Glucosestroop

Glucosestroop is een mengsel van glucose, maltose, maltotriose en hogere glucoseoligomeren. Dit mengsel wordt toegepast in de vorm van droog poeder of in de vorm van een viskeuze oplossing in water. Glucosestroop in poedervorm wordt ook wel maltodextrine genoemd.

Glucosestroop

Glucosestroop wordt in de levensmiddelenindustrie gebruikt om de textuur van het product zachter te maken, om het volume te vergroten, om het kristalliseren van suiker te voorkomen en als smaakmaker.

Glucosestroop is te bereiden door hydrolyse van zetmeel, in Europa is dat meestal op basis van tarwezetmeel. Deze hydrolyse kan enzymatisch uitgevoerd worden met amylase, of met een sterk zuur. Voor 2003 werd in Nederland veel glucosestroop vervaardigd uit aardappelzetmeel, de zogenoemde aardappelstroop.

Het converteren van zetmeel in stroop door het koken in verdund zuur (beste resultaten behaalde hij met zwavelzuur) is uitgevonden door Duitse chemicus Gottlieb Kirchhoff in 1811. Het is de eerst beschreven katalytische reactie.[1][2]

Zie ookBewerken