Nalatenschap

Wikimedia-doorverwijspagina
(Doorverwezen vanaf Erfenis)

Een nalatenschap, ook erfenis genoemd, is het geheel van bezittingen (goederen en zaken) en schulden die een overleden persoon achterlaat. Het erfrecht in Boek 4 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek regelt wat hiermee gebeurt. Een erfdeel is een bepaalde fractie (getal groter dan 0 en kleiner dan of gelijk aan 1) van de nalatenschap.

Verdeling van nalatenschappen volgens grootte en acties die ondernomen worden in Groot-Brittanië tussen 2008 en 2010.
Het aandeel van de 1% en 10% grootste erfenissen in het totaal van de nalatenschappen in Frankrijk (1919-1994). Gegevens van Thomas Piketty.
Het onderstaande betreft Nederland, tenzij anders aangegeven.

Voor potentiële erfgenamen is in eerste instantie van belang na te gaan of er een testament is en te beslissen de erfenis te aanvaarden, te verwerpen, of pas te beslissen nadat een boedelbeschrijving is gemaakt, een overzicht van alle baten en schulden (beneficiair aanvaarden). De beslissing te aanvaarden kan zowel formeel als informeel worden genomen. Wanneer iemand zich als erfgenaam gedraagt, wordt er juridisch van uitgegaan dat deze persoon de nalatenschap heeft aanvaard, inclusief zijn aandeel in eventuele schulden die de erflater had en schulden die er door overlijden zijn bijgekomen, zoals de verplichting legaten uit te betalen, de kosten van de uitvaart of de erfbelasting.[1]

Notarieel testamentBewerken

In Nederland bepaalt de wet wie erfgenaam is van een nalatenschap en voor welk deel. Deze standaardregeling kan deels opzij worden gezet door opstelling van een testament: een onderhandse akte in bewaring gegeven bij een notaris, of een notariële akte. Meestal wordt gekozen voor ondersteuning door een notaris. De testateur geeft aan een notaris zijn wensen te kennen omtrent zijn nalatenschap. De notaris adviseert, vertaalt de wensen naar juridische formuleringen en stelt een concepttestament op dat door de testateur wordt gecontroleerd en eventueel gewijzigd. Als de inhoud akkoord is bevonden, stelt de notaris de akte op die door de testateur wordt ondertekend in aanwezigheid van de notaris. Al deze handelingen dienen hoogstpersoonlijk en in Nederland onder vier ogen met de notaris te worden verricht, in België in aanwezigheid van twee getuigen of een tweede notaris. In Nederland zijn getuigen sinds 2003 niet meer vereist, maar de notaris of een ander kan de aanwezigheid van getuigen verlangen. Het origineel van de akte wordt door de notaris bewaard en ingeschreven in het Centraal Testamentenregister; de testateur ontvangt een afschrift (officiële kopie). Alleen het laatst opgestelde testament heeft rechtskracht.

Testamenten mogen (in Nederland) niet worden gemaakt door personen jonger dan 16 jaar. Een testament kan ongeldig blijken als de erflater bij de opstelling niet handelingsbekwaam was, niet wilsbekwaam, bijvoorbeeld door dementie, of wanneer (bepalingen in) het testament tot stand zijn gekomen door beïnvloeding van derden. Een testament kan ook ongeldig zijn wanneer niet aan bepaalde vormvereisten is voldaan. Een notaris heeft de taak er op toe te zien dat alles volgens de regels verloopt. Als het testament door de rechter nietig wordt verklaard of wordt vernietigd, geldt het voorgaande testament en als dat er niet is, de wettelijke regeling. Mocht er onenigheid ontstaan over de bedoelingen van een erflater is het soms mogelijk dat een rechter een testament nader uitlegt, bijvoorbeeld aan de hand van algemene bepalingen in het testament of bij leven bestaande documenten (artikel 4:46 lid 1 Burgerlijk Wetboek).[2]

Een testament kan de volgende wilsbeschikkingen bevatten:

  • Een erfstelling, het aanwijzen van erfgenamen (personen en/of instellingen), waarbij fracties vermeld moeten worden waarop elke erfgenaam recht heeft, die samen 1 zijn (de hele nalatenschap), of er wordt vermeld "voor gelijke delen". Er kan bijstaan "met inachtneming van plaatsvervulling, zoals geregeld in het Burgerlijk Wetboek voor erfopvolging bij versterf".
  • Een onterving. Een uitdrukkelijke bepaling dat iemand is onterfd. Er geldt dan erfopvolging bij versterf, met dien verstande dat een bepaald iemand die erfgenaam zou zijn is uitgesloten. Er kunnen ook meerdere personen onterfd worden. Eventuele kinderen van de onterfde erven door plaatsvervulling, tenzij die ook zijn onterfd. Als bijvoorbeeld A, B en C bij versterf elk een derde erven, betekent onterven van A zonder plaatsvervulling dat B en C elk de helft erven. Ook een erfstelling kan materieel een gedeeltelijke onterving inhouden als iemand die volgens de wet recht zou hebben op een deel van de nalatenschap niet als erfgenaam wordt aangewezen, of voor een kleiner deel. Als een kind testamentair is onterfd heeft het volgens de wet recht op een minimumdeel van de nalatenschap, de legitieme portie. Daarop moet uitdrukkelijk aanspraak worden gemaakt.
  • Een legaat, een schenking in geld, zaken of goederen die bij overlijden wordt uitgekeerd. Juridisch is dit een vorderingsrecht van de legataris op de nalatenschap dat wordt beschouwd als een schuld die moet worden voldaan voordat kan worden verdeeld.
  • Oplegging van een testamentaire last
  • Oprichting van een stichting
  • Benoeming van executeurs
  • Instelling van een testamentair bewind

De verschillende soorten wilsbeschikkingen kunnen worden gecombineerd.

Ook boedeltoedelingen kunnen in het testament staan.

Handgeschreven akte – depot-testamentBewerken

Er kan ook een handgeschreven akte zijn opgesