Hoofdmenu openen
Het Lieverdje
Het Lieverdje werd in 2012 omvergereden

Het Lieverdje is een beeld op het Spui in Amsterdam. Het beeld is gemaakt door de Amsterdamse beeldhouwer Carel Kneulman.

Gipsen en bronzen beeldjeBewerken

De benaming Lieverdje was door Henri Knap voor het eerst in 1947 gebruikt in zijn rubriek Amsterdams Dagboek in dagblad Het Parool. Hierin vertelde hij het verhaal van een kleine jongen van een jaar of tien, die een in de gracht gevallen hondje van de verdrinkingsdood had gered. Na dit eerste Lieverdje volgden meer van dergelijke verhalen. Het Lieverdje symboliseerde hierin de straatjongens van Amsterdam, altijd op zoek naar kattenkwaad maar met een gouden hart.

De organisator van festiviteiten en kinderspelen Sanny Hemerik of het Comité 1959 tot Activiteit in Amsterdam nam het initiatief om de beeldhouwer Carel Kneulman opdracht te geven voor een beeldje van een straatschoffie.[1] Het gipsen model werd op 2 mei 1959 onthuld door Jan en Nel Voortman.[2] Er was destijds nog sprake van dat een definitieve versie in brons op de Noordermarkt zou worden geplaatst.[3] Stadsbeeldhouwer Hildo Krop zou spontaan hebben geroepen dat het beeldje op het Spui moest blijven.

Omdat het beeld van gips was kon het maar kort blijven staan. Henri Knap vroeg zijn Parool-lezers om een bijdrage voor een bronzen versie, maar dat leverde onvoldoende op. Daarop benaderde hij een Rotary-relatie, werkzaam bij sigarettenfabrikant Crescent uit Eindhoven. De sigarettenfabriek bleek bereid het project te financieren. Op 10 september 1960 werd het Lieverdje onthuld door Emma van Hall-Nijhoff, echtgenote van burgemeester Van Hall .[4]

ProvoBewerken

In de jaren zestig werd het door de sigarettenfabriek gesponsorde beeldje het mikpunt en trefpunt van de "anti-rookmagiër" Robert Jasper Grootveld en zijn aanhang. Koosje Koster deelde er krenten uit, wat de Amsterdamse politie zag als een provocatie. De onbeheerste reacties van de "kippen" leidden weer tot provocaties, en zo ontstond rond het Lieverdje de beweging Provo. Grootveld verklaarde later dat hij van de confrontaties met de politie soms een "manische euforie" over zich heen kreeg. In 1964 begon hij met theatrale redevoeringen tegen de tabaksindustrie. Die betitelde hij als happenings. "Het ritueel bij Het Lieverdje werd een draaikolk die de hele stad zou meesleuren", aldus Rob Stolk.[5] Eind 1966 werd het stil rondom het Lieverdje.[6]

Latere ontwikkelingenBewerken

Het beeld werd regelmatig feestelijk aangekleed, maar ook beklad en zelfs een keer gekidnapt. Op 20 november 2012 werden het beeld en de sokkel omver gereden door een achteruitrijdende vrachtwagen. Het beeld raakte daarbij beschadigd.[7] Het werd gerepareerd en werd op vrijdag 21 december 2012 teruggeplaatst.[8]

In 2015 leidde een strafvervolging van demonstranten wegens brandstichting bij het beeld tot belangwekkende jurisprudentie over geweld en de reikwijdte van de demonstratievrijheid: het in brand steken van het standbeeld werd aangemerkt als openlijke geweldpleging, waarbij het kader van een demonstratie en een beroep op de vrijheid van meningsuiting niets kon afdoen van de strafbaarheid van de gedraging. [9] [10] [11]

Roze LieverdjeBewerken

Genoemd naar het beeld is het Roze Lieverdje, een prijs die in 2006 werd ingesteld door RozeLinks, de LHBT-werkgroep van de politieke partij GroenLinks. De uitreiking vindt om het jaar plaats op Valentijnsdag, tijdens een feestelijke bijeenkomst bij het grote beeld op het Spui.[12][13][14]

Canon van AmsterdamBewerken