Hoofdmenu openen

Hendrik I van Nassau-Siegen

Graaf van Nassau-Siegen

Hendrik I van Nassau-Siegen (ca. 1270 - augustus (?) 1343)[1] was graaf van Nassau-Siegen, een deel van het graafschap Nassau, en stamvader van het huis Nassau-Siegen. Hij stamt uit de Ottoonse Linie van het huis Nassau.

Hendrik I
Ontwerptekening van Bernard van Orley voor het wandtapijt met Hendrik I van Nassau-Siegen en Adelheid van Heinsberg en Blankenburg
Ontwerptekening van Bernard van Orley voor het wandtapijt met Hendrik I van Nassau-Siegen en Adelheid van Heinsberg en Blankenburg
Nassau wapen.svg Graaf van Nassau
Regeerperiode 1289/90-1303
Mederegent Emico
Johan
Voorganger Otto I van Nassau
Opvolger n.v.t.
Nassau wapen.svg Graaf van Nassau-Siegen
Regeerperiode 1303-1343
Voorganger n.v.t.
Opvolger Otto II
Militaire informatie
Slagen/oorlogen Slag bij Göllheim 1298
Huis Nassau-Siegen
Vader Otto I van Nassau
Moeder Agnes van Leiningen
Geboren ca. 1270
Gestorven augustus (?) 1343
Partner Adelheid van Heinsberg en Blankenburg
Religie Rooms-Katholiek
Wapenschild
Wapen van de Ottoonse Linie

Inhoud

BiografieBewerken

Hendrik was de oudste zoon van graaf Otto I van Nassau en Agnes van Leiningen,[1][2][3] dochter van graaf Emico IV van Leiningen en Elisabeth.[1][2]

Graaf van NassauBewerken

Hendrik volgde in 1290 zijn vader op samen met zijn broers Emico en Johan.[4]

Hendrik was een bondgenoot van zijn neef rooms-koning Adolf van Nassau en was in 1294, 1295 en 1297 bevelhebber van het rijksleger tegen landgraaf Albrecht de Ontaarde van Thüringen.[5] In 1297-1298 was Hendrik plaatsvervanger van de koning en stadhouder van het markgraafschap Meißen en het land Pleißen.[5]

Op 26 februari 1298 verpandde koning Adolf zijn neven Hendrik en Emico voor 1000 mark Keulse penningen de ijzer- en zilvermijn Ratzenscheid bij Wilnsdorf in het Siegerland en de overige groeven in hun gebied waar zilver gewonnen kon worden.[5] Daarmee werd de grondslag gelegd voor de Bergregal (de rechten op de bodemschatten in hun gebied) van de graven van Nassau. Aan de zijde van koning Adolf vochten Hendrik en Emico op 2 juli 1298 in de Slag bij Göllheim, waarbij Adolf sneuvelde.[6]

 
Slot Siegen
 
Burcht Ginsburg

Graaf van Nassau-SiegenBewerken

Het graafschap Nassau werd na een lang geschil in 1303 onder de drie overlevende broers verdeeld. Hendrik verkreeg Siegen, Ginsburg, Haiger[7] en de heerlijkheid Westerwald.[2][3][8] Later verkreeg hij de voogdij Krombach en het recht op het Gericht Selbach im Freien Grund.[5][9]

In een oorkonde gedateerd 28 februari 1305 bereikten “Henricus comes de Nassauwe” en “fratri nostro Emichoni comiti ibidem … eius … conjugi … Anne” overeenstemming over de verdeling van de erfenis van “auum nostrum Emichonem comitem de Liningen et ex morte Emichonis filii sui comitis ibidem nostri avunculi”.[2]

Hendrik kocht in 1309 de geslachten von Wilnsdorf en vom Haim uit en maakte hen tot leenmannen van Nassau.[5] Hij verkreeg in 1311 de helft en twee jaar later geheel Molsberg,[3] verwierf in 1314 de proosdij Eibelshausen[8] en verwierf tot slot het ambt Ebersbach.[8]

In het conflict tussen Frederik "de Schone" van Oostenrijk en Lodewijk de Beier stond Hendrik met zijn broers aan de zijde van de eerste.[10]

Na het sneuvelen van zijn broer Johan in de Slag bij Hermannstein bij Wetzlar in 1328 erfde Hendrik al diens bezittingen (het graafschap Nassau-Dillenburg) omdat zijn andere broer Emico afzag van zijn deel van de erfenis.[10][11]

Huwelijk en kinderenBewerken

Hendrik huwde vóór 1302[1][2] met Adelheid van Heinsberg en Blankenburg († na 21 mei 1343),[1][2] dochter van heer Dirk II van Heinsberg en Blankenburg en Johanna van Leuven[1][2] (een kleindochter van hertog Hendrik I van Brabant).
Uit dit huwelijk werden geboren:

  1. Agnes († 29 oktober 1316/18), huwde ca. 1314 met heer Gerlach II van Isenburg-Limburg († 2 april 1355).[2]
  2. Otto (ca. 1305 - december 1350/januari 1351),[1][2][3] volgde zijn vader op als graaf van Nassau-Siegen.
  3. Hendrik (ca. 1307 - 24 februari 1378 (1380?)),[1] volgde zijn vader op als graaf van Nassau-Beilstein.