Gebruiker:Stunteltje/Kladblok/Seven Seas (schip, 1941)

LET OP: MOET 1940 zijn !! Zie overleg


Seven Seas
Als troepentransportschip met militairen terug uit Nieuw-Guinea in Rotterdam
Geschiedenis
Werf Sun Shipbuilding and Drydock Company, Chester, Pennsylvania,
Bouwnummer 185
Kiellegging 7 juli 1939
Tewaterlating 11 januari 1940
Datum oplevering 29 mei 1940
In dienst 2 juni 1941 als USS Long Island
Uit dienst 26 maart 1946 als USS Long Island
Thuishaven Rotterdam
Eigenaren
Vroegere eigenaren 1940 Moore-McCormack Lines
1948 Caribbean Land & Shipping Co.
1955 Europe-Canada Line
1966 Stichting Studenten Huisvesting Rotterdam
1971 Verolme Verenigde Scheepswerven
1977 Sloperij Van Heyghen Freres, Gent
Vroegere namen 1940 MORMACMAIL
1941 USS LONG ISLAND
1941 NELLY
Algemene kenmerken
Type Type C3-S-A1 vrachtschip, daarna escort aircraft carrier, daarna passagiersschip
Lengte (Loa) 149,96 m
Breedte 21,18 m
Diepgang 8,68 m
Tonnage bruto 11.086
Passagiers First Class 20, Tourist Class 987
Voortstuwing en vermogen Enkelschroef; 4 Busch-Sulzer dieselmotoren, 9000 rpk
Vaart 17 kn.
IMO-nummer 5321203
Bemanning 970 (wartime figure) 192
Portaal  Portaalicoon   Maritiem

De Seven Seas was een schip dat in Nederland bekendheid heeft gekregen in de tijd dat het van 1966 tot 1970 in de Parkhaven aan de Parklaan te Rotterdam als studentenhuisvesting plaats heeft geboden aan 275 studenten, 90 van de medische faculteit en 185 van de economische hogeschool. Het had toen al een zeer gevarieerde loopbaan achter de rug: gebouwd als vrachtschip onder de naam Mormacmail en gebruikt als vliegdekschip in de Tweede Wereldoorlog onder de naam USS Long Island. Na de oorlog werd het verbouwd als passagiersschip en voer onder de naam Nelly als migrantenschip, onder de naam Seven Seas als universiteit op zee, als lijn- en als cruise schip. Nadat het in Nederland als schip voor studentenhuisvesting was gebruikt werd het uiteindelijk een hotelschip. Het heeft nooit onder de Nederlandse vlag op zee gevaren, maar die alleen stationair liggend gevoerd.

De "Seven Seas" werd in 1940 opgeleverd als Amerikaans vrachtschip Mormacmail voor de Moore McCormack Lines (New York). Na een paar reizen te hebben gemaakt naar de oostkust van Zuid-Amerika [1] werd het overgenomen door de United States Navy en omgebouwd als hulpvliegkampschip USS Long Island met de naamseinen AVP-1 (vanaf 2 juni 1940), AVG-1 (vanaf 2 juni 1941), ACV-1 (vanaf 20 augustus 1942) en CVE-1 (vanaf 15 juli 1943). Na de oorlog werd het verbouwd als passagiersschip en voer onder de namen Nelly en Seven Seas.

MormacmailBewerken

Het schip werd nagenoeg geheel gebouwd bij de Sun Shipbuilding & Drydock Co., in Chester, Pennsylvania. Het maakte deel uit van het Long Range Shipbuilding Program van de United States Maritime Commission (MARCOM). Het werd gebouwd onder een Maritime Commission contract (bouwnummer 47) onder type C3-S-A1. Dit typenummer was afkomstig van de Maritime Commission en betekende dat het schip ontworpen was om met een snelheid van zo’n zestien knopen een last van 12.193 tot 13.209 ton voort te stuwen met een enkele schroef, aangedreven door een dieselmotor en een totale lengte had van zo’n 150 meter.

