Hoofdmenu openen

Dit kladblokje is een opzet om te komen tot het artikel Uienteelt.

ZaaienBewerken

PlantuienBewerken

OogstBewerken

Er zijn drie verschillende principes om uien te rooien: met beitelscharen, schijvenrooiers of een vierkante rooias:

  • Beitelscharen: beitels snijden over de volle bedbreedte onder de uien door. De uien worden met de omringende grond en al door de machine opgetild. Nadat de uien op een spijlenband tussen de grond uit gezeefd zijn, komen ze achter de machine in het zwad te liggen. Een nadeel van dit rooisysteem is dat er erg veel grond verwerkt moet worden. Vooral als de grond hard en droog is, ontstaan er kluiten die handmatig verwijderd moeten worden en die de uien bovendien kunnen beschadigen. Deze wijze van oogsten wordt voornamelijk toegepast bij eerstejaars plantuien.
  • Schijvenrooier: Bij dit rooisysteem wordt er gebruik gemaakt van holle schijven die dwars op de rijrichting staan. Zij worden als het ware door de grond aangedreven terwijl de machine vooruit rijdt. Deze methode luistert erg nauw: de uien moeten op een enkele, rechte rij gezaaid zijn; de rooidiepte moet correct ingesteld zijn en de chauffeur moet nauwkeurig rijden worden omdat bij een kleine afwijking in de rooibeweging de uien kapot gesneden worden.
  • Vierkante aangedreven rooias: De vierkante as wordt door de trekker via de aftakas aangedreven. De as draait over de volle bedbreedte snel door de grond, tegengesteld aan de rijrichting, onder de uien door en maakt zo de grond los en woelt de uien omhoog. Deze komen vervolgens op een zeefband en nadat de losse grond er uit is gezeefd vallen de uien op het zwad. De afstelling van de rooidiepte is belangrijk, om te voorkomen dat de uien beschadigd raken. Dit rooisysteem is dan ook geschikt voor alle vormen van zaaien; ook in het volle veld.