Graafschap Berg

Het graafschap Berg was een graafschap binnen het Heilige Roomse Rijk. Na 1356 of 1380 werd het graafschap verheven tot hertogdom. In de "Chronica comitum de Marka" van Levold von Northof (volledig in 1358), gebaseerd op een mondelinge familieoverlevering, wordt een redelijk betrouwbaar beeld van het huis Berg neergezet.

Herzogtum Berg
 Neder-Lotharingen 1101 – 1356/1380 Hertogdom Berg 
De Bergse Leeuw
(Details)
Kaart
±1350
±1350
Algemene gegevens
Hoofdstad Burcht Berge (±1060 – 1160)
Slot Burg (1160-1380)
Talen Bergisch (Nederfrankisch, Nedersaksisch)
Religie(s) Rooms-katholicisme, lutheranisme, calvinisme
Regering
Regeringsvorm Graafschap
Dynastie Huis Berge (11e eeuw-1225)
Huis Limburg (1225-1348)
Huis Gulik (1348-1511)
Staatshoofd Graaf

GeschiedenisBewerken

Het graafschap ontstond in 1101 toen Adolf de titel graaf uit handen van keizer Hendrik IV ontving. In 1068 had deze Adolf zich "van Berge" genoemd (een titel die ook werd gevoerd door de heren van Siegburg), vernoemd naar de stamburcht Berge aan de Dühn (Altenberg bij Odenthal). De familie bezat veel goederen tussen Sieg en Lippe. Rond 1080 werden er munten geslagen met de inscriptie: "ADOLPHUS COMES DE MONTE". Omstreeks 1100 werden er veel goederen verworven uit de erfenis van de graven van Werle.

In 1106 stierf Adolf I. Zijn zoon volgde hem van 1115 tot 1160 op als Adolf II van Berg. Adolf II bouwde de nieuwe burcht aan de rivier de Wupper bij Solingen, "Schloß Burg an der Wupper" genoemd. De oude stamburcht "Burg Berge" in Odenthal-Altenberg werd opgegeven en de landerijen eromheen aan de abdij aldaar geschonken. Adolf II had grote invloed in de regio, zo werden zijn broer Bruno en zijn zoon Frederik aartsbisschop van Keulen. Na zijn dood stichtten zijn zoons Engelbert I het huis Berge en Everhard het huis Altena-van der Mark.

De graven van Berge verwierven in 1176 goederen bij Hilden en Haan en mogelijk bij Duisburg. In 1189 werden goederen verworven rond Düsseldorf. Toen Adolf III in 1218 overleed werd hij opgevolgd door zijn broer Engelbert II, de aartsbisschop van Keulen. In 1225 stierf de Rijnlandse tak van de dynastie met Engelbert waarschijnlijk uit.

Na de dood van Adolf te berge ging het graafschap in 1225 over op Hendrik IV van Limburg, die gehuwd was met Irmgard, de dochter van Adolf III. In 1226 volgde hij ook zijn vader op als hertog van Limburg. Lang duurde deze personele unie tussen Limburg en Berge niet, want de zonen van Hendrik deelden de landen. Adolf IV volgde als graaf van Berge en Walram als hertog van Limburg.

In deze tijd werden er goederen rond Duisburg, Mettman en Remagen verworven. In 1283 verkocht de graaf van Berge zijn erfaanspraken op Limburg, waar in 1280 de andere tak van de dynastie was uitgestorven.

Na zijn deelname in 1288 aan de slag bij Woeringen tegen het leger van bisschop Siegfried van Westerburg ontving Adolf V van Berg het dorp Düsseldorf, gelegen aan de monding van het riviertje de Düssel in de Rijn, met handel, munt en marktrechten. Het dorp was destijds nog maar ca. 1000 inwoners groot, maar groeide door de gunstige ligging aan de Rijn snel uit tot een belangrijke stad. Tevens werd de parochiekerk St. Lambertus in datzelfde jaar 1288 een kanunnikenkerk. Adolf had geen kinderen en daarom volgde Willem I zijn broer in 1296 op. In 1348 stierf het huis Limburg uit met Adolf VI.

Na het uitsterven van het huis Limburg ging het hertogdom over aan het huis Mark. Margaretha van Gulik was gehuwd met Gerard van Gulik, een jongere broer van hertog Willem II van Gulik, die hierdoor de graafschappen Berg en Ravensberg verwierf. In 1355 werd Hardenberg verworven. Willem II, de zoon van Gerard en Margaretha, volgde hem in 1361 op als graaf. Op 24 mei 1380 werd hij tot hertog verheven.