Het kreeg de naam Mormacmail en is gaan varen voor de Moore-McCormack Lines (Mooremack). Het was gesponsored door Miss Diane B. Holt, de 16-jarige dochter van Mr. George L. Holt, vice president van Mooremack. Het werd tewatergelaten op 11 januari 1940, afgebouwd en in gebruik genomen, maar het werd al op 6 maart 1941 gevorderd door de United States Navy en verhaald naar de Newport News Shipbuilding & Drydock Company te Newport News, Virginia, om te worden omgebouwd tot vliegdekschip.

USS Long IslandBewerken

 
USS Long Island in San Francisco Bay, California (USA), op 10 June 1944
  Zie USS Long Island (1941) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Het motorschip Mormacmail werd gevorderd omdat de United States Navy de haalbaarheid van het ombouwen van een koopvaardijschip tot vliegdekschip wilde onderzoeken. De verbouwing bestond uit het aanbrengen van een 110 meter lang vliegdek op het casco van het schip.

Het nam deel aan vele oorlogshandelingen, waaronder de slag bij Midway en de slag om Guadalcanal.

Na de oorlog werd het het schip voor haar verdiensten niet alleen geëerd met een “Battle Star”, maar ook met een plaquette van de United States regering. Deze is altijd aan boord gebleven. Het schip werd 26 maart 1945 buiten dienst gesteld en opgelegd met veel andere schepen van de C klasse. [2]

NellyBewerken

In februari 1948 werd het schip gekocht door de Caribbean Land & Shipping Co (Canada-Europe Line). 12 maart 1948 werd het omgedoopt tot Nelly en werd het onder de Panamese vlag gebracht. In februari 1949 stak het de oceaan over en in La Spezia in Italië werd het weer uitgebreid verbouwd tot emigrantenschip voor de vaart op Australië. Het kreeg 1.300 slaapplaatsen in zeer eenvoudige slaapzalen en enkele tweepersoons- en vierpersoonshutten. Verder kreeg het schip twee eetzalen met lange tafels en een aantal dagverblijven. In juni 1949 vertrok het voor haar eerste reis van Napels via het Suez kanaal en Fremantle naar Melbourne, waar zij op 17 juli 1949 aankwam.[3] Pas op de derde reis arriveerde zij op 15 januari 1950 in Sydney, waarna het schip in april, juli, oktober en februari 1951 als troepentransportschip 4 reizen met Nederlandse militairen maakte van Nederlands Indië naar Nederland (Bron: http://troepentransportschip.nl/)

Het schip maakte 30 oktober 1951 ook de eerste transatlantische reis waarbij het Europese vluchtelingen van Bremen naar Quebec in Canada bracht. Het zijn niet zo veel reizen geweest.

Voor de Nelly werd op 29 augustus 1952 een overeenkomst gesloten waarbij Duitse emigranten vanuit Bremen naar Australië werden gebracht. Onder gezag van kapitein Tallak Nilsen vertrok het schip in oktober 1952 en voer via Dover (Engeland), Santa Cruz (Tenerife), Las Palmas (Canarische Eilanden), Kaapstad (Zuid-Afrika]]), Fremantle (port of Perth - West Australië), en kwam op 5 december 1952 in Melbourne (Victoria) aan. Deze reis van Bremen naar Australië heeft ze regelmatig gemaakt.

