Hoofdmenu openen

Ganggesteente (geologie)

geologische term
Zie artikel Voor het artikel over het ertskundige begrip, zie Ganggesteente (mijnbouw).
Ganggesteente (geologie)
Indeling der stollingsgesteenten
% SiO2 uitvloeings-
gesteente
gang-
gesteente
diepte-
gesteente
felsisch >~70 ryoliet granofier graniet
~70-63 daciet granodioriet
intermediair 63-52 andesiet dioriet
mafisch 52-45 basalt doleriet gabbro
ultramafisch <45 komatiiet peridotiet

Met ganggesteente of gangmineraal (Engels: hypabyssal rocks) wordt in de geologie een stollingsgesteente bedoeld dat niet diep onder het aardoppervlak is gestold (dieptegesteente), en niet aan het oppervlak (uitvloeiingsgesteente), maar ertussenin. Het is niet mogelijk om daarbij een specifieke diepte te definiëren; het gaat vooral om de textuur van het gesteente.

Er is geen absolute definitie van wat een ganggesteente en wat een dieptegesteente genoemd wordt, maar over het algemeen worden gesteenten waarin de kristallen makkelijk te onderscheiden zijn (groter dan 1 mm), dieptegesteenten genoemd.

De bekendste ganggesteenten zijn het felsische granofier en het mafische doleriet. Ook pegmatiet wordt soms tot de ganggesteenten gerekend, ondanks de zeer grote kristallen.

VormingBewerken

Het verschil met dieptegesteente en uitvloeiingsgesteente is de diepte waarop kristallisatie van de mineralen plaatsvindt. Belangrijk is daarbij dat het magma zodanig langzaam afkoelt, dat in het gesteente kristallen van een redelijke grootte gevormd worden. Dit geeft een ganggesteente een afanitische textuur.

In gebieden waar bepaalde "armen" van een magma geïsoleerd raken van veel aanvoer, maar nog warm genoeg om kristalgroei te bevorderen, worden pegmatieten gevormd. Deze ganggesteenten kennen een grote verscheidenheid aan mineralen en mineraalgroottes, door de verschillende temperaturen waarbij de mineralen uitkristalliseren.

VoorkomenBewerken

Ganggesteenten kunnen ontsloten raken bij tektonische opheffing (uplift). De ganggesteenten doleriet en granofier worden doorgaans aangetroffen als tussenniveau tussen de extrusieve varianten, respectievelijk basalt en ryoliet en de intrusieven gabbro en graniet. Meestal komen ganggesteenten voor als dikes of sills.

Zie ookBewerken