Hoofdmenu openen

NaamvalBewerken

Wanneer het lijdend voorwerp niet alleen het "slachtoffer" maar ook het eindresultaat is van de beschreven handeling, wordt deze naamval tevens als een factitieve vorm beschouwd. Deze vorm van de accusatief wordt onderscheiden van de objectief. Een voorbeeld is de zin De kok bakt de taart, waarin de taart in de factifief staat. De factitief als naamval speelt met name een belangrijke rol in de casusgrammatica van Charles J. Fillmore.

WijsBewerken

Werkwoorden in de factitieve vorm drukken over het algemeen uit dat het onderwerp (zinsdeel) een handeling niet zelf verricht maar dit overlaat aan derden. Hiervoor worden in het Nederlands de hulpwerkwoorden doen en laten (Bijvoorbeeld Jan laat een huis bouwen). Het verschil tussen deze vorm en de causatief is dat de laatste vorm duidelijk een overgang van de ene fase naar de andere uitdrukt, wat soms ook door middel van ablaut gebeurt (bijvoorbeeld zittenzetten, drinkendrenken), terwijl het bij de factitief meer om de handeling als zodanig gaat. De factitieve werkwoordsvorm wordt ook vaak alleen een subvorm van de causatief gezien, in plaats van als een aparte wijs.

In het Hongaars worden werkwoorden factitief gemaakt met de uitgang -at/-et/-tat/-tet. Voorbeeld építépítet, bouwen, laten bouwen; János házat építet, Jan laat een huis bouwen.