In januari 1953 vertrok de Nelly voor de laatste keer uit Bremen naar Melbourne, waar ze 24 februari 1953 aankwam. Na drie dagen vertrok het schip daar weer voor de terugreis. Na aankomst in Bremen werd het verkocht aan University of the Seven Seas, uit de dienstregeling gehaald en op de werf werden de dekken naar voren en naar achteren verlengd. Daarmee werden de brug en de bovenbouw sterk vergroot tot een behoorlijk stijlvol ogend passagiersschip. De extra ruimte maakte meer openbare ruimtes en nieuwe accommodaties mogelijk. Het werd zo een luxe tweeklasse passagiersschip met een accommodatie in "Pent House"-stijl voor slechts 20 First Class-passagiers die zo comfortabel en in stijl reisden, en 987 Tourist Class-passagiers met de meest elementaire accommodaties, meestal slaapzalen met slechts een paar hutten met twee bedden die ook konden worden verkocht als hutten met drie of vier bedden. Er waren twee eetzalen met lange tafels met meerdere zitplaatsen, en verschillende lounges, een grote lounge, een bar en verschillende andere openbare gelegenheden. Er was voldoende dekruimte voor dagactiviteiten. Het schip kon daarmee zowel migranten- als reguliere passagiersdiensten uitvoeren.

Het kreeg ook een nieuwe naam: Seven Seas.

Seven SeasBewerken

 
5 november 1962 Troepentransportschip de Seven Seas met militairen terug uit Nieuw-Guinea in Rotterdam

Het verbouwde schip vertrok op 9 mei 1953 vanuit Bremerhaven voor haar allereerste reis, via het Suezkanaal en Fremantle naar Australië. Daar kwam het op 12 juni in Melbourne aan. Bij terugkeer in Duitsland werd ze gecharterd door de Europa-Canada-lijn, die gezamenlijk eigendom was van de Holland-Amerika Lijn en de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd. Deze lijn werd opgericht om goedkope studenten-/migrantenreizen naar Canada te organiseren via Le Havre, Southampton naar Quebec en Montreal. Daarbij deed ze ook af en toe naar New York aan. Onder deze vlag maakte het schip in het seizoen regelmatig studentenreizen naar Noord Amerika en andere trans-Atlantische reizen. Een andere reis was een die op 24 oktober uit Bremerhaven vertrok en op 26 november 1954 in Melbourne aankwam.


Tegen het einde van 1955 werd ze rechtstreeks verkregen door de Europa-Canada-lijn en nadat ze sinds 1949 in Panama was geregistreerd, werd ze nu opnieuw geregistreerd in West-Duitsland. Ze werd nu vooral gebruikt op de Trans Atlantic-dienst tot 1960, voor zowel reguliere passagiersdiensten als studentenreizen,

However, whilst under charter to Royal Rotterdam Lloyd, she departed Southampton on October 30, 1960 for a special voyage to Australia and New Zealand and then upon her return to Europe, she recommenced her regular service from Bremerhaven to New York.

Echter, terwijl ze onder charter was bij Royal Rotterdam Lloyd, vertrok ze op 30 oktober 1960 uit Southampton voor een speciale reis naar Australië en Nieuw-Zeeland en bij haar terugkeer naar Europa hervatte ze haar reguliere dienst van Bremerhaven naar New York.

Onder die naam voer het twaalf jaar als schoolschip. Het schip werd gecharterd door de Europe-Canada Line, Het schip werd door de Nederlandse rederij vooral ingezet voor goedkope trans-Atlantische overtochten van studenten en emigranten.

1955 Het schip voer sinds begin jaren ’50 vanuit Bremen voor de Europa Canada Linie (GmbH), onder management van de Holland Amerika Lijn en de Rotterdamse Lloyd. De Europa Canada Linie wilde de dienst opheffen, waarop het schip, dat onder Panamese vlag voer, werd overgenomen. Zodoende kon men niet alleen in het Duitse vaargebied werkzaam zijn, maar ook in de Canadese wateren.

1962 Opgelegd in Bremerhaven, maar kwam in 1963 weer in de vaart en begon als drijvende universiteit met het maken van maandenlange studentenreizen. Provinciale Zeeuwse Courant 19-06 (Krantenbank Zeeland)

Upon her return to Europe early 1962, she returned once again to her original Canadian duties until April 1963 when she returned to the New York service. 1963 De Rotterdamse Lloyd doet haar aandelen in De Europa Canada Lijn over aan de HAL.

