Hoofdmenu openen

Filips I van Nassau-Wiesbaden

Graaf van Nassau-Wiesbaden (1511-1554)

Filips I van Nassau-Wiesbaden bijgenaamd “der Altherr” (Keulen, 26 april 1492 - Idstein, 6 juni 1558)[1] was graaf van Nassau-Wiesbaden-Idstein, een deel van het graafschap Nassau. Hij stamt uit de Walramse linie van het huis Nassau.

Filips I “der Altherr”
Grafmonument voor Filips I van Nassau-Wiesbaden en Adriana van Glymes in de Uniekerk te Idstein
Grafmonument voor Filips I van Nassau-Wiesbaden en Adriana van Glymes in de Uniekerk te Idstein
Nassau wapen.svg Graaf van Nassau-Wiesbaden-Idstein
Regeerperiode 1511-1554
Mederegent Filips II van Nassau-Wiesbaden (sinds 1536)
Voorganger Adolf III van Nassau-Wiesbaden
Opvolger Filips II van Nassau-Wiesbaden
Adolf IV van Nassau-Idstein
Huis Nassau-Wiesbaden-Idstein
Vader Adolf III van Nassau-Wiesbaden
Moeder Margaretha van Hanau-Lichtenberg
Geboren 26 april 1492
Keulen
Gestorven 6 juni 1558
Idstein
Begraven Uniekerk, Idstein
Partner Adriana van Glymes
Religie Rooms-Katholiek
Wapenschild
Wapen van de Walramse Linie

BiografieBewerken

Filips was de enige zoon van graaf Adolf III en Margaretha van Hanau-Lichtenberg,[1][2][3][4] dochter van graaf Filips I van Hanau-Lichtenberg en Anna.[2] Hij volgde in 1511 zijn vader op.[1][2][3][4]

In tegenstelling tot zijn vader, die actief had deelgenomen aan het rijksbeleid, richtte Filips zich op de regering van zijn eigen graafschap. Slechts af en toe nam hij aan de rijksdagen deel, zoals aan de Rijksdag van Augsburg in 1530. Hij nam daarentegen actief deel aan de vergaderingen van de Wetterauer Grafenverein om hun gemeenschappelijke belangen te coördineren. Vanwege zijn slechte gezondheid — hij verloor zijn gezichtsvermogen bijna volledig — nam hij niet altijd persoonlijk deel aan de vergaderingen.

Op de Rijksdag van Regensburg in 1532 beloofden Filips en Filips III van Nassau-Weilburg 16 ruiters en 80 infanteristen aan keizer Karel V. Deze zouden in de oorlog tegen het Ottomaanse Rijk ingezet moeten worden.

Filips zelf bleef katholiek. Maar hij nam tegenover de Reformatie een eerder passieve houding aan. Hij hinderde deze pogingen niet, maar vooralsnog steunde hij ze ook niet. Dit leidde tot bepaalde problemen in de bezittingen, die hij met anderen deelde en waar de andere heren de Reformatie bespoedigden. Tijdens de Duitse Boerenoorlog kwam het ook in de heerlijkheid Wiesbaden tot onlusten. Er werden een vermindering van de lasten, vrije jacht en andere eisen gesteld.

In 1536 stelde Filips zijn oudste zoon, Filips, die ter onderscheid “der Jungherr” werd genoemd, aan als mederegent.[2][4]

Aan het begin van de jaren 1540 begon Filips “der Altherr” aan een meer hervormingsvriendelijk beleid. In een decreet van 1542 werden reformatorisch gezinde geestelijken beroepen. Tegelijkertijd werd een bestaande school in Wiesbaden in een Latijnse school omgezet. Filips droeg zorg voor de wederopbouw van Wiesbaden na de stadsbrand van 1547. Hij verbood echter tegen betaling door de stad het verblijf van Joden in Wiesbaden.

Filips “der Altherr” nam niet deel aan de Schmalkaldisch Verbond en nam ook niet deel aan de Schmalkaldische Oorlog of de Vorstenopstand tegen keizer Karel V. Hij zag zich echter genoodzaakt het Interim van Augsburg in te voeren en bevoegde onderzoeken toe te staan. In 1552 werd zijn grondgebied door de soldaten van markgraaf Albrecht II Alcibiades van Brandenburg-Kulmbach verwoest. In hetzelfde jaar keerde de lutherse geestelijkheid terug en sindsdien was deze confessie stevig gevestigd. Twisten met naburige vorsten schikte Filips in der minne. Het Klooster Klarenthal werd in 1553 ontbonden.

Op 26 juni 1553 deed Filips “der Jungherr” de definitieve stap om de reformatie in Idstein door te zetten met de beroeping van een lutherse predikant. Op 20 juli 1553 vond het klooster te Idstein juridisch zijn einde als katholieke instelling, toen Filips “der Jungherr” de juridische en economische onafhankelijkheid van het klooster introk.

In 1554 verdeelde Filips “der Altherr” zijn bezittingen tussen zijn twee oudste zoons.[5] Hij overleed vier jaar later en werd begraven in de Uniekerk te Idstein.

Huwelijk en kinderenBewerken

Filips “der Altherr” huwde te Bergen op Zoom op 24 augustus 1514[1][2] met Adriana van Glymes (Slot Wouw, 9 maart 1495[1][2] - 27 juni 1524),[1][2][3][4] dochter van Jan III van Glymes, heer van Bergen op Zoom[1][2] en Adriana van Brimeu.[2] Adriana werd begraven in de Uniekerk te Idstein.
Uit dit huwelijk werden de volgende kinderen geboren:[1][2][3][4]

  1. Catherina (1515 - 1540), huwde in 1538 met Johan II van Hohenfels († 1573).
  2. Filips “der Jungherr” (1516 - Sonnenberg, 3 januari 1566), was sinds 1536 mederegent van zijn vader, werd in 1554 graaf van Nassau-Wiesbaden, erfde in 1556 Idstein van zijn broer Adolf, stond in 1564 Idstein af aan zijn broer Balthasar.
  3. Margaretha (1517 - 24 maart 1596), was abdis van Klooster Walsdorf bij Idstein sinds 1554.
  4. Adolf (1518 - Idstein, 5 januari 1556), werd in 1554 graaf van Nassau-Idstein.
  5. Balthasar (1520 - 11 januari 1568), werd in 1564 graaf van Nassau-Idstein en erfde in 1566 Wiesbaden van zijn broer Filips.
  6. Anna (1520 - Klooster Walsdorf, 1594), was non in Klooster Walsdorf bij Idstein.

Buitenechtelijk kindBewerken

Filips “der Altherr” had één buitenechtelijk kind bij het kamermeisje Gielgin:[1]

  1. Dochter (20 maart 1541 - ?).