Heerschap

Heerschap was een bestuursvorm voortkomend uit een feodale onderverdeling van het overheidsgezag in de middeleeuwen. de term die de heerschappij van een heer over een bepaald gebied uitdrukte. De term heerschap is gelijk aan de term heerlijkheid. De oorsprong van de heerschap ligt geheel bij de wil van de heer om ze op te richten. Het kwam erop aan in welke kracht en hoedanigheid deze zich ontwikkelde. En ook of niet al bestaande heerschapsrechten van anderen in het gedrang kwamen. In relatief dunbevolkte gebieden was het gemakkelijker om een heerschap op te richten dan in dichtbevolkte gebieden. Het is een term die zich vooral in de 12e, 13e, 14e eeuw ontwikkelde. De term werd vooral in het oosten van Nederland, Twente, Salland, Gelderland gebruikt. Het Duitse Herrschaft en Herrschaftsrechte is van geheel dezelfde betekenis. De centrale persoon van de heerschap was de eigenaar van die rechten. (zie ook Heerlijkheid. )

Na 1500 was de term ook een opkomende titel voor leden van de Friese adel. Het predicaat heerschap werd graag gebruikt door de hoofdelingen, die in de gunst stonden van de vreemde landsheren en bepaalde voorrechten genoten.

Tegenwoordig wordt dit woord vooral pejoratief gebruikt om een persoon van het mannelijke geslacht mee aan te duiden.