Hoofdmenu openen

Europees kampioenschap wegrace

Wikimedia-lijst

Inhoud

Het Europees kampioenschap wegrace is het Europese kampioenschap voor motorrijders in de wegrace.

Het kampioenschap werd in 1924 door de Fédération Internationale des Clubs Motocyclistes (FICM) in het leven geroepen op aandringen van een aantal Europese motorsportbonden.

VoorgeschiedenisBewerken

In de eerste twee decennia van de 20e eeuw was de motorsport steeds meer gestructureerd. De FICM was als overkoepelende, internationale bond al in 1904 opgericht, maar had nog niet vaak daadkrachtig opgetreden als het om het samenvoegen van nationale bonden en het vaststellen van wedstrijdreglementen ging. Dat was ook moeilijk omdat de ontwikkelingen van de techniek zeker in de beginjaren zó snel gingen, dat een klasse-indeling meestal sneller te realiseren was door de wedstrijdorganisatie zélf. Ooit was er de Trophée International geweest, een landenwedstrijd die door valsspelerij, protesten en diskwalificaties al snel verleden tijd was, zeker toen de Britten vanaf 1907 hun Isle of Man TT gingen organiseren. Die groeide al snel uit tot de belangrijkste wedstrijd ter wereld. Het gebrek aan circuits zorgde ervoor dat vooral in Italië lange-afstandsraces tussen steden georganiseerd werden en veel andere wedstrijden waren alleen van nationaal belang. Na de Eerste Wereldoorlog waren Duitsland en Oostenrijk-Hongarije op aandrang van de Britten korte tijd geroyeerd als leden van de FICM. De motorsport groeide en er ontstond een wildgroei aan kleine, onbelangrijke wedstrijden met allemaal eigen regels. De Tourist Trophy had inmiddels een duidelijk reglement naar cilinderinhoud, dat steeds meer invoering vond in de rest van Europa.

Grand Prix des NationsBewerken

Er werden in die tijd al veel Grands Prix georganiseerd; In Frankrijk waren er twee, georganiseerd door twee verschillende bonden, en verder waren er Grands Prix in België, Groot-Brittannië, Italië en Noord-Ierland. Dit waren allemaal van elkaar los staande wedstrijden waarbij alleen de dagoverwinning telde. Veruit de meest aansprekende wedstrijd was de Tourist Trophy op het eiland Man. De Britten waren daar nauwelijks te verslaan, niet alleen omdat ze de beste motorfietsen hadden, maar ook vanwege hun circuitkennis. De Snaefell Mountain Course was 60 km lang en naast Brooklands het enige circuit dat de Britten hadden. Daarom kenden de Britse coureurs de baan vrij goed, terwijl rijders van het vasteland in de weinige trainingen nauwelijk kans hadden het goed te leren kennen. Ze moesten tot 1926 zelfs door het gewone verkeer door laveren, want de baan werd voor de training niet afgesloten. Door dat alles konden Britse merken adverteren met hun overwinningen op Man, terwijl de merken van het vasteland het van minder aansprekende resultaten moesten hebben. In 1922 nam de FICM enkele daadkrachtige besluiten: Elk land dat daarom vroeg mocht één Grand Prix organiseren en er werd één grote Europese race in het leven geroepen: de Grand Prix des Nations die op het nieuwe Autodromo Nazionale in Monza gereden werd. Er waren twee klassen: 500- en 1.000 cc. In 1923 volgde men al de regels van de TT van Man en werd het 350 cc (zoals in de Junior TT) en 500 cc (zoals in de Senior TT). De Britten bleven ook op het vasteland wedstrijden winnen, door de superioriteit van hun motorfietsen, maar in Italië waren intussen ook grote rijders en merken in opkomst, gesteund door de Partito Nazionale Fascista.