Having arrived in New York she had been chartered by the Chapman College to undertake a series of study cruises for their University of the “Seven Seas”, visiting various countries! When the charter contract had completed, the ship proceeded to Amsterdam where she was taken over by Holland America Line once again for a voyage to Australia departing Amsterdam in March 1964 sailing via Fremantle on April 28, then to Melbourne and Sydney. She departed Sydney on May 6 and sailed via New Zealand, the Pacific, Panama Canal bound for New York. From New York she recommenced on another season operating as a floating university.

Toen ze in New York was aangekomen, was ze door het Chapman College gecharterd om een ​​reeks studiecruises te maken voor hun University of the "Seven Seas", waarbij ze verschillende landen bezocht! Toen het chartercontract was afgesloten, voer het schip door naar Amsterdam, waar het opnieuw door Holland America Line werd overgenomen voor een reis naar Australië, vertrek uit Amsterdam in maart 1964 via Fremantle op 28 april, vervolgens naar Melbourne en Sydney. Ze vertrok op 6 mei uit Sydney en voer via Nieuw-Zeeland, de Stille Oceaan, het Panamakanaal naar New York. Vanuit New York ging ze weer een seizoen verder als drijvende universiteit.



Engine Room Fire at Sea: However, tragedy struck the ship when late on Saturday July 17, 1965 the engine room was disabled by fire, whilst she was located around 500 miles from St. John’s Newfoundland’s, Canada. The ship drifted hopelessly at sea having no power, and the captain quickly issued a letter to all passengers to assure them that help was at hand, for a call had gone out and the Dutch Ocean Going tug “Ierse Zee” as well US Coast Guard vessel “Absecon” soon came to the rescue. The tug being already at sea and close by reached the stricken liner on Monday July 19, and commenced a slow tow, thereafter the Coast Guard vessel arrived, which improved the towing speed arriving at St. John’s on Friday July, 23. Upon arrival her passengers disembarked and were transferred to their destination, New York City!

Echter, een tragedie trof het schip toen laat op zaterdag 17 juli 1965 de machinekamer werd uitgeschakeld door brand, terwijl ze zich op ongeveer 500 mijl van St. John's Newfoundland's, Canada bevond. Het schip dreef hopeloos op zee zonder stroom, en de kapitein stuurde snel een brief aan alle passagiers om hen te verzekeren dat hulp nabij was, want er was een oproep uitgegaan en de Nederlandse oceaansleepboot "Ierse Zee" en ook de Amerikaanse kustwacht het schip "Absecon" kwam al snel te hulp. De sleepboot, die al op zee was en dichtbij was, bereikte de getroffen voering op maandag 19 juli en begon langzaam te slepen, waarna het kustwachtschip arriveerde, wat de sleepsnelheid verbeterde die op vrijdag 23 juli bij St. John's arriveerde. passagiers gingen van boord en werden overgebracht naar hun bestemming, New York City

An official notice to passengers in English & German informing them of the fire situation and what was going to happen This notice was provided by Stephane whose Mother sailed on this voyage

She was taken to a shipyard where the ship would undergo considerable repairs. These repairs kept her out of service for a considerable time, for she would not resume services again until early 1966.

1965 De "Seven Seas" raakt op 18 juli stuurloos door brand in de machinekamer op 48.33 NB en 39.15 WL en wordt twee dagen later op sleep genomen door de "Ierse Zee" van L. Smit & Co en door de "Absecon" van de US Coastguard. Op 23 juli arriveert de sleep in St John's, New Foundland. Het schip wordt in Halifax gerepareerd. Provinciale Zeeuwse Courant 19-07 (Krantenbank Zeeland)

just prior to being handed over to her new Dutch owners, who used her as a floating hostel.



  • 1953 Chartered seasonally to Europe-Canada Line een joint venture van de Holland Amerika Lijn en de Koninklijke Rotterdamse Lloyd.

