Hoofdmenu openen

Rode bloedcel

cel in het bloed voor zuurstofdoorvoer
(Doorverwezen vanaf Erytrocyt)
Rode bloedcellen
Osmotische drukverschillen bij rode bloedcellen

Rode bloedcellen of erytrocyten zijn bloedcellen die, dankzij het transporteiwit hemoglobine dat hun hoofdbestanddeel vormt, via het bloed zorgen voor het transport van zuurstof en koolstofdioxide, tussen de longen en de andere weefsels in het lichaam.

Het woord erytrocyt komt uit het Griekse erythros voor rood en kytos voor holte, tegenwoordig vertaald als cel.

Rode bloedcellen van zoogdieren hebben, in tegenstelling tot vrijwel alle andere cellen in het lichaam, geen celkern. Een rode bloedcel heeft een levensduur van 120 dagen. De rode bloedcellen van andere gewervelden (vissen, vogels, reptielen en amfibieën) hebben wel een celkern.

Inhoud

MorfologieBewerken

Een rode bloedcel is een cel, maar bevat geen kern en heeft dus geen kenmerkend DNA. Het proces waarbij uit een multipotente stamcel in het beenmerg rode bloedcellen gevormd worden, is erytropoëse.

Het voorstadium van een rode bloedcel bevat wel een celkern, die nodig is bij de celdeling. Deze kern wordt, vlak voordat een rode bloedcel in de bloedcirculatie komt, uitgestoten. Een rode bloedcel heeft een platte, ronde vorm met in het midden aan beide zijden een indeuking, een biconcaaf. Een menselijke rode bloedcel is een rond schijfje met een diameter van circa 7,5 micrometer en een dikte van circa 2 μm. De ongeveer 25.000 miljard rode bloedcellen in het menselijk bloed hebben een gezamenlijke oppervlakte van ongeveer 4.000 m². Daardoor kan er in de haarvaten van de longen een snelle, grootschalige uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide plaatsvinden: opname van zuurstofmoleculen in het bloed uit de lucht en afgifte van moleculen koolstofdioxide. In de haarvaten in de verschillende lichaamsweefsels gebeurt het omgekeerde: het bloed staat zijn zuurstof af aan de cellen ten behoeve van de verbranding van glucose en neemt de gevormde koolstofdioxide ervoor terug.

De vorm van de rode bloedcel wordt bepaald door een netwerk van microfilamenten (ultradunne draden in de cel), gevormd uit de eiwitten actine en spectrine. Deze filamenten zitten met behulp van ankyrines direct onder de celmembraan gehecht, waaraan ze een dunne aansluitende laag vormen. De biconcave vorm die hierdoor ontstaat is optimaal voor de uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide.

HemoglobineBewerken

Een rode bloedcel dankt zijn rode kleur aan de hemoglobine dat het bevat, een ijzerhoudend eiwitmolecuul dat zuurstof- en koolstofdioxidemoleculen kan binden. De hemoglobine vormt circa 90% van de droge massa van de rode bloedcellen. In het menselijk bloed bevindt zich daarom circa 3,5 gram ijzer.

De rode bloedcel maakt het grootste aandeel uit van de cellen in het bloed (99%). De andere soorten zijn witte bloedcellen en bloedplaatjes. De rode bloedcellen vormen ongeveer 40% van het volume van het bloed.

AfbraakBewerken

Rode bloedcellen worden zowel binnen (intravasale bloedafbraak) als buiten (extravasale bloedafbraak) de bloedbaan afgebroken. Binnen de bloedbaan wordt 10-20% van de rode bloedcellen afgebroken en daarbuiten 80-90% in vooral de milt, maar ook in de lever, botten en centraal zenuwstelsel. Het vrijkomende ijzer wordt voor het grootste deel gebonden aan de eiwitten ferritine en hemosiderine voor hernieuwd gebruik. Bij de afbraak van de rode bloedcellen komt ook globuline vrij, dat als bilirubine via de lever als gal wordt uitgescheiden. De erfelijke aandoening Glucose-6-fosfaatdehydrogenase-deficiëntie zorgt ervoor dat erytrocyten gemakkelijker beschadigd kunnen raken, met onder bepaalde omstandigheden massale bloedafbraak tot gevolg.

Zie ookBewerken

Externe linkBewerken