Europees kampioenschapBewerken

1924-1939Bewerken

In 1924 stelde de FICM een Europees kampioenschap in. Hoewel veel nationale bonden toen al voorstander waren van een puntensysteem gebaseerd op een aantal gewonnen wedstrijden, besloot de FICM een eendagswedstrijd te bombarderen tot kampioensrace en dat werd uitgerekend de Grand Prix des Nations in Monza. Monza was toen al een hogesnelheidscircuit en dat was niet het specialisme van de Britse rijders. Alec Bennett had het hele seizoen gedomineerd in de Grands Prix, maar in Monza moest hij de eer in de 500 cc klasse laten aan Guido Mentasti met de Moto Guzzi C4V. De Belg Maurice van Geert werd Europees kampioen in de 250 cc klasse met een Rush-Blackburne en Jimmie Simpson won met zijn AJS de eerste 350 cc titel. Er kwam meteen kritiek op deze wedstrijd op een snel maar vlak circuit, omdat men vond dat de beste Europese coureur zich moest bewijzen op een meer geaccidenteerd parcours. Daarom besloot de FICM één maand na de wedstrijd het Europees kampioenschap weer op te heffen. Maar iets beters kon men ook niet verzinnen, en daarom werd alleen de naam veranderd: FICM Grand Prix. In 1925 bleef alles bij het oude: de wedstrijd werd weer in Monza verreden. Wél werd de 175 cc klasse toegevoegd, die als Ultra-Lightweight TT op Man bestond. Zo bleef nog een jaar de Grand Prix des Nations tevens de wedstrijd om de Europese titel, maar vanaf 1926 ging men steeds een andere Grand Prix aanwijzen voor deze wedstrijd. In 1927 werden ook de 750- en de 1.000 cc klassen toegevoegd. In 1928 kwam de 125 cc klasse, en liefst drie zijspanklassen: 350-, 600- en 1.000 cc. De 750- en de 1.000 cc soloklassen waren weer verdwenen. In 1929 was de 125 cc klasse weer afgevoerd, net als de 1.000 cc zijspannen. In 1930, 1931 en 1932 reed men de 175-, 250-, 350- en 500 cc klassen. In 1933 verdween de 175 cc klasse voor één jaar, in 1934 was ze terug en in 1935 weer weg. In 1936 kwam ze weer terug, maar niemand bereikte de finish, waardoor het aannemelijk is dat er ook erg weinig deelnemers waren. In 1938 verdween de 175 cc klasse voorgoed. Vanaf dat jaar werd de Europese titel ook vastgesteld met een puntentelling voor meerdere Grands Prix van het jaar. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was 1939 voorlopig het laatste jaar dat het kampioenschap werd bestreden. In 1937 werden de zijspannen nog één keer toegevoegd in 600- en 1.000 cc uitvoering, daarna verdwenen ook zij.

1947-1948Bewerken

De Tweede Wereldoorlog maakte een einde aan alle motorsport in Europa. Bovendien werden daarna voorlopig de asmogendheden uitgesloten van internationale evenementen, inclusief de wegrace. Pas in 1947 werd het Europees kampioenschap weer opgestart, maar het duurde slechts twee jaar. In 1949 voerde de Fédération Internationale de Motocyclisme het Wereldkampioenschap wegrace in, waardoor er voorlopig geen behoefte was aan een Europese titel.

1981-hedenBewerken

In 1981 werd het Europees kampioenschap nieuw leven ingeblazen, omdat het wereldkampioenschap alleen plaats bood aan (semi-)professionele coureurs en werd gedomineerd door fabrieksrijders en fabrieksracers. De beginnende, jonge coureurs en de liefhebbers hadden geen internationaal podium meer, maar de Japanse fabrikanten boden een uitgebreid scala aan productieracers aan, waarmee op een behoorlijk niveau gereden kon worden. In de loop van de jaren werden steeds nieuwe klassen toegevoegd en weer verwijderd.

In 2008 werd de opzet van het kampioenschap gewijzigd. Waar voorheen het kampioenschap over meerdere races werd verreden, werd het door de UEM georganiseerde kampioenschap als een eendaagse wedstrijd opgezet en werd er gereden in de klassen 125GP, Supersport en Superstock 1000.[1] Het evenement vindt sindsdien jaarlijks plaats op het Circuito de Albacete in Spanje.

Lijst van Europese kampioenenBewerken

Guido Mentasti werd de eerste Europese 500 cc kampioen met deze Moto Guzzi C4V (Corsa Quattro Valvole)
Motosacoche 1000 cc zijspanracer (ca. 1925)
DKW 175 cc uit 1925
Sunbeam M90 (500 cc racer) uit 1928
Velocette KSS 350 cc racer uit 1933
500 cc Husqvarna uit 1934
Norton Manx uit 1937

