Hoofdmenu openen

Wikipedia β

Drie hagenpreken bij Antwerpen. Linksboven een lutherse bij het Kiel, linksonder een franstalige calvinistische en rechtsonder een Nederlandstalige calvinistische preek. Uit Pieter Christiaenszoon Bor, Nederlantsche oorloghen, 1621
Hagenpreek in Oosterweel bij Antwerpen in 1566. Uit P.C. Hooft Nederlandsche historien, 1703

Een hagenpreek is een predicatie in het open veld in de eerste tijd van de Reformatie. Het woord werd voor het eerst gebruikt in 1619.

Deze werden in de Nederlanden veel gehouden door calvinisten in 1566 en de volgende jaren, omdat openlijke geloofsuitoefening hun verboden was. Nabij de duinen van Dishoek op Walcheren vond in 1566 de eerste hagenpreek van Nederland plaats. In hetzelfde jaar werd in het dorp Zemst eveneens een hagenpreek gehouden. Vandaar bedreigden de protestanten de katholieke status quo in zowel Mechelen, Vilvoorde als Brussel.[1] De Lutheranen hielden in de 16de eeuw onder andere op het Kiel bij Antwerpen hagenpreken.

Inhoud

BoerenkrijgBewerken

Tijdens de opstand van de Vlaamse boeren tegen de Franse bezetter, de zgn. Boerenkrijg van 1798, hielden ondergedoken priesters 's nachts vaak verboden missen, vooral in de dorpen en kleinere gemeenten. Zij hadden immers geweigerd de eed van 'trouw aan de republiek en haat aan het koningschap' af te leggen en kregen geen parochie meer toegewezen. Deze missen worden soms verkeerdelijk hagepreken genoemd.

De Afscheiding van 1834Bewerken

Ook bij de Afscheiding, een scheuring in het Nederlandse protestantse kerkgenootschap in 1834, greep men demonstratief terug op openlucht godsdienstoefeningen.

WetenswaardigheidBewerken

Een nu nog bekende plek waar vroeger hagenpreken werden gehouden is de Papeloze kerk bij Schoonoord. Vanaf 2006 worden daar hagenpreken gehouden in het Drents, men opponeert nu echter niet meer tegen de Katholieke Kerk maar wil er de oecumene bevorderen.

NotenBewerken

  1. A. WAUTERS. Histoire des environs de Bruxelles. II. p. 553