In 1954 werd de Panamese werk maatschappij van het Noorse Gotaas door het Zweeds Salèn overgenomen. Haar naam bleef “Seven Seas”. In 1955 ging ze in charter bij de Europa Kanada Linie varen voor een dienst tussen Bremerhaven en Montreal. Flag: West Germany In 1956 werd de inmiddels Europa Canada Linie overgenomen door de H.A.L. en K.R.L. In 1963 werd de A.C.L. een 100% dochter van de H.A.L.

  • 1965.07.17 Fire in engine room, towed to St. John's, Newfoundland Op zaterdag 17 juli 1965 brak er brand uit in de machinekamer van ms Seven Seas toen het passagiersschip zo’n 500 zeemijlen verwijderd was van Newfoundland. Het schip werd door de Nederlandse oceaansleper Ierse Zee en het US Coast Guard-schip Absecon naar St. John’s in Canada gesleept. Nadat het schip enige tijd in reparatie had gelegen, was het pas medio 1966 weer actief. The repairs lasted until June 1966. laid up in Bremerhaven, Germany,

In 1965 kreeg het schip machineschade en werd door de “Ierse Zee”, ( ex “Zwarte Zee”), St.John’s op New Foundland binnen gesleept. De machine schade werd gerepareerd maar de “Seven Seas” kwam wel te koop.

Het schip werd , met behoud van naam , verkocht aan de Stichting Studentenhuisvesting te Rotterdam en in de Parkhaven afgemeerd.

  • 1966 In september 1966 werd de Seven Seas verkocht als studentenonderkomen aan de Rotterdamse Student Lodging Company en vlakbij de Parkhaven aangemeerd. Rotterdam used in Rotterdam as floating hostel With the Seven Seas having been withdrawn from active duties in September 1966 Haar taak in de Europa Canada Line werd tot september 1967 overgenomen door de “Ryndam”

Het schip wordt op 16 september 1966 afgemeerd in de Parkhaven te Rotterdam om dienst te doen als hotelschip voor de Stichting Studentenhuisvesting Rotterdam. (2). Het Vrije Volk 13-07

Als varende universiteitBewerken

Nearly 100 years ago, the idea for a floating university that would travel the world became the passionate pursuit of James Edwin Lough, a psychology professor at New York University. He believed changes needed to be made to traditional teaching methods of American universities and soon became a leader in a new educational movement. Travel and first-hand experience, he felt, must be part of every scholar’s education and he set out to find others who shared this vision.

Bijna 100 jaar geleden werd het idee voor een drijvende universiteit die de wereld zou rondreizen het hartstochtelijke streven van James Edwin Lough, een professor psychologie aan de New York University. Hij geloofde dat er veranderingen moesten worden aangebracht in de traditionele onderwijsmethoden van Amerikaanse universiteiten en werd al snel een leider in een nieuwe onderwijsbeweging. Reizen en ervaringen uit de eerste hand, vond hij, moeten deel uitmaken van de opleiding van elke geleerde en hij ging op zoek naar anderen die deze visie deelden

Despite the setback, Lough’s original vision eventually led to the successful maiden voyage of the SS Ryndam on September 18, 1926. Departing Hoboken, New Jersey with a capacity 504 students and a faculty and administrative staff of 63, Lough sailed as Dean and Raises served as Voyage Director. Because the program was no longer sponsored by a single school, colleges and universities were eager to participate, and applications poured in.

Ondanks de tegenslag leidde Lough's oorspronkelijke visie uiteindelijk tot de succesvolle eerste reis van de SS Ryndam op 18 september 1926. Vertrekkend uit Hoboken, New Jersey, met een capaciteit van 504 studenten en een faculteit en administratief personeel van 63, zeilde Lough als Dean en Raises geserveerd als Reisleider. Omdat het programma niet langer door één enkele school werd gesponsord, wilden hogescholen en universiteiten graag meedoen en stroomden de aanmeldingen binnen.

It was an exciting sailing. The students, representing 143 colleges, came from 40 states as well as Canada, Cuba, and Hawaii. During the 7 1/2 month voyage, the ship covered 41,000 miles and visited 35 countries and more than 90 cities, including Shanghai, Hong Kong, Manila, Bangkok, Colombo, Bombay, Haifa, Venice, Gibraltar, Lisbon, and Oslo.

Het was een spannende zeiltocht. De studenten, die 143 hogescholen vertegenwoordigden, kwamen uit 40 staten en uit Canada, Cuba en Hawaï. Tijdens de reis van 7 1/2 maand legde het schip 41.000 mijl af en bezocht 35 landen en meer dan 90 steden, waaronder Shanghai, Hong Kong, Manilla, Bangkok, Colombo, Bombay, Haifa, Venetië, Gibraltar, Lissabon en Oslo.

Although the voyage was a great success, the concept of shipboard education did not fully take hold until the 1960s when it was resurrected as the University of the Seven Seas by a visionary California businessman named Bill Hughes. In February 1963, a charter contract was signed with the same shipping company that had provided the SS Ryndam-Holland America and preparations began to create the university aboard the MS Seven Seas.

Hoewel de reis een groot succes was, kreeg het concept van onderwijs aan boord pas in de jaren zestig volledig ingang toen het werd herrezen als de University of the Seven Seas door een visionaire Californische zakenman genaamd Bill Hughes. In februari 1963 werd een chartercontract getekend met dezelfde rederij die de SS Ryndam-Holland America had geleverd en begonnen de voorbereidingen voor de oprichting van de universiteit aan boord van de MS Seven Seas

She was chartered to operate as an American floating university, thus the Seven Seas departed Los Angeles on Thursday February 10, 1966 and sadly this would also be her very last voyage to Australia. Sailing via the Pacific Islands and New Zealand, she arrived in Sydney on Tuesday March 8, where she remained for two nights and departed on March 9; she then headed south and west for Fremantle and sailed via India to the Middle East to some European ports and then the Seven Seas returned to New York. Having returned to New York from her floating university world voyage, the Seven Seas commenced her final summer season of Trans-Atlantic services, however she was finally taken out of service in September 1966 In 1966, The Holland America Line exchanged the old Seven Seas for a new ship called the Ryndam, the same name as the original floating university. But in 1970, the Holland America Line went through a reorganization and withdrew its ship from the program.

Ze was gecharterd om te opereren als een Amerikaanse drijvende universiteit, dus de Seven Seas vertrok op donderdag 10 februari 1966 uit Los Angeles en helaas zou dit ook haar allerlaatste reis naar Australië zijn. Varend via de Pacifische eilanden en Nieuw-Zeeland arriveerde ze op dinsdag 8 maart in Sydney, waar ze twee nachten bleef en op 9 maart vertrok; ze ging vervolgens naar het zuiden en westen naar Fremantle en voer via India naar het Midden-Oosten naar enkele Europese havens en vervolgens keerde de Seven Seas terug naar New York. Nadat ze was teruggekeerd naar New York van haar drijvende universitaire wereldreis, begon de Seven Seas aan haar laatste zomerseizoen van trans-Atlantische diensten, maar ze werd uiteindelijk in september 1966 buiten dienst gesteld. In 1966 verruilde de Holland America Line de oude Seven Seas voor een nieuw schip genaamd de Ryndam, dezelfde naam als de oorspronkelijke drijvende universiteit. Maar in 1970 onderging de Holland Amerika Lijn een reorganisatie en trok haar schip uit het programma.

Although the University of the Seven Seas was authorized by the state of California to issue transcripts and award diplomas, it was never fully accredited by the Western Association of Schools and Colleges. This prevented it from assuring students that their credits would be transferable to, or even recognized by, any other school. So in 1965, Hughes decided to affiliate with Chapman College in Orange, California who provided the program with academic credentials and the new life it needed as World Campus Afloat.