1924-1937Bewerken

Editie Jaar Wedstrijd Circuit Klasse Kampioen
1. 1924 3e Grand Prix des Nations /
1e Europees kampioenschap
Monza 250 cc   Maurice van Geert (Rush-Blackburne)
350 cc   Jimmie Simpson (AJS)
500 cc   Guido Mentasti (Moto Guzzi)
2. 1925 4e Grand Prix des Nations/
2e. Europees kampioenschap
Monza 175 cc   Mario Vaga (Maffeis-Blackburne)
250 cc   Jock Porter (New Gerrard)
350 cc   Tazio Nuvolari (Bianchi)
500 cc   Mario Revelli (GR-JAP)
3. 1926 6e Grand Prix van België/
3e Europees kampioenschap
Spa-Francorchamps 175 cc   René Milhoux (Ready-Blackburne)
250 cc   Jock Porter (New Gerrard)
350 cc   Frank Longman (AJS)
500 cc   Jimmie Simpson (AJS)
4. 1927 3e Grand Prix van Duitsland /
4e Europees kampioenschap
Nürburgring 175 cc   Willy Henkelmann (DKW)
250 cc   Cecil Ashby (OK Supreme)
350 cc   Jimmie Simpson (AJS)
500 cc   Graham Walker (Sunbeam)
750 cc   Josef Stelzer (BMW)
1000 cc   Josef Giggenbach (Bayerland-JAP)
5. 1928 5e Grand Prix van Zwitserland /
5e Europees kampioenschap
Circuit de Meyrin, Genève 125 cc   Paul Lehmann (Moser)
175 cc   Alfredo Panella (Ladetto & Blatto)
250 cc   Cecil Ashby (OK Supreme)
350 cc   Wal Handley (Motosacoche)
500 cc   Wal Handley (Motosacoche)
Zijspannen 350 cc   Syd Crabtree / ? (Excelsior)

(alleen Crabtree en de Zwitser Pfister bereikten de finish)

Zijspannen 600 cc   Edgar d'Eternod / ? (Sunbeam)
Zijspannen 1000 cc geen deelnemer haalde de finish
6. 1929 6e Europees kampioenschap L'Ametlla del Vallès,
Spanje
175 cc   Josef Klein (DKW)
250 cc   Frank Longman (OK Supreme)
350 cc   Leo Davenport (AJS)
500 cc   Percy "Tim" Hunt (Norton)
Zijspannen 350 cc   Freddie Hicks / ? (Velocette)
Zijspannen 600 cc   Dennis Mansell / ? (Norton)
7. 1930 10e Grand Prix van België /
7e Europees kampioenschap
Spa-Francorchamps 175 cc   Yvan Goor (DKW)
250 cc   Syd Crabtree (Excelsior)
350 cc   Ernie Nott (Rudge)
500 cc   Henry Tyrell-Smith (Rudge)
8. 1931 12e Grand Prix van Frankrijk /
8e Europees kampioenschap
Montlhéry 175 cc   Eric Fernihough (Excelsior)
250 cc   Graham Walker (Rudge)
350 cc   Ernie Nott (Rudge)
500 cc   Percy "Tim" Hunt (Norton)
9. 1932 11e Grand Prix des Nations /
9e. Europees kampioenschap
Pista del Littorio, Rome 175 cc   Carlo Baschieri (Benelli)
250 cc   Riccardo Brusi (Moto Guzzi)
350 cc   Louis Jeannin (Jonghi)
500 cc   Piero Taruffi (Norton)
10. 1933 9e Grand Prix van Zweden /
10e Europees kampioenschap
Saxtorp 250 cc   Charlie Dodson (New Imperial)
350 cc   Jimmie Simpson (Norton)
500 cc   Gunnar Kalén (Husqvarna)
11. 1934 10e Dutch TT /
11e. Europees kampioenschap
Assen 175 cc   Yvan Goor (Benelli)
250 cc   Walfried Winkler (DKW)
350 cc   Jimmie Simpson (Norton)
500 cc   Pol Demeuter (FN)
12. 1935 14e Ulster Grand Prix /
12e Europees kampioenschap
Clady Circuit, County Antrim 250 cc   Arthur Geiss (DKW)
350 cc   Wal Handley (Velocette)
500 cc   Jimmie Guthrie (Norton)
13. 1936 11e Grand Prix van Duitsland/
13e Europees kampioenschap
Badberg-Viereck 175 cc geen deelnemer haalde de finish
250 cc   Henry Tyrell-Smith (Excelsior)
350 cc   Freddie Frith (Norton)
500 cc   Jimmie Guthrie (Norton)
14. 1937 13e Grand Prix van Zwitserland /
14e Europees kampioenschap
Bremgarten 250 cc   Omobono Tenni (Moto Guzzi)
350 cc   Jimmie Guthrie (Norton)
500 cc   Jimmie Guthrie (Norton)
Zijspannen 600 cc   Karl Braun /   Ernst Badsching (DKW)
Zijspannen 1000 cc   Hans Schumann /   Julius Beer (DKW)

