Huda Sha'arawi

journaliste uit Egypte (1879-1947)

Huda Sha'arawi (Arabisch: هدى شعراوي, Egyptisch-Arabisch: هدى الشعراوي, Minya, 23 juni 1879 - Caïro, 12 december 1947) was een Egyptisch feministe en nationaliste. Ze behoorde tot de laatste generatie Egyptische vrouwen die opgroeide in de afgezonderde wereld van de harem. Sha'arawi wordt algemeen beschouwd als de grondlegster van de feministische beweging in Egypte. In 1945 ontving ze een onderscheiding van de Egyptische staat.[1][2][3]

Huda Sha'arawi
Huda Sha'arawi, rond 1900
Huda Sha'arawi, rond 1900
Algemene informatie
Geboren Minya, 23 juni 1879
Overleden Caïro, 12 december 1947
Land Egypte
Bekend van Moslimfeminisme,
nationalisme van Egypte

Haar vader stierf toen Sha'arawi vijf was en ze werd opgevoed in de harem waarin haar moeder en de eerste vrouw van haar vader woonden. Op dertienjarige leeftijd werd ze overgehaald te trouwen met haar neef, die tevens haar voogd was. Na een jaar weigerde ze haar man nog te ontmoeten en gebruikte ze de scheiding om haar onderbroken opleiding aan te vullen. Bovendien maakte ze kennis met een aantal vrouwen die haar inspireerden om een onafhankelijke levenswijze te ontwikkelen.

Zeven jaar later verzoende Sha'arawi zich met haar man en kreeg ze een dochter en een zoon. De slechte gezondheid van haar kinderen nam haar een aantal jaren geheel in beslag. Toen de kinderen minder aandacht vroegen, zocht ze opnieuw de openbaarheid. Zij richtte meerdere organisaties op die bijdroegen aan de verbetering van de positie van vrouwen, onder meer de 'Egyptische Feministische Unie' waarvan ze tot haar dood voorzitter was. Daarnaast speelde ze een belangrijke rol in het 'Centrale Comité van de Wafdische Vrouwen' dat als onderdeel van de Wafd-verzetsbeweging ageerde tegen de Britse overheersing van Egypte.

Tussen 1919 en 1924 dicteerde de veeltalige Sha'arawi haar memoires in het Arabisch. Aan het eind van haar leven overhandigde ze het manuscript aan haar nicht Hawa Idris, met het verzoek toe te zien op publicatie als ze zou sterven. De memoires werden in 1981 in Caïro uitgegeven. In 1986 werd onder de titel 'Harem Years' een door Margot Badran bewerkte en geannoteerde Engelse vertaling uitgegeven. In 1987 verscheen de Nederlandse vertaling daarvan: 'Haremjaren'.

Jonge jarenBewerken

FamilieBewerken

Huda Sha'arawi, meisjesnaam Noer Al-Huda Sultan, werd geboren in de Opper-Egyptische stad Minya, als dochter van Muhammad Sultan (1825–1884) en zijn concubine Iqbal Hanim (ca 1860–1914). Sha'awari's vader was een landeigenaar die hoge posities bekleedde in het provincie- en landsbestuur. Zijn officiële titel was Sultan Pasja; vanwege zijn rang en rijkdom werd hij soms Koning van Opper-Egypte genoemd.[4] Hij had weinig opleiding genoten en sprak alleen Arabisch, maar las veel poëzie, had een grote bibliotheek en telde onder zijn vrienden dichters, sjeiks, provinciebestuurders, staatslieden en andere hooggeplaatsten. Hij ontving uiteenlopende figuren als de beruchte Soedanese slavenhandelaar en legerleider Zubayr Pasja en de koptische patriarch Cyrillus IV. Sultan Pasja bezat twee woningen, een in Minya waar Sha'arawi geboren werd en een in Caïro waar ze opgroeide.[5]

Sha'arawi's moeder was een Tsjerkessische. De heersende Egyptische klasse had – vanwege hun 'legendarische schoonheid' – een voorkeur voor Tsjerkessische meisjes als echtgenote of concubine. Zij hadden een eigen status en gaven prestige aan de familie.[6][a] Sha'arawi's moeder was in de jaren zestig van de 19e eeuw als klein meisje met haar moeder uit de Kaukasus gevlucht en in Caïro opgegroeid. Zij was door Sultan Pasja verworven toen hij vanwege zijn functie naar Caïro verhuisd was, en werd zijn laatste gezellin. Hoewel het gebruikelijk was dat een man met zijn concubine trouwde als er kinderen kwamen, heeft Sultan Pasja zijn bijvrouw Iqbal Hanim niet gehuwd.[8] Toen Sha'arawi twee jaar oud was kreeg zij een broertje, Omar Sultan (1881–1917). Zij groeide samen met hem op in het harem-systeem.[b]

Overlijden vaderBewerken

 
Prinses Amina al-Hamy

In 1884 overleed Sultan Pasja, twee jaar na de Britse bezetting van Egypte.[c] Als voogd had hij Ali Pasha Sha'arawi benoemd, een zoon van zijn zuster. Sha'arawi, die toen vijf was, bleef met haar moeder, haar broertje en Hasiba, de eerste vrouw van haar vader, wonen in de harem. Hasiba, door Sha'arawi 'Oemm Kabiri' (grote moeder) genoemd, werd voor haar een sleutelfiguur. Zij kon bij haar terecht als ze problemen had en durfde haar moeilijke vragen te stellen die eigenlijk niet gepast waren voor een meisje.[10] Sha'arawi werd door haar moeder vaak meegenomen bij een bezoek aan Amina al-Hamy, de vrouw van kedive Tawfiq. Samen met haar broertje speelde ze dan met de jonge prinsjes en prinsesjes met wie ze haar leven lang bevriend bleef.[11]

OpvoedingBewerken

Samen met haar broertje kreeg ze les van huisleraren. Ze werd onderwezen in verschillende talen, zowel in het spreken als in het lezen en schrijven ervan. Sha'arawi's voorliefde ging uit naar het Arabisch, de taal van haar vader en de landstaal. Verder kreeg ze les in Turks, de taal van haar moeder en van het Egyptische hof,[d] Frans, de voertaal in de hogere kringen, en Perzisch. Sha'arawi werd ook onderwezen in kalligrafie, poëzie, geschiedenis en letterkunde. Verder leerde ze pianospelen en schilderen. Een sjeik leerde de Koranverzen niet alleen aan haar broertje maar ook aan haar, wat uitzonderlijk was. Door de gezamenlijke opvoeding kreeg Sha’arawi oog voor de verschillen in de opvoeding van meisjes en jongens, met name voor de extra aandacht die jongens kregen en hoe ze voorgetrokken werden. Het leidde bij haar tot teleurstelling en twijfel aan haar eigen identiteit.[10][12]

Zoals alle meisjes uit haar kringen werd Sha'arawi rond haar tiende jaar – in Egypte het begin van de puberteit – verplicht bij het uitgaan een lange mantel en een sluier te dragen. Vanaf die tijd was het haar bovendien verboden om te gaan met de zoons van huisvrienden, met wie ze tot dan toe vaker had gespeeld dan met meisjes.[13]

HuwelijkBewerken

Eerste periodeBewerken

Toen Sha'arawi twaalf was werd haar moeder Iqbal erover geïnformeerd dat iemand uit de hofkringen het plan opgevat zou hebben de hand van haar dochter te vragen, een verzoek dat niet afgewezen zou kunnen worden. Iqbal overlegde met Ali Sha'arawi, de voogd van haar kinderen en de beheerder van de nalatenschap van Sultan Pasja. Ze besloten dat Huda zou trouwen met haar voogd, om ervoor te zorgen dat haar erfenis in de familie zou blijven.[14] Ali Sha'awari was in de veertig en had een gezin in Opper-Egypte.[15] Na haar huwelijk met hem in 1892 bleef Sha'awari bij haar moeder in het ouderlijk huis wonen, wat zeer ongebruikelijk was.[16] Haar echtgenoot had contractueel vastgelegd dat hij zijn slavin/concubine de vrijheid schonk en dat hij zich verbond tot een monogame verbintenis met Sha'arawi. Als hij die belofte brak zou het huwelijk automatisch beëindigd worden. Toen na ruim een jaar bleek dat hij bij zijn concubine terug was en dat zij een kind verwachtte, verliet Sha'arawi haar man en leefde zeven jaar gescheiden van hem.[17]

