Hoofdmenu openen
St. Philippus, door Peter Paul Rubens, uit zijn serie Twaalf Apostelen (ca. 1611), Museo del Prado (Madrid)

Filippus was een van de twaalf apostelen van Jezus. Sommige kerkvaders namen aan dat de apostel Filippus dezelfde persoon was als de Filippus de Evangelist uit Handelingen, maar dat is niet zeker.[1]

Inhoud

Filippus in het Nieuwe TestamentBewerken

Alle evangeliën noemen Filippus in de opsomming van de twaalf apostelen, maar hij treedt alleen op in het Evangelie volgens Johannes. Hierin nodigde Jezus Filippus als een van de eersten uit zijn leerling te worden. Filippus woonde in Betsaïda, net als de broers Andreas en Petrus. Hij introduceerde Jezus aan Natanaël (waarvan soms werd gedacht dat hiermee Bartolomeüs werd aangeduid).[2]

Jezus stelde Filippus op de proef door te vragen waar ze brood konden kopen voor 5000 mensen. Filippus dacht hierbij alleen aan de prijs en antwoordde dat dit het loon van een jaar zou zijn.[3]

Filippus zorgde ervoor dat een aantal Grieken Jezus kon ontmoeten.[4]

Tijdens het Laatste Avondmaal vroeg Filippus Jezus de Vader te tonen, waarop Jezus antwoordde: "Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien".[5]

Na deze vermeldingen wordt hij niet meer genoemd in het Nieuwe Testament.

Buitenbijbelse overleveringBewerken

Volgens de overlevering werkte Filippus verder in Griekenland en in het Nabije Oosten en verrichtte hij wonderen. Zo riep hij in Scythië een draak op wanneer de heidenen hem wilden verplichten aan een beeldje van Mars te offeren. De draak doodde de zoon van de bisschop die het offervuur aanstak, en de dienaren die Filippus vasthielden. Filippus zei dat als het volk het Marsbeeldje zou vernietigen en een Jezusbeeld in de plaats zou zetten, de doden zouden herrijzen en de zieken genezen zouden worden.

MarteldoodBewerken

 
Filippus door José de Ribera

Filippus stierf de kruisdood (aan een T-vormig kruis) nadat hij in Frygië het evangelie verkondigde samen met Bartolomeüs. In een tempel gewijd aan slangenverering doodde hij een reuzenslang en heelde hij de slangenbeten bij de bevolking door middel van gebed. De priester van de tempel en de gouverneur van de stad zorgden ervoor dat Filippus gekruisigd werd, maar toen Filippus en Bartolomeüs aan het kruis[bron?] gehangen werden ontstond er plots een aardbeving en toen Filippus de aardbeving tegenhield door te bidden, eiste het volk zijn vrijlating. Iedereen wist te ontsnappen, enkel Filippus, de priester en de gouverneur kwamen om.

HeiligenvereringBewerken

De Rooms-Katholieke Kerk viert zijn feestdag op 3 mei, de orthodoxe kerken op 14 november. Hij is de patroonheilige van Uruguay, Dieppe, Philippeville, Speyer, Sorrento en Brabant, en verder van de hoedenmakers, marktkramers en pasteibakkers.

Referenties in apocriefenBewerken

In de bibliotheek van Nag Hammadi werd de pseudepigrafische apocrief van het Evangelie naar Filippus gevonden, die wordt gedateerd op het eind van de 4e of begin 5e eeuw. De tekst bevat vooral een reeks spreuken en noemt slechts een keer de apostel Filippus (logion 91). Een bijzondere rol legt het weg voor Maria en Maria Magdalena. Er wordt over duidelijk gnostische constructies gespeculeerd, zoals over de archonten en de Sophia. De apocrief wijkt sterk af van de als authentiek herkende geschriften en behoort tot de gnostische sekte van Valentinianus.

Attributen in de kunstBewerken

In de iconografie heeft Filippus de volgende attributen: Lang (meestal T-vormig) kruis, brood en vis, Marsbeeldje, draak, slang, boek of rol (met de tekst descendit ad inferna, "hij daalde af in de hel").

SchilderijBewerken

El Greco: De apostel St. Filippus, 1606, olieverf op doek, 97 × 77 cm, Museo del Greco, Toledo