Hoewel de University of the Seven Seas door de staat Californië was gemachtigd om transcripties uit te geven en diploma's uit te reiken, werd ze nooit volledig geaccrediteerd door de Western Association of Schools and Colleges. Dit weerhield het ervan studenten te verzekeren dat hun studiepunten overdraagbaar zouden zijn naar, of zelfs erkend zouden worden door, een andere school. Dus in 1965 besloot Hughes zich aan te sluiten bij Chapman College in Orange, Californië, dat het programma academische referenties en het nieuwe leven voorzag dat het nodig had als World Campus Afloat


[4]



Als studentenschipBewerken

Het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 30 juli 1966 schreef dat de Commissie Voorbereiding Medische Faculteit Rotterdam het plan had het ms. Seven Seas van de Europa-Canada-Linie (een dochtermaatschappij van de Holland-Amerika Lijn) door de Stichting Studenten Huisvesting Rotterdam te laten kopen, ten einde dienst te doen als huisvestingsschip zowel voor medische studenten (die een zekere prioriteit zouden genieten) als voor de studenten van de Nederlandse Economische Hogeschool. Naast goede hutten zou het voor de in totaal circa 275 studenten, 90 van de medische faculteit en 185 van de economische hogeschool, ook recreatieve ruimtes bieden en zou het schip gedeeltelijk tevens worden gebruikt voor colleges en werkgroepen.

Door een ligplaats in de Parkhaven zou het in de onmiddellijke nabijheid van zowel het Provisorium van de Medische Faculteit, het toen nog toekomstige Academisch Ziekenhuis Dijkzigt, als het nieuwe medische complex komen te liggen. Ook ten aanzien van de toenmalige behuizing van de Nederlandse Economische Hogeschool zou de ligplaats gunstig zijn.[5] Vier jaar lang woonden er zo’n 260 studenten, enkele docenten en wat handige jongens die het onderhoud deden. Aan boord waren studiezalen, twee bars, een zonnedek en zwembad bovenop. Koken mocht niet in hun eigen hut, dus was er een mensa, een soort eetzaal. De eerste studenten werden 1 november 1966 verwacht, het werd echter later omdat de leverancier van de verwarmingsinstallatie het had laten afweten.

De Seven Seas werd op 16 november 1966 in de Parkhaven te Rotterdam afgemeerd om dienst te doen als hotelschip voor de Stichting Studentenhuisvesting Rotterdam[6]

Als Verolme HotelBewerken

In het begin 1970 besloot de stichting het schip te verkopen. Het werd in februari 1971 verkocht aan Verolme Dok– en Scheepsbouw Maatschappij N.V. te Rozenburg die het op dezelfde ligplaats in gebruik nam als accommodatieschip voor zo'n 500 voornamelijk Joegoslavische gastarbeiders. De directeur van de stichting, noch Verolme wilde zich uitlaten over de prijs, die voor het oude schip werd betaald. De Seven Seas was vier jaar daarvoor voor ongeveer anderhalf miljoen gulden gekocht. Het grootste gedeelte van de studentenbevolking was op dat moment al van het schip vertrokken, er woonden nog slechts 62 studenten op. Er werden enkele veranderingen in de accommodatie aangebracht, geheel in overeenstemming met de wensen van de Joegoslaven. De mogelijkheid om in eigen keukens door Joegoslaviseh personeel aan de nationale smaak aangepaste maaltijden te bereiden, bleek erg aantrekkelijk te zijn. De Seven Seas mocht tot 1 juli 1970 in de Parkhaven in Rotterdam blijven liggen. Toen de Seven Seas, waarop ook „Verolme Hotel" was geschilderd, uit de Parkhaven vertrok kreeg de binnenvaart de opengevallen plaats weer terug.[7][8]

SloopBewerken

In april 1977 werd het schip voor sloop verkocht aan scheepssloperij Gebroeders Van Heyghen in Gent, België. De sleepboot “Jerôme Letzer” vertrok 4 mei 1977 met de Seaven Seas op sleep naar Gent, waar de schepen de volgende dag aankwamen.[9]

Externe linksBewerken

Zie de categorie Seven Seas (ship, 1941) van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.

Categorie:Schip gebouwd in de Verenigde Staten Categorie:Schip geregistreerd in Nederland Categorie:Schip op naam