Hoofdmenu openen

Filips I van Nassau-Weilburg

Graaf van Nassau-Weilburg (1371-1429) en Saarbrücken (1381-1429)

Filips I van Nassau-Weilburg (1368[1][2][3][4][5] - Wiesbaden, 2 juli 1429)[1][2][3][4][6] was graaf van Nassau-Weilburg, een deel van het graafschap Nassau. Hij erfde in 1381 het graafschap Saarbrücken. Hij stamt uit de Walramse linie van het huis Nassau.

Filips I
Tekening van het grafmonument van Filips in Klooster Klarenthal uit het Epitaphienbuch van Heinrich Dors, 1632
Tekening van het grafmonument van Filips in Klooster Klarenthal uit het Epitaphienbuch van Heinrich Dors, 1632
Nassau wapen.svg Graaf van Nassau-Weilburg
Regeerperiode 1371-1429
Voorganger Johan I
Opvolger Filips II
Johan II
Saarbrücken wapen.svg Graaf van Saarbrücken
Regeerperiode 1381-1429
Voorganger Johan II
Opvolger Filips II
Johan III
Militaire informatie
Slagen/oorlogen Slag bij Döffingen (1388)
Vierherenoorlog (1404-1409)
Huis Nassau-Weilburg
Vader Johan I van Nassau-Weilburg
Moeder Johanna van Saarbrücken
Geboren 1368
Weilburg ?
Gestorven 2 juli 1429
Wiesbaden
Begraven Klooster Klarenthal
Partner Anna van Hohenlohe
Isabella van Lotharingen
Religie Rooms-Katholiek
Wapenschild
Het wapen van de graven van Nassau en Saarbrücken sinds 1381

BiografieBewerken

Filips was de tweede zoon van graaf Johan I van Nassau-Weilburg en Johanna van Saarbrücken,[1][4] dochter van graaf Johan II van Saarbrücken en Gillette van Bar-Pierrefort.[1] Hij werd vermoedelijk geboren in Weilburg.[3]

In 1371 volgde Filips zijn vader op als graaf van Nassau-Weilburg.[1][3][5] Omdat hij nog minderjarig was, nam zijn moeder regering waar, tot zij in oktober 1381 overleed.[3] Vanaf dat moment nam de bisschop van Straatsburg, Frederik van Blankenheim, de voogdij over Filips waar.[3] Rond 1385 werd hij meerderjarig verklaard.

Door het overlijden van zijn moeder in oktober 1381 erfde Filips het graafschap Saarbrücken met Commercy en Morley (beide in Lotharingen),[7] die aldus verenigd werden met het graafschap Nassau. Op 19 juni 1383 werd Filips formeel met het graafschap Saarbrücken beleend door de bisschop van Metz, en in 1384 met de heerlijkheid Commercy door de koning van Frankrijk.[3]

In de Stedenoorlog van 1387 tot 1389 nam Filips deel aan de zijde van de Zuid-Duitse vorsten, onder leiding van de hertogen van Opper-Beieren en Neder-Beieren, tegen de Zwabische Stedenbond. Voor zijn deelname aan de Slag bij Döffingen ontving hij in 1388 de ridderslag. Door zijn inzet verwierf hij invloed in Zuid-Duitsland en kon hij met verscheidene heren in verbinding treden.

In 1392 sloot Filips een verbond met Rudolf van Coucy, bisschop van Metz, en andere rijksvorsten tegen de struikroverij.[3]

Door het overlijden van Hendrik II van Sponheim-Bolanden, de grootvader van zijn eerste vrouw Anna van Hohenlohe-Weikersheim, in 1393, verkreeg Filips de heerlijkheden Kirchheim, Bolanden, Stauf, Dannenfels, Frankenstein, de helft van negen dorpen bij Worms en een deel van de ambten Jugenheim (in de Palts) en Wöllstein.[7] Op 9 juni van dat jaar beleende Werner van Falkenstein, de aartsbisschop en keurvorst van Trier, Filips met zijn Trierse lenen.[3]