OnderbrekingBewerken

Tot 1900, toen ze de volwassen leeftijd had bereikt, bleef zij in de harem van haar moeder wonen. Haar man was het niet met de scheiding eens en oefende via haar familie en kennissen druk op Sha'arawi uit om bij hem terug te keren. Ondertussen betaalde hij haar een maandelijkse toelage van vijftig pond. Ze nam nu zelf haar educatie ter hand en nam lessen Frans, Arabisch, schilderen, tekenen en piano.[17][18]

 
Eugénie le Brun, ca 1900

In de jaren negentig van de 19e eeuw, in de tijd dat Sha'awari weigerde haar echtgenoot te zien, voltrok zich in Egypte een aantal maatschappelijke veranderingen. Enkele vrouwen uit de bourgeoisie schreven boeken, poëzie en artikelen, waarin ze aandacht vroegen voor rechten en verantwoordelijkheden van vrouwen. Het merendeel was van Syrisch-christelijke afkomst, met een enkele islamitische of joodse schrijfster. Ook twee mannelijke advocaten, de kopt Murqus Fahmi en de moslim Qasim Amin, schreven boeken waarin ze pleitten voor meer vrouwenrechten. De publicaties gaven aanleiding tot meer dan dertig boeken die de nieuwlichterij bestreden. Als gevolg kregen vrouwen weliswaar ruimere mogelijkheden voor studie, recreatie en reizen, maar ze moesten omzichtig te werk gaan als ze de nieuwe mogelijkheden wilden benutten.[19]

In die periode werd Sha'awari's broer haar bondgenoot en hij droeg bij aan de verruiming van haar bewegingsvrijheid. Zo organiseerde hij een boottocht op de Nijl voor Sha'arawi en een aantal van haar vrouwelijke kennissen, onder wie de veel oudere Eugénie le Brun. Die boottocht was het begin van een nauwe relatie waarin Le Brun een soort mentrix werd, die Sha'awari voorbereidde op een leven als een moderne vrouw.[20][e]

 
Huda Sha'arawi ca. 1900

Om gezondheidsredenen ging ze in diezelfde tijd, in gezelschap van haar moeder, op vakantie naar Alexandrië. Daar zag zij hoe andere en vooral buitenlandse vrouwen leefden. Dat inspireerde haar om ook op een zelfstandige manier een grotere bewegingsvrijheid te realiseren.[22] Ze maakte steeds vaker kennis met vrouwen die betrokken waren bij feministische ontwikkelingen in Egypte. Daartoe behoorden ook Europese vrouwen, met name Françaises, die werkzaam waren als huisonderwijzeres in de harems van de Egyptische hogere kringen. Eugénie le Brun begon in die tijd de eerste literaire salon in Egypte, waar gediscussieerd werd over het dragen van een sluier, en afzondering van vrouwen. Sha'arawi was de jongste deelneemster.[23].

Tweede periodeBewerken

Rond de eeuwwisseling stemde Sha'awari erin toe haar echtgenoot weer te ontmoeten, maar ze bleef wonen in haar ouderlijk huis. In 1903 werd haar dochter Bathna geboren en in 1905 haar zoon Mohammed. In verband met ernstige gezondheidsklachten van haar beide kinderen trok zij zich enkele jaren terug uit het openbare leven. Samen met haar echtgenoot bezocht zij met hun kinderen enkele artsen en ziekenhuizen in Europa. Na herstel van haar kinderen en nadat haar mentrix Eugénie le Brun in 1908 was overleden, mengde Sha'arawi zich opnieuw in het openbare leven.

Strijd voor vrouwenrechtenBewerken

Openbare lezingenBewerken

Een jaar na het overlijden van Eugénie le Brun arriveerde Marguerite Clément in Egypte.[f] Zij maakte met subsidie van de Carnegie Stichting een rondreis door landen in het Midden-Oosten. Nadat ze kenbaar het gemaakt dat ze Egyptische vrouwen wilde ontmoeten, werd ze door een Egyptische vriend voorgesteld aan Sha'arawi. Clément informeerde naar de mogelijkheden om lezingen te houden voor Egyptische vrouwen. Sha'awari was geïnteresseerd en stelde haar twee onderwerpen voor, de verschillen tussen het leven van oriëntaalse en westerse vrouwen, en maatschappelijke gebruiken als het sluieren. Omdat Sha'awari nog erg jong was, vroeg Clément haar of ze een oudere vrouw kende onder wier patronaat zij de lezing zou kunnen houden. Prinses Ain al-Hayat, met wie Sha'arawi op vriendschappelijke voet stond, wilde het patronaat desgevraagd op zich nemen. Op verzoek van Sha'arawi stelde de Universiteit van Caïro een collegezaal beschikbaar. Op vrijdag, dan waren er geen colleges en geen studenten.[25]

 
Malak Hifni Nasif, begin 20e eeuw

Het was de eerste openbare lezing voor vrouwen die ooit in Egypte was gehouden. De belangstelling was zo groot dat de vrouwen besloten een serie lezingen te organiseren. De beschermheer van de universiteit, prins Ahmed Foead, liet daartoe op vrijdagen een collegezaal reserveren. Weldra begonnen ook Egyptische vrouwen lezingen te geven, onder wie de schrijfster Malak Hifni Nasif.[26] Onder de naam Bahitha al-Badiyya (Zoekende in de woestijn) schreef ze gedichten en daarnaast publiceerde ze over de positie van vrouwen. Ze was de eerste vrouw die, op het Eerste Egyptische Congres in Heliopolis in 1911, eisen voor vrouwenrechten formuleerde.[27]

Zo kwamen Sha'arawi's standgenoten geleidelijk in contact met vrouwen uit de bourgoisie. Vrouwen uit de hogere kringen hadden les hadden gekregen in de harem, binnen de beschermde omgeving van de familie, terwijl vrouwen uit de bourgeoisie vaak opgeleid waren aan een meisjesschool.[g] De vrouwen behoorden tot twee streng gescheiden lagen van de bevolking en werden tijdens de lezingen en de daarop volgende discussies voor het eerst geconfronteerd met elkaars leefwijze.

GezondheidszorgBewerken

Aan het begin van de 20e eeuw veranderde de houding van de Egyptische koninklijke familie ten opzichte van maatschappelijke problemen. De familie was van Ottomaanse origine en hield zich afzijdig van de Egyptenaren. Er was contact met de Egyptische bovenlaag, waartoe Sha'arawi behoorde, via bezoeken en recepties, maar daarbij werd afstand bewaard. In de traditie van noblesse oblige deden de prinsessen goede werken, echter zonder zich te bemoeien met de maatschappelijke noden. Daarin bracht prinses Ain al-Hayat verandering. In 1909 nodigde zij Sha'arawi uit deel te nemen aan de oprichting van het eerste liefdadige genootschap in Egypte dat niet door buitenlandse instanties werd geleid.[29][h]

Met financiële steun van de prinsessen en een aantal Egyptische vrouwen werd een consultatiebureau gesticht voor arme kinderen en vrouwen. Op voorstel van Sha'arawi werd in de plannen opgenomen dat aan het consultatiebureau een school zou worden verbonden waar les kon worden gegeven in kinderverzorging, gezinshygiene en huishoudkunde. Het consultatiebureau kreeg de naam 'Mabarat' (filantropisch genootschap) Mohammed Ali, naar de stadswijk waarin het bureau gelegen was. Toen de werkzaamheden van de Mabarat zich uitbreidden werd Sha'arawi benoemd tot hoofd van het uitvoerend comité. Met dit bureau verwierven de initiatiefneemsters voor het eerst een eigen ontmoetingsplaats buiten de harem. Bovendien deden ze bestuurservaring op waardoor ze ook andere campagnes konden organiseren.[27]