1938-1939Bewerken

BMW RS 500 compressorracer uit 1938
Editie Jaar Klasse Kampioen
15. 1938 250 cc   Ewald Kluge (DKW)
350 cc   Ted Mellors (Velocette)
500 cc   Schorsch Meier (BMW)
16. 1939 250 cc   Ewald Kluge (DKW)
350 cc   Heiner Fleischmann (DKW)
500 cc   Dorino Serafini (Gilera)

1947-1948Bewerken

Editie Jaar Wedstrijd Circuit Klasse Kampioen
17. 1947 17e Grand Prix van Zwitserland /
17e Europees kampioenschap
Bremgarten 250 cc   Bruno Francisci (Moto Guzzi)
350 cc   Fergus Anderson (Velocette)
500 cc   Omobono Tenni (Moto Guzzi)
Zijspannen 600 cc   Luigi Cavanna /   Paolo Cavanna (Moto Guzzi)
18. 1948 20e Ulster Grand Prix /
18e Europees kampioenschap
Clady Circuit, County Antrim 250 cc   Maurice Cann (Moto Guzzi)
350 cc   Freddie Frith (Velocette)
500 cc   Enrico Lorenzetti (Moto Guzzi)

1981-2007Bewerken

Suzuki RG 500 productieracer uit 1979
Derbi 80 cc uit 1988
Jaar Klasse Kampioen
1981 50 cc   Giuseppe Ascareggi (Minarelli)
125 cc   Pierluigi Aldrovandi (MBA)
250 cc   Herbert Hauf (Honda)
500 cc   Leandro Becheroni (Suzuki)
Zijspannen   John Barker /   John Brushwood (Yamaha)
1982 50 cc   Zdranko Matulja (Tomos)
125 cc   Stefano Caracchi (MBA)
250 cc   Reinhold Roth (FKN-Yamaha)
500 cc   Fabio Biliotti (Suzuki)
Zijspannen   Mick Barton /   Nick Cutmore (Yamaha)
1983 80 cc   Hubert Abold (Zündapp)
125 cc   Willi Hupperich (MBA)
250 cc   Carlos Cardús (Cobas-Rotax)
500 cc   Peter Sköld (Suzuki)
Zijspannen   Keith Cousins /   Phil Hookham (Yamaha)
1984 80 cc   Richard Bay (Rupp-Maico)
125 cc   Norbert Peschke (MBA)
250 cc   Gary Noel (Exactweld Yamaha)
500 cc   Eero Hyvärinen (Suzuki)
Zijspannen   Hans-Rüdi Christinat /   Markus Fährni (LCR-Yamaha)
1985 80 cc   Günter Schirnhofer (Rupp-Maico)
125 cc   Pierfrancesco Chili (MBA)
250 cc   Massimo Matteoni (Honda)
500 cc   Marco Gentile (Yamaha)
Zijspannen   Frank Wrathall /   Phil Spendlove en   Kerry Chapman (Seymaz-Yamaha)
1986 80 cc   Bruno Casanova (Unimoto)
125 cc   Claudio Macciotta (MBA)
250 cc   Hans Lindner (Rotax)
500 cc   Massimo Messere (Honda)
Zijspannen   Bernd Scherer /   Wolfgang Gess (BSR-Yamaha)
1987 80 cc   Julián Miralles (Derbi)
125 cc   Adi Stadler (MBA)
250 cc   Javier Cardelus (Cobas-Rotax)
500 cc   Manfred Fischer (Honda)
Zijspannen   Jean-Louis Millet /   Claude Debroux (Seymaz-Yamaha)
1988 80 cc   Bogdan Nikolov (Krauser)
125 cc   Emilio Cuppini (Garelli)
250 cc   Fausto Ricci (Yamaha / Aprilia)
500 cc   Alberto Rota (Honda)
Zijspannen   Tony Wyssen /   Kilian Wyssen (LCR-Yamaha)
1989 80 cc   Jaime Mariano (Casal)
125 cc   Gabriele Debbia (Aprilia)
250 cc   Andrea Borgonovo (Aprilia)
500 cc   Peter Lindén (Honda)
Zijspannen   Ralph Bohnhorst /   Thomas Böttcher (LCR-Schuberth)
1990 125 cc   Javier Debon (JJ Cobas-Rotax)
250 cc   Leon van der Heijden (Aprilia)
Supersport   Howard Selby (Yamaha)
Superbike   Richard Arnaiz (Honda)
Zijspannen   Darren Dixon /   Sean Dixon (Yamaha)
1991 125 cc   Oliver Koch (Honda)
250 cc   Max Biaggi (Aprilia)
Supersport   Luis d’Antin (Honda)
Superbike   Davide Tardozzi (Ducati)
Zijspannen   Jukka Lauslehto /   Sakari Palojärvi (LCR-Krauser)
1992 125 cc   Juan Borja (Honda)
250 cc   Luis Carlos Maurel (Aprilia)
Supersport   Stefan Scheschowitsch (Honda)
Superbike   Daniel Amatriaín (Ducati)
Zijspannen   Gary Knight /   Malcolm Jackson (Windle-Krauser)
1993 125 cc   Stefano Perugini (Aprilia)
250 cc   Giuseppe Fiorillo (Aprilia)
Supersport   Michaël Paquay (Honda)
Superbike   Terry Rymer (Yamaha)
Zijspannen   Kieron Kavanagh /   Ian Stapleton en   Mike Finnegan (LCR-Krauser)
1994 125 cc   Ivan Cremonini (Honda)
250 cc   Régis Laconi (Yamaha)
Supersport   Yves Briguet (Honda)
Superbike   Anders Rasmussen (Yamaha)
Zijspannen   André Vögeli /   Hansueli Wickli (LCR-Yamaha)
1995 125 cc   Lucio Cecchinello (Honda)
250 cc   Luca Boscoscuro (Aprilia)
Supersport   Michaël Paquay (Ducati)
Superbike   Mario Innamorati (Ducati)
Thunderbike Trophy   Udo Mark (Kawasaki)
Zijspannen   Walter Galbiati /   Guido Sala (LCR-Suzuki)
1996 125 cc   Jorge Martínez (Aprilia)
250 cc   Sebastián Porto (Aprilia)
Supersport   Fabrizio Pirovano (Ducati)
Superbike   Idalio Gavira (Honda)
Supermono   Takashi Minoda (Over-Yamaha)
Thunderbike Trophy   William Costes (Honda)
Zijspannen   Walter Galbiati /   Guido Sala (LCR-Suzuki)
1997 125 cc   Arnaud Vincent (Aprilia)
250 cc   Davide Bulega (Aprilia)
Supersport   Angelo Conti (Ducati)
Superbike   Udo Mark (Suzuki)
Supermono   Makoto Suzuki (Over-Yamaha)
Zijspannen   Walter Galbiati /   Guido Sala (LCR-Suzuki)
1998 125 cc   Max Sabbatani (Aprilia)
250 cc   Alex Hofmann (Honda)
Supersport   Jan Hansson (Honda)
Supermono   Katja Poensgen (BMR-Suzuki)
Zijspannen   Jörg Steinhausen /   Frank Schmidt (LCR-Suzuki)
1999 125 cc   Klaus Nöhles (Honda)
250 cc   Ivan Clementi (Aprilia)
Supersport   Sébastien le Grelle (Suzuki)
Superstock 1000   Karl Harris (Suzuki)
Supermono   Per Olov Ogeborn (UNO-GDM-Rotax)
Zijspannen   Wim Verweijmeren /   Koen Kruip (LCR-Suzuki)
2000 125 cc   Diego Giugovaz (Aprilia)
250 cc   Riccardo Chiarello (Aprilia)
Supersport   Augustín Escobar (Honda)
Superstock 1000   James Ellison (Honda)
Supermono   Spencer Cook (Slipstream-MZ)
Zijspannen   Jock Skene /   Mick Skene en   Neil Miller (LCR-Suzuki)
2001 125 cc   Andrea Dovizioso (Aprilia)
250 cc   David Garcia (Honda)
Supersport   Alessandro Corradi (Yamaha)
Superstock 1000   James Ellison (Suzuki)
Supermono   Steve Marlow (Pami-GRC-BMW)
Zijspannen   Uwe Göttlich /   Mike Helbig (LCR-Suzuki)
2002 125 cc   Marco Simoncelli (Aprilia)
250 cc   Álvaro Molina (Yamaha)
Supersport   Kai-Børre Andersen (Yamaha)
Superstock 1000   Vittorio Iannuzzo (Suzuki)
Supermono   Mark Lawes (Gallina-Suzuki)
Zijspannen   Duncan Hendry /   Steve Wilson (Windle-Suzuki)
2003 125 cc   Mattia Angeloni (Honda)
250 cc   Taro Sekiguchi (Yamaha)
Supersport   Matteo Baiocco (Yamaha)
Superstock 1000   Michel Fabrizio (Suzuki)
Supermono   Benny Jerzenbeck (Pami-GRC-BMW)
Zijspannen   Tero Manninen /   Pekka Kuismanen (LCR-Kawasaki)
2004 125 cc   Michele Pirro (Aprilia)
250 cc   Álvaro Molina (Aprilia)
Supersport   Tatu Lauslehto (Honda)
Superstock 1000   Lorenzo Alfonsi (Suzuki)
Supermono   Benny Jerzenbeck (Pami-GRC-BMW)
Zijspannen   Gary Knight /   Dan Knight (LCR-Suzuki)
2005 125 cc   Michele Conti (Honda)
250 cc   Álvaro Molina (Aprilia)
Supersport   Gilles Boccolini (Kawasaki)
Superstock 600 (UEM-Cup)   Luka Nedog (Honda)
Superstock 600   Claudio Corti (Yamaha)
Supermono   Benny Jerzenbeck (Pami-GRC-BMW)
600 cc (Dames)   Alessia Polita (Suzuki)
1000 cc (Dames)   Samuela De Nardi (Aprilia)
Zijspannen   Allan Schofield /   Steve Thomas (LCR-Suzuki)
Zijspan-Europacup   Allan Schofield /   Steve Thomas (LCR-Suzuki)
2006 125 cc   Philipp Eitzinger (Honda)
250 cc   Álvaro Molina (Aprilia)
Supersport   Diego Giugovaz (Yamaha)
Superstock 600 (UEM-Cup)   Mitja Emili (Yamaha)
Superstock 600   Xavier Siméon (Suzuki)
Supermono   Mark Lawes (Pami-GRC-BMW)
600 cc (Dames)   Chiara Valentini (Ducati)
1000 cc (Dames)   Paola Cazzola (Ducati)
Zijspan-Europacup   Roger Lovelock /   Rick Lawrence (LCR-Suzuki)
Zijspan-Europacup (F2-Challenge)   Tony Baker /   Fiona Baker-Milligan en   Jimmy White (Baker-Yamaha)
2007 125 cc   Alen Györfi (Honda)
250 cc   Álvaro Molina (Aprilia)
Supersport   Guglielmo Tarizzo (Honda)
Superstock 600 (UEM-Cup)   Helge Spjeldnes (Yamaha)
Superstock 600   Maxime Berger (Yamaha)
Superstock 1000 (UEM-Cup)   Fabrizio Pellizzon (Ducati)
Supermono   Mark Lawes (Pami-GRC-BMW)
600 cc (Dames)   Iris ten Katen (Honda)
1000 cc (Dames)   Nina Prinz (Ducati)
Zijspan-Europacup   Ken Knapton /   Jason Miller (Baker-Suzuki)
Zijspan-Europacup (F2-Challenge)   John Holden /   Andrew Winkle (LCR-Suzuki)
Classic 250 cc (UEM-Cup)   Eric Saul /   Andrew Winkle (Yamaha)
Classic 350 cc (UEM-Cup)   Jean-Paul Lecointe /   Andrew Winkle (Yamaha)

