Hoofdmenu openen

Hubert Leynen

politicus uit België (1909-1997)

Hubert Leynen (Overpelt, 17 april 1909Hasselt, 5 augustus 1997) was een Belgisch journalist, schrijver en federaal christendemocratisch politicus voor de CVP. Zijn leven werd voornamelijk bepaald door zijn activiteiten als journalist, politicus en schrijver. Ze liepen parallel met de ontwikkeling van de provincie Limburg.

Hubert Leynen
Hubert Leynen (1909-1997)
Hubert Leynen (1909-1997)
Geboren Overpelt, 17 april 1909
Overleden Hasselt, 5 augustus 1997
Kieskring Flag of Limburg (Belgium).svg Hasselt
Regio Vlag Vlaams Gewest Vlaanderen
Land Vlag van België België
Functie Politicus
Journalist
Redacteur
Auteur
Partij CVP
Religie Rooms-katholiek
Functies
1933 - 1977 Hoofdredacteur Het Belang van Limburg
1936 - 1938 Redactiesecretaris De Nieuwe Staat
1938 - 1938 Gemeenteraadslid Sint-Jans-Molenbeek
1946 - 1953 Gemeenteraadslid Hasselt
1949 - 1977 Provinciaal senator
1951 - 1977 Parlementslid Raad van Europa[1]
1954 Belgische Afgevaardigde VN
1958 - 1977 Afgevaardigde West-Europese Unie
1970 - 1974 Parlementair ondervoorzitter Raad van Europa
1971 - 1977 Lid Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap[2]
1971 Fractievoorzitter CVP-PSC Senaat
1971 - 1972 Fractievoorzitter RvE en WEU
1974 - 1977 Ondervoorzitter Senaat
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Inhoud

JeugdBewerken

Leynen was de oudste in een arbeidersgezin met 13 kinderen en kende een moeilijke jeugd. Zijn ouders, Pieter-Andries Leynen (1885-1980) en Francina Martens (1888-1918), waren van bescheiden afkomst en reeds op vijfjarige leeftijd zag hij zijn vader vertrekken naar de oorlog, waarbij hij krijgsgevangen werd genomen en in Nederland ondergebracht. Zijn moeder vluchtte met de kinderen naar Budel in Nederland, vanwaar zij afkomstig was. Ze gingen in Best wonen waar de vader geïnterneerd was. Het gezin breidde uit door de geboorte van een tweede zus. De moeilijke oorlogsjaren in Nederland eindigden met het plotse overlijden van de moeder in 1918.

Tijdens die jaren wisselde hij zesmaal van school. Na het overlijden van zijn moeder werden de kinderen eerst opgevangen bij verschillende familieleden in Nederland, terwijl vader Leynen terugkeerde naar Overpelt waar hij hertrouwde met Christina Smits (1894-1953) met wie hij nog acht kinderen kreeg. Ook de vijf kinderen uit het eerste huwelijk vervoegden het gezin.

Leynen volbracht zijn Latijns-Griekse humaniora aan het juvenaat van het Sint-Gummaruscollege in Lier, die hij in 1928 als primus beëindigde. Universitaire studies kon hij niet ambiëren vanwege het ontbreken van financiële middelen. Dit was voor hem later een belangrijke motivatie om te streven naar democratisering van het hoger onderwijs en het oprichten van een universiteit in Limburg.

Hij trouwde in 1933 met Elisa Leijssen (1909-1963) en zij hadden twee kinderen. Na het overlijden van zijn echtgenote in 1963, hertrouwde hij in 1965 met Marie-Thérèse Grouwels (1926-1983).

JournalistBewerken

Na zijn humaniorastudies werd Leynen door zijn retorica-leraar, de latere rector-magnificus Honoré Van Waeyenbergh van de Universiteit Leuven, geïntroduceerd bij Frans Van Cauwelaert, die toen burgemeester van Antwerpen was, en werd hij aangeworven voor een stage bij het dagblad De Standaard in Brussel.

Het jaar daarop keerde hij naar Overpelt terug en werd bestuurssecretaris bij de Metaalfabriek van Overpelt. In 1930 besliste Frans Theelen, volksvertegenwoordiger en uitgever van weekbladen, een dagblad uit te geven. Hij nam Leynen aan als hoofdredacteur van de zes Concentra-weekbladen met als opdracht journalistieke vorm te geven aan Het Belang van Limburg dat in 1933 verscheen, door de fusie van de weekbladen.