Intellectuele Vereniging van Egyptische vrouwenBewerken

In al deze ontwikkelingen zag Sha'arawi het ontwaken van een upper-class-feminisme en dit vroeg om een organisatie die vrouwen bij elkaar zou kunnen brengen om zich verder te ontwikkelen op intellectueel, maatschappelijk en recreatief gebied. Alweer met medewerking van verschillende prinsessen richtte zij in 1914 de 'Intellectuele Vereniging van Egyptische vrouwen' op. Sha'arawi organiseerde bij haar thuis en in de universiteit lezingen voor Egyptische en Europese vrouwen die lid waren. Marguerite Clément, met wie Sha'arawi correspondeerde, kwam uit Frankrijk over om een aantal lezingen te geven. De bedoeling was dat de vereniging zou beschikken over een eigen lokaliteit, maar door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd dat plan op de lange baan geschoven.[31].

Privé problemenBewerken

In die periode werd Sha'arawi geconfronteerd met een ernstige ziekte van haar zoon Mohammed. De Egyptische artsen konden de oorzaak niet vinden en adviseerden Sha'arawi met hem naar specialisten in Europa te gaan. De reis werd ondernomen door Sha'awari, haar man, haar broer met zijn echtgenote, en hun kinderen. Specialisten in Parijs raadden voor Mohammed een kuur in de bergen aan. Haar man liet zich ook onderzoeken en werd verwezen naar de minerale bronnen van Vittel. Besloten werd de reis naar de bergen uit te stellen tot na de behandeling in Vittel. Tijdens de kuur van haar man bleef Sha'arawi alleen in Parijs achter. Door toedoen van Marguerite Clément maakte ze kennis met de Franse vrouwenbeweging, die ijverde voor vrede en stemrecht.[32]

Eind juli vertrok het gezelschap naar Zwitserland, maar gedwongen door de uitbraak van de oorlog besloot Sha'awari's man de reis af te breken. Slechts met de grootste moeite slaagden ze erin Egypte te bereiken. Toen ze op 19 augustus arriveerden in Alexandrië werd Sha'arawi telegrafisch op de hoogte gesteld van het overlijden van haar moeder. In de tijd daarna onderhield ze een nauw contact met haar broer met wie ze vaak van gedachte wisselde over de politieke onrust die in Egypte ontstond als gevolg van de oorlog. Haar broer overleed plotseling in 1917.[33] Een jaar later overleed haar vriendin, schrijfster Malak Hifni Nasif. Bij de herdenking van haar dood beklom Sha'arawi, voor het eerst, 39 jaar oud, in het openbaar het podium en sprak in het Arabisch over de verdiensten van de schrijfster.[27]

Rond die tijd verslechterde de relatie van Sha'arawi met haar man. Die stelde voor de hand van de dochter van Sha'arawi´s overleden broer te vragen voor zijn zoon Hasan. Naila, het meisje, was veertien en Hasan, geboren uit een eerdere relatie van zijn vader, was twintig. Hij studeerde nog aan een Engelse universiteit en had naar de mening van Sha'arawi onvoldoende capaciteiten. Bezorgd om de toekomst van haar nicht verzette zij zich tegen het plan, tot woede van haar man. Hasan probeerde de spanning tussen zijn vader en Sha'arawi te vergroten en zijn stiefmoeder te intimideren. Sha'arawi vatte het plan op haar echtgenoot te verlaten.[34][35]

Verzet tegen de Britse overheersingBewerken

Britse bezettingBewerken

Al in haar vroege jeugd kreeg Sha'arawi met de invloed van de Britse bezetting te maken, doordat haar vader, Sultan Pasja, sterk betrokken was bij diverse verwikkelingen rond de komst van de Engelsen naar Egypte. De opkomst van de Egyptische nationale beweging heeft Sha'arawi in haar memoires beschreven als een hoogtepunt en een moment van overgang, waarbij vrouwen actief waren en tegelijkertijd de ondergang van de harem aankondigde.[36] In 1918 was Sha'arawi's echtgenoot, Ali Sha'arawi, een van de drie Egyptische vertegenwoordigers die naar de Britse Hoge Commissaris gingen. Zij verzochten hem een delegatie (wafd in het Arabisch) naar Londen te mogen sturen om de Britse regering de Egyptische aanspraken op onafhankelijkheid voor te leggen. Toen dit verzoek werd afgewezen, richtten de mannen de Wafd-partij op om namens de eigen natie te kunnen spreken.[37] Tien maanden later werd het Centrale Comité van Wafdistische Vrouwen gevormd. Sha'arawi werd voorzitter. Het waren deze vrouwen en mannen die de strijd voor de nationale onafhankelijkheid van Egypte aanvoerden. De oprichting van deze beweging markeerde een keerpunt in de Egyptische samenleving: nog nooit waren zo veel vrouwen betrokken geweest bij politiek activisme.

