Hoofdmenu openen

LevensloopBewerken

Hij was een jongere zoon van landgraaf Lodewijk II van Thüringen en diens gemalin Judith van Hohenstaufen, een halfzus van keizer Frederik I Barbarossa. Samen met zijn oudste broer, de latere Lodewijk III, werd hij onder andere aan het hof van koning Lodewijk VII van Frankrijk opgevoed.

In 1180 steunden Herman en zijn broer Lodewijk III keizer Frederik I Barbarossa von Hohenstaufen in diens conflict met Hendrik de Leeuw en het Welfische Huis. De broers werden gevangengenomen en een jaar later vrij gelaten.

In 1181 kreeg Herman van zijn broer Lodewijk het paltsgraafschap Saksen, dat Lodewijk op zijn beurt in 1180 van keizer Frederik Barbarossa had gekregen. Toen zijn broer Lodewijk, die geen mannelijke erfgenamen had, in 1190 tijdens de Derde Kruistocht stierf, volgde Herman hem op als landgraaf van Thüringen. In 1197 nam hij deel aan de kruistocht die keizer Hendrik VI organiseerde, maar na de plotse dood van Hendrik werd afgebroken.

Na de dood van Hendrik brak er tussen Filips van Zwaben en Otto van Brunswijk, keizer Otto IV, een machtsstrijd uit over de Rooms-Duitse troon, die tot in 1208 duurde. Landgraaf Herman wisselde meermaals van zijde om zo zijn grondgebied te kunnen uitbreiden, want het zou toch niet uitmaken wie er won. De huwelijkspolitiek van Herman was daar ook op gericht. Vanaf 1211 steunde hij Frederik II, de kleinzoon van Frederik Barbarossa, in zijn strijd om de Rooms-Duitse troon en nodigde hem uit naar Duitsland te komen. Saksische edelen vielen daarop Thüringen aan, maar Frederik II arriveerde in 1212 net op tijd.

Als landgraaf van Thüringen promootte Herman I de literatuur, waar hij in zijn periode aan het hof van koning Lodewijk VII van Frankrijk kennis mee had gemaakt. Zo steunde hij Hendrik van Veldeke en Wolfram von Eschenbach, die een deel van zijn Parzival op de Wartburg schreef.

In april 1217 overleed hij in de stad Gotha, waarna hij in een klooster in Reinhardsbrunn (in Friedrichroda bij Gotha) werd begraven. De grafstenen van de familieleden werden later overgebracht naar de St. Joris kerk in Eisenach.

Huwelijken en nakomelingenBewerken

In 1182 huwde Herman met Sophia van Sommerschenburg en kreeg met haar twee dochters:

Na de dood van zijn eerste vrouw trouwde Herman in 1196 met Sophia van Wittelsbach, dochter van hertog Otto I van Beieren. Ze kregen zes kinderen: