Een vierkante matrix van orde 4. De elementen aii vormen de hoofddiagonaal van een vierkante matrix. De hoofddiagonaal van de hierboven afgebeelde 4-bij-4 matrix bestaat uit de elementen a11 = 9, a22 = 11, a33 = 4 en a44 = 10.

In de lineaire algebra is de hoofddiagonaal van een vierkante matrix de rij elementen op de diagonaal die van linksboven schuin naar beneden loopt, dus de elementen met gelijke rij- en kolomindex. De tweede diagonaal in een matrix wordt de nevendiagonaal genoemd.

VoorbeeldBewerken

Stel dat de matrix A wordt gegeven door:

A =  .

De hoofddiagonaal van deze matrix bestaat uit de elementen –1, 2 en –5. De som van alle elementen op de hoofddiagonaal staat bekend als het spoor van de matrix. De andere diagonaal wordt de antidiagonaal genoemd.

DiagonaalmatrixBewerken

Een matrix waarvan alle elementen buiten de hoofddiagonaal 0 zijn, wordt een diagonaalmatrix genoemd.

Voorbeeld:  

EenheidsmatrixBewerken

Een diagonaalmatrix waarvan alle elementen op de hoofddiagonaal gelijk zijn aan 1 heet een eenheidsmatrix.