd aan de hulpofficier voorgeleid en deze kan dan bepalen of hij voor onderzoek moet worden opgehouden, veelal is dat op een politiebureau. Afhankelijk van het strafbare feit kan dat maximaal zes of negen uur duren.

* in bepaalde gevallen kan de hulpofficier van justitie bepalen dat een aangehouden verdachte aan lichaam of kleding zal worden onderzocht

*  bij een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is kan de hulpofficier van justitie de verdachte in het belang van het onderzoek in verzekering stellen, wat inhoudt dat deze verdachte dan maximaal drie dagen op een politiebureau ingesloten kan blijven

*  in bepaalde gevallen kan de hulpofficier van justitie bepalen dat er vingerafdrukken en foto’s van de verdachte worden gemaakt

*  in voorkomende gevallen kan een hulpofficier van justitie aan algemene opsporingsambtenaren een machtiging afgeven zodat zij rechtmatig een woning binnen kunnen treden, ook tegen de wil van de bewoner.