Het verzet van vrouwenBewerken

Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog eisten de Egyptenaren opnieuw onafhankelijkheid. Omdat het hoofd van de Wafd en andere leiders werden gearresteerd, kreeg Sha'arawi's echtgenoot de leiding. Vanaf 9 maart 1919 werd er gedemonstreerd. Over de zestiende van die maand deed Sha'arawi in haar memoires uitgebreid verslag van de enkele honderden vrouwen, jong en oud, die zich in het stadspark verzamelden en vervolgens met vlaggen en spandoeken en het roepen van leuzen door de stad trokken. Tenslotte omsingelden de Engelsen met machinegeweren de stoet. Sha'arawi liep naar voren en riep de militairen toe: Laat mij maar sterven, dan heeft Egypte een Edith Cavell. Ze riep de vrouwen op haar te volgen.[38]

Toen in 1922 de bevochten onafhankelijkheid een feit was en er om normalisering werd geroepen - vrouwen weer terug naar het oude haremleven - was Sha'arawi zelf vrij van het juk van een patriarchaal gezin. Haar echtgenoot was, evenals haar vader en haar broer, overleden. Zij was een geziene vrouw van in de veertig, ideologisch en praktisch toegerust, en had het beheer over een enorm eigen vermogen. Respect van haar omgeving ontleende ze aan haar familie en stand en vooral aan haar eigen onberispelijke gedrag door de jaren heen, waarbij haar rol in de onafhankelijkheidsstrijd haar extra aanzien en gezag verleende.[39]

Egyptische Feministische UnieBewerken

 
Huda met Safiyya Zaghlul, een vriendin, en echtgenote van Saad Zaghlul Pasja, nationalistisch leider

Na de onafhankelijkheidsstrijd richtte Sha'arawi zich meer op het feminisme.[40] In 1923 richtte ze de Egyptische Feministische Unie (EFU) op, een organisatie die streefde naar vrouwenkiesrecht, hervorming van de wetgeving inzake persoonlijke status en verbeterde onderwijskansen voor meisjes en vrouwen. In dat jaar werd ook de Egyptische grondwet afgekondigd. Tegen de hoop van de vrouwen in beperkte de kieswet zich tot het stemrecht voor mannen. Het jaar daarop wist Sha'arawi haar eerste overwinning op het terrein van de wetgeving te boeken doordat de wettelijke huwbare leeftijd van meisjes van dertien werd verhoogd naar zestien jaar.[41]

De andere tien leden van het eerste uur van de EFU waren op een na vrouwen uit de elite. De overgang van Sha'arawi en andere pioniers naar het feminisme ging gepaard met allerlei tegenstrijdigheden. Volop actief binnen de feministische en nationalistische politiek, intussen ook deelnemend aan internationale feministische congressen in het buitenland, werden de vrouwen in het dagelijks leven met allerlei beperkingen geconfronteerd. Oude conventies moesten niet zozeer met formele eisen, als wel met individuele daden van vrouwen afzonderlijk overwonnen worden.[42][43][44] In 1924 legde Sha'arawi het voorzitterschap van het Centrale Comité van Wafdistische Vrouwen neer.[45]

Als voorzitter van de EFU reisde Sha'arawi met enige regelmaat naar feministische congressen in Europa om daar de Egyptische vrouwen te vertegenwoordigen. In het jaar van oprichting ging ze als hoofd van de delegatie van de EFU naar de internationale feministische bijeenkomst in Rome. Vanaf dat moment tot aan haar dood in 1947 heeft zij de feministische beweging geleid.