Van 1930 tot 1976 bleef hij aan Het Belang van Limburg als hoofdredacteur verbonden, met twee onderbrekingen. In de jaren 1936-1938 werd hij, op verzoek van letterkundige Paul de Mont, gecoöpteerd senator voor Rex-Vlaanderen en hoofdredacteur van dagblad De Nieuwe Staat, belast met de redactionele leiding van dit partij-orgaan. Hij verbleef toen in Brussel, waar hij in 1938 verkozen werd tot gemeenteraadslid was van Sint-Jans-Molenbeek. In 1938 keerde hij terug naar Hasselt en Het Belang van Limburg. Een tweede onderbreking tijdens de oorlogsjaren 40-45, waarin de krant niet verscheen.

In zijn dagelijkse artikels, die hij ondertekende als Tenax, ijverde hij voor het welzijn en de toekomst van de provincie Limburg. In hart en ziel ben ik altijd journalist geweest, en ik zou nooit gelukkig zijn geweest in een ander beroep, zo verklaarde hij op het einde van zijn loopbaan.

SchrijverBewerken

Reeds van in zijn jeugd was schrijven zijn passie. Zijn vrije tijd besteedde hij aan lezen en schrijven. Hij was tevens medestichter van de Vereniging van Limburgse Schrijvers. Tijdens de oorlogsjaren schreef hij een 15-tal romans en novellen. Na zijn journalistieke loopbaan ging zijn aandacht naar filosofen en grote schrijvers zoals Pythagoras, Voltaire, Galileo Galilei en Goethe. Over Voltaire publiceerde hij een boek ter gelegenheid van zijn 70e verjaardag en hij liet nog vele onuitgegeven manuscripten na. Hij was tevens een groot bezieler van Het Koninklijk Leesgezelschap van Hasselt.

Verschenen werken:

  • 1932: Kempische verhalen, uitgeverij Vlaamse Geluiden, Borgerhout
  • 1934: Bokkerijders in de Kempen, schuilnaam H. Van Pelt, uitgeverij Vlaamse Boekhandel, Antwerpen; 2e druk 1943, Uitgeverij Ignis, Brussel
  • 1935: De Achelse Kluis, geschiedkundige studie
  • 1935: Koobke, novelle, Limburgse Bijdragen, Hasselt
  • 1936: Onder den Walm: Roman van een werkjongen, uitgeverij Vanderdonck, Maaseik
  • 1936: Een eeuw weekbladpers in Limburg, uitgeverij De Vlijt, Antwerpen
  • 1939: De Teuten, volksroman, schuilnaam H. Van Pelt, verschenen als feuilleton in de krant
  • 1939: Het kind van den Koolput, Kerstnovelle
  • 1940: Zo ontstond de vereniging van Limburgse schrijvers
  • 1942: Het eeuwige beginnen, roman, uitgeverij Manteau, Brussel
  • 1942: Mathijs Winters, letterkundige studie, Oostlandreeks, uitgeverij Michiels, Tongeren
  • 1942: Overpelt tijdens de oorlogen der 16e en 17e eeuw, uitgeverij Verzamelde Opstellen, Hasselt
  • 1943: Overpelt tegen Floreffe, uitgeverij Verzamelde Opstellen, Hasselt, boekdeel 18
  • 1943: Kwelduivel, roman, uitgeverij Snoeck-Ducaju, Gent
  • 1943: Smokkelen, geromanceerde reportage, uitgeverij Ignis, Brussel
  • 1944: Stem van het bloed, roman, uitgeverij Ignis, Brussel
  • 1944: De buurt van St Jan, roman, uitgeverij Ons Land, Antwerpen
  • 1945: Mulder Lens, uitgeverij Snoeck-Ducaju, Gent
  • 1945: De avonturen van Krabbedas, schuilnaam Hugo Lino, Antwerpen
  • 1945: Het gesluierde verleden, Gent
  • 1946: Mina, roman van een mijnwerkersvrouw, uitgeverij Snoeck-Ducaju, Gent
  • 1947: Het smeulende vuur, vertaling werk van H. Ardel
  • 1953: De Europese Defensiegemeenschap, uitgeverij De Vlijt, Antwerpen
  • 1956: En ’t werd dag, Heideland, Hasselt
  • 1979: Voetsporen van Voltaire, Het Leesgezelschap, Hasselt

PoliticusBewerken

Naast de journalistiek was hij een geëngageerd politicus. In de jaren 1930 was hij lid van het bestuur van de Vlaamsch-Katholieke Politieke Jeugd en ondertekende in 1935 mee hun manifest. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij politiek actief voor de CVP. Vanaf 1969 maakte hij deel uit van het hoofdbestuur van de partij en vanaf 1972 was hij lid van het algemeen hoofdbestuur. Binnen de CVP behoorde hij tot de strekking die voorstander was van culturele autonomie, maar niet wilde weten van federalisme.

