Hoofdmenu openen
Een in 2005 geopend massagraf

De Guatemalteekse genocide was een genocide op Maya-indianen die in de jaren 1980 plaatsvond in Guatemala. De Amerikaanse president Bill Clinton bood in 1999 zijn excuses aan voor de Amerikaanse betrokkenheid bij de genocide.

BurgeroorlogBewerken

De genocide vond plaats tijdens de Guatemalteekse Burgeroorlog (ca. 1960-1996) die steeds intensiever werd naarmate de strijd vorderde. Regeringstroepen kamden dorpen uit waarvan de inwoners verdacht werden te sympathiseren met communistische guerrillabewegingen. Rond 1980 werd begonnen met het systematisch uitmoorden van Mayadorpen; honderden dorpen zijn toen volledig ontvolkt. Berucht geworden bloedbaden waren onder andere in Plan de Sánchez en Dos Erres. Overlevenden, maar ook andere Maya's die werden gevangengenomen, werden vaak gedwongen zich aan te sluiten bij zogenoemde 'zelfverdedigingsbataljons' en zo gedwongen zich mede schuldig te maken aan gruweldaden.

SlachtoffersBewerken

Naast Maya's werden ook katholieke aanhangers van de bevrijdingstheologie, linkse intellectuelen, Duitse grondbezitters en politieke tegenstanders van het regime vermoord.

Het aantal doden is niet zeker. De gehele burgeroorlog heeft aan ongeveer 200.000 mensen het leven gekost, waarvan zeker de helft door de genocide. De Historische Ophelderingscommissie, die tussen 1994 en 1999 de genocide onderzocht, heeft in haar in 1999 gepubliceerde eindrapport Guatemala: Herinnering aan stilte 42.275 slachtoffers bij naam kunnen noemen. 83% van hen was Maya en 93% van deze slachtoffers werd vermoord door regeringstroepen. Onder het bewind van generaal Efraín Ríos Montt in de jaren 1982-1983, het hoogtepunt van de genocide, zijn 75.000 mensen vermoord. Guatemala veranderde gedurende Ríos Montts bewind in een internationale paria. Zijn regime en de presidenten voor en na hem die zich schuldig maakten aan de genocide werden wel gesteund door de Verenigde Staten. Berichten over gruweldaden werden in de Amerikaanse media niet zelden afgedaan als 'linkse propaganda'.

VervolgingBewerken

Na de terugkeer van de democratie en het eind van de burgeroorlog is geprobeerd tot vervolging over te gaan van de schuldigen, vooralsnog zonder veel resultaat. Ríos Montt is in 2018 overleden. Doordat hij in het parlement zat genoot hij parlementaire onschendbaarheid. In 2013 is hij echter wel veroordeeld wegens genocide en misdaden tegen de menselijkheid. Het bestaan van de zelfverdedigingsbataljons, die van slachtoffers daders maakten, heeft vervolging van de schuldigen aanzienlijk bemoeilijkt.