Opmerkelijk in die periode van leiderschap van de feministische beweging en Huda's streven naar vrouwenkiesrecht was de ontmoeting, die zij in april 1935 had met de Turkse president Mustafa Kemal Atatürk. Dat jaar werd de 12e Internationale Vrouwenconferentie in Istanbul gehouden. Huda werd tot vice-president van deze bijeenkomst gekozen. De Turkse hoofdstad was een voorbeeldige lokatie voor deze bijeenkomst van internationale feministen omdat Turkse vrouwen tijdens het presidentschap van Atatürk gelijke burgerrechten hadden gekregen. In 1930 kregen zij stemrecht bij lokale verkiezingen en in 1934 volledig algemeen stemrecht.

Huda schreef hierover in haar dagboek:[46]

Na afloop van de conferentie in Istanbul kregen we een uitnodiging om de viering bij te wonen die werd gehouden door Mustafa Kemal Atatürk, de bevrijder van het moderne Turkije, in de salon naast zijn kantoor. 'Na enkele ogenblikken ging de deur open en kwam Atatürk binnen, omgeven door een aura van majesteit en grootsheid, en een gevoel van prestige overheerste. Toen ik aan de beurt was, sprak ik rechtstreeks met hem zonder vertaling en de scène was uniek voor een oosterse moslimvrouw, die opkwam voor de Internationale Vrouwenautoriteit en een toespraak hield in de Turkse taal.

Feministische mannenBewerken

Het bijzondere van de Egyptische feministische beweging was dat hiervan eerder sprake was bij mannen dan onder vrouwen. Vroeg in de negentiende eeuw was men zich al bewust van het belang van het opnemen van vrouwen in de vaart van nationale ontwikkelingen.[47] Als gevolg van het door de overheid aan het eind van de negentiende eeuw aangeboden onderwijs begonnen vrouwen uit de bourgeoisie - onder wie ook schrijfsters van moslim en joodse afkomst - tijdschriften uit te geven. Daarop gingen ook enkele mannen, zonder enige opdracht van staat of kerk, de positie van vrouwen analyseren. Egypte's 'onderontwikkeling', schreven zij in toneelstukken en boeken toe aan de positie van vrouwen en het gezin. Het klein houden van vrouwen zou zowel binnen kringen van moslims als van kopten gebeuren. Deze publicaties hadden slechts een klein bereik.[48]

De sluierBewerken

 
Huda met sluier

Een voorbeeld van de tegenstrijdigheden in het veranderende leven van vrouwen, was het gebruik van de sluier waarvan Sha'arawi en vele andere schrijfsters en activistes voorbeelden gaven. Belangrijk was wat ze zelf in haar memoires over de sluier schrijft. Deze kwam ter sprake toen Sha'arawi nog gescheiden leefde van haar man en haar vriendin Eugénie le Brun haar onder haar hoede had genomen en in haar salon allerlei maatschappelijke onderwerpen aan de orde stelde speciaal het sluieren. Hoewel ze zei de kledij van Egyptische vrouwen te bewonderen, vond ze wel dat de sluier hun ontplooiing in de weg stond. Ook gaf de sluier buitenlanders een verkeerde indruk. Zij zagen die als een handig masker voor zedeloos gedrag.[49]

Sha'arawi legde in 1923 de sluier af. Hoe dat gebeurde, beschrijft Margot Badran in de inleiding van Haremjaren (p. 13): Op een voorjaarsdag in 1923 stapte een grote groep vrouwen met sluiers en lange zwarte mantels bij het station van Caïro uit hun koetsjes om twee vriendinnen te begroeten, die terugkeerden van een internationale feministische bijeenkomst in Rome. Sha'arawi en Saiza Nabarawi stapten uit de trein. Op de treeplank trok Sha'arawi - gevolgd door Saiza, de jongste van de twee - opeens de sluier van haar gezicht. Onder de wachtende vrouwen barstte een luid applaus los. Sommigen volgden hun voorbeeld. Deze moedige daad kondigde het eind aan van het haremstelsel in Egypte en begon de tweede helft van Sha'arawi's leven, waarin ze aan het hoofd zou staan van een vrouwenbeweging.[50] Binnen een decennium na Sha'arawi's daad kozen nog weinig vrouwen ervoor om een sluier te dragen.

BetekenisBewerken