Op 18 januari 1398 verleende koning Wenceslaus hem het recht om munten te slaan.[3] Dit was een economische consolidatie van zijn heerschappij, die Filips door de invoering van het landrecht in het graafschap Saarbrücken ook juridisch bespoedigde. Vier dagen later gaf Wenceslaus hem de positie van Obmann und Hauptmann voor de landvrede aan de Rijn en in de Wetterau.[3] Filips onderhield ook contacten met Frankrijk. Aan het Franse hof was hij sinds 1399 lid van de koninklijk raad.[3]

In de jaren 1404-1409 was Filips een van de deelnemers aan de Vierherenoorlog tegen de Rijksstad Metz.[3]

Samen met zijn achterneef Adolf II van Nassau-Wiesbaden-Idstein erfde hij in 1404 van de weduwe van zijn oom Rupert van Nassau-Sonnenberg de heerlijkheid Sonnenberg.[7] Filips wist zijn bezit verder uit te breiden door het verkrijgen van:

Met zijn neef Johan II van Nassau-Wiesbaden-Idstein, de aartsbisschop en keurvorst van Mainz, intervenieerde Filips in de politiek van het Heilige Roomse Rijk, door mee te werken aan de afzetting van koning Wenceslaus, wiens opvolger Ruprecht hij beschermde, om later ook diens afzetting na te streven. Ruprechts opvolger Sigismund benoemde Filips in 1413 tot Rat und Hauptmann van de ridderschap in Luxemburg. Daarmee verbond Filips zijn loyaliteit aan Sigismund en zegde hij de gemeenschappelijke politiek met zijn neef Johan op. Aan de kroning van Sigismund op 18 november 1414 in Aken, nam Filips als gast deel. Op het Concilie van Konstanz bewees hij zich als partijgenoot van de koning tegen de politiek van de paus.

Filips werd begraven in Klooster Klarenthal bij Wiesbaden.[1][3][4][6] Zijn grafmonument werd in 1632 of 1650 uit de tot ruïne vervallen kloosterkerk overgebracht naar de Mauritiuskerk in Wiesbaden. Die kerk werd in 1850 door brand verwoest, zijn grafmonument ging daarbij verloren.

Huwelijken en kinderenBewerken

Eerste huwelijkBewerken

Filips huwde in 1385[1][4][5][6] met Anna van Hohenlohe-Weikersheim († Kirchheim, 11 oktober 1410),[1][4][6] dochter van graaf Crato IV van Hohenlohe-Weikersheim en Elisabeth van Sponheim.[4] Anna werd begraven in Kirchheim.[1][4]

Uit dit huwelijk werden de volgende kinderen geboren:[1][3][4][5][6]

  1. Filips (1388 - 19 april 1416, begraven in Weilburg).
  2. Johannetta († Römhild, 1 februari 1481, begraven in Römhild), huwde op 22 juni 1422 met graaf George I van Henneberg-Aschach (1396 - 25 juli 1465).

Tweede huwelijkBewerken

Filips hertrouwde te Vézelise op 8 mei 1412[1][2] met Isabella van Lotharingen (ca. 1397[1][2][4] - Saarbrücken, 17 januari 1456),[1][2][9] dochter van Frederik van Lotharingen, heer van Rumigny, Boves en Aubenton, graaf van Vaudémont en Margaretha van Joinville.[1][2] Isabella trad na het overlijden van haar echtgenoot op als regentes voor haar zoons.

Uit het huwelijk van Filips en Isabella werden de volgende kinderen geboren:[1][3][4][5][6]

  1. Filips (12 maart 1418 - Mainz, 19 maart 1492), volgde zijn vader op als graaf van Nassau-Weilburg.
  2. Johan (Kirchheimbolanden, 4 april 1423 - Vaihingen, 25 juli 1472), volgde zijn vader op als graaf van Nassau-Saarbrücken.
  3. Margaretha (26 april 1426 - 5 mei 1490), huwde in 1441 met heer Gerhard van Rodemachern.

Buitenechtelijke kinderenBewerken

Daarnaast had Filips drie buitenechtelijke kinderen:[1][3]

  1. Filips van Nassau, in 1426 vermeld als burchtman te Saarbrücken.
  2. Grete van Nassau († vóór 1437), huwde voor 1425 met Peter von Rittenhofen.
  3. Heintzchen van Nassau, vermeld 1404/14 te Saarbrücken, huwde met Margaretha (vermeld in 1404).

Externe linksBewerken