De Heinkel He 111 werd ontworpen door Siegfried en Walter Günter voor Heinkel Flugzeugwerke in 1934. Om de eisen (omschreven in Deel V) van het Verdrag van Versailles te omzeilen, werd de He 111 officieel ontwikkeld als een passagierstoestel voor Lufthansa. Maar deze was van het begin af hoofdzakelijk ontworpen als bommenwerper voor de Duitse Luftwaffe. Daarom werd het ook wel 'geheime bommenwerper' of 'wolf in schaapsvacht' genoemd. Het prototype vloog voor het eerst op 24 februari 1935. Na verdere ontwikkeling van het ontwerp werd het type voor het eerst tijdens de Spaanse Burgeroorlog met het Legion Condor en met latere modellen gedurende de Tweede Wereldoorlog ingezet. Het was de ruggengraat van de Duitse bommenwerpervloot die uiteindelijk aan alle fronten dienst deed.

Heinkel He 111H-6
Heinkel He 111
Algemeen
Fabrikant Heinkel
Rol Bommenwerper
Bemanning 5
Varianten V1, V2, V3, 111A-0, 111B, 111F, 111P, 111H, 111Z, 2.111
Status
Gebruik Duitsland (1936-?), Spanje (?-1965),Italië,Bulgarije, China, Hongarije, Roemenië en Slowakije
Afmetingen
Lengte 16,6 m
Hoogte 4,2 m
Spanwijdte 22,6 m
Vleugeloppervlak 87,6 m²
Gewicht
Leeggewicht 7720 kg
Startgewicht 12030 kg
Max. gewicht 14075 kg
Krachtbron
Motor(en) 2× Jumo 211F-1 watergekoelde inverted V-12
Vermogen elk 986 kW
Prestaties
Topsnelheid 400 km/u
Klimsnelheid (naar 5185m) 4,3 m/s
Actieradius 2800 km
Dienstplafond 8390 m
Bewapening
Boordgeschut 7×7.92 mm MG 15 of MG 81 mitrailleurs, sommige vervangen door 1× 20 mm MG FF kanon (midden op de neus), 1× 13 mm MG 131 mitrailleur (boven de achterste cockpit)
Bommen 2000kg extern en 1×500 kg intern of intern 2000 kg
Portaal  Portaalicoon   Luchtvaart

Op 1 september 1939 startte Fall Weiss en daarmee viel Duitsland als 1ste Polen binnen. Dit om hun deel van het Duits-Sovjet Molotov-Ribbentroppact uit te voeren. Hierbij werden de eerdere versies, die uitvoerig getest waren tijdens hun inzet bij het Legion Condor, ingezet naast nieuwere He 111P varianten met de nieuwe gestroomlijnde glazen neus. Ook tijdens de Blitzkrieg, die met Fall Gelb startte op 10 mei, werden de 111Ps en ook de eerste 111H varianten veelvuldig ingezet. Waaronder Kampfgeschwader 54 "Totenkopf", die het toestel gebruikte bij het bombardement op Rotterdam.

Tijdens de Slag om Engeland bleek door het ontbreken van voldoende defensieve bewapening tijdens dagbombardementen de kwetsbaarheid van het toestel bij de confrontatie met de Hurricanes en Spitfires van de RAF. In 1940 nam het toestel 's nachts deel aan de bombardementen op Engelse steden waaronder Coventry. In 1941 was de RAF technisch zóver, dat zijn nachtjagers in staat waren om de Heinkel 111 neer te halen. Het enige pluspunt was zijn taaiheid; een aangeschoten toestel was vaak toch in staat in de lucht te blijven.

Het toestel werd ook ingezet als transportvliegtuig en als sleepvliegtuig voor zweefvliegtuigen. Alhoewel het verouderd was tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog, moest het in dienst blijven door ontwikkelingsproblemen met zijn opvolger, de Heinkel He 177. Het was uitgerust met het navigatiesysteem Knickebein.

De Heinkel diende tevens als lanceerplatform voor de V-1 (vliegende bom). De meest eigenaardige versie was de Heinkel He 111Z waarbij twee rompen werden verbonden via één vleugel met een vijfde motor in het midden. Dit type werd onder meer gebouwd om de Messerschmitt Me 321 Gigant transportzwever te slepen.

De He 111 zelf bleef tot kort na het einde van de 2de wereldoorlog in dienst, maar de in licentie gebouwde CASA 2.111 diende tot 1965 bij de Spaanse luchtmacht. Verder werd het toestel ook aangekocht door China, Italië, Bulgarije, Hongarije, Roemenië, Slowakije.

bewerken
Zie de categorie Heinkel He 111 van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.