Van 1946 tot 1953 was Leynen gemeenteraadslid van Hasselt en van 1949 tot 1977 zetelde hij in de Senaat als provinciaal senator voor Limburg. In de periode december 1971-april 1977 had hij als gevolg van het toen bestaande dubbelmandaat ook zitting in de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap, die op 7 december 1971 werd geïnstalleerd en de verre voorloper is van het Vlaams Parlement. In de Senaat was hij van 1974 tot 1977 ondervoorzitter en in 1971 tijdelijk CVP-PSC-fractievoorzitter.

Hij streefde vooral naar meer industrie en betere infrastructuur in Limburg. De toekomstmogelijkheden voor de jongeren zag hij vooral in de ontwikkeling van het onderwijs en de oprichting van een eigen Limburgse Universiteit (LUC). De oprichting van het Limburgs Universitair Centrum, de Limburgse Economische Raad en het Bisdom Hasselt waren de drie belangrijkste realisaties die hij mee hielp realiseren.

Hij had ook oog voor de internationale dimensie. Hij geloofde in de toekomst van een verenigd Europa en zetelde daarom van 1951 tot 1977 in de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa, waarvan hij van 1970 tot 1974 de ondervoorzitter was. De oplossing van grensoverschrijdende problemen en de ontwikkeling van de Euregio waren zijn aandachtspunten. Zo was hij onder meer zeer betrokken bij het tot stand komen van het verdrag met Nederland over de Schelde-Rijnverbinding. Ook zetelde hij van 1958 tot 1977 in de Parlementaire Assemblee van de West-Europese Unie. Van 1971 tot 1972 was hij de voorzitter van de christendemocratische fractie in de Raad van Europa en de West-Europese Unie. Bovendien was hij in 1954 afgevaardigde bij de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

MandatenBewerken

OnderscheidingenBewerken

LiteratuurBewerken

  • Tijdschrift Oogst 1955 Koninklijke Oud-Studentenbond St Gummaruscollege Lier
  • Verslagen Belgische Senaat, Buitengewone Vergadering 30 oktober 1975 : 25 jaar parlementaire ambtsvervulling
  • Het Belang van Limburg ed. 3 en 4 april 1976 : Hubert Leynen op rust
  • Personeelsblad Onze Concentra nr 58 - 1979 : Ere-senator Hubert Leynen, een halve eeuw journalist
  • Het Belang van Limuburg ed/ 15 en 16 april 1989 : Weekend Portret Hubert Leynen
  • Université Libre Bruxelles, Faculté de Philosophie et Letrres, 1996-1997 proefschrift Caroline Point
  • Het Belang van Limburg ed. 7 augustus 1997 : In Memoriam

CitaatBewerken

Leynen over zijn schuilnaam Tenax: Laat ik vooraf zeggen, dat ik voor de oorlog en na de bevrijding de internationale situatie en inzonderheid het oorlogsgebeuren commentarieerde onder de schuilnaam ‘Joost’. Waarom Joost? Tijdens mijn humaniora studies las ik eens een stukje vers, dat ik kernachtig vond en optekende. De zinsnede was ‘Justum ac tenacem propositi virum’, ‘een man die rechtschapen en hardnekkig is in wat hij zich voorneemt’. Ik droeg het citaat vele jaren bij mij als een soort lijfspreuk. Die ‘justum’ heeft de geboorte verwekt van de schuilnaam ‘Joost’.

Voor de verkiezingen van 1949 schreef ik een reeks korte artikelen, waarin ik een meer positieve instelling ten opzichte van het politieke leven wilde aanprijzen. Om te verbergen, dat ze door mij werden geschreven, tekende ik ze met ‘Tenax’, de hardnekkige, het tweede element uit mijn lijfspreuk. Ik kreeg er zoveel brieven en reacties op, dat ze me verplichtten dit personage in leven te houden. Vanaf toen behield ik de schuilnaam voor het commentaar van de binnenlandse actualiteit, inzonderheid om de politieke journalist een beetje afgezonderd te houden van de politicus. Maar dat verstoppertje spelen heeft wel niet lang geduurd.

Externe linkBewerken