Vanaf 2008Bewerken

Jaar Klasse / Coureur / Merk Klasse / Coureur / Merk Klasse / Coureur / Merk
2008 125 cc
  Lorenzo Savadori (Aprilia)
Supersport
  Angel Rodriguez (Yamaha)
Superstock 1000
  Carmelo Morales (Yamaha)
2009 125 cc
  Marcel Schrötter (Honda)
Supersport
  Kevin Coghlan (Honda)
Superstock 1000
  Carmelo Morales (Yamaha)
2010 125 cc
  Maverick Viñales (Aprilia)
Supersport
  Carmelo Morales (Yamaha)
Superstock 1000
  Santiago Barragán (Honda)
2011 125 cc
  Romano Fenati (Aprilia)
Supersport
  Jordi Torres (Yamaha)
Superstock 1000
  Ivan Silva (Kawasaki)
2012 Moto3/125 cc[2]
  Matteo Ferrari (Honda)
Supersport
  Jordi Torres (Yamaha)
Superstock 1000
  Carmelo Morales (Kawasaki)
2013 Moto3
  Karel Hanika (KTM)
Supersport 600
  Román Ramos (Kawasaki)
Superstock 1000
  Javier Forés (Ducati)

Externe linksBewerken

BronnenBewerken

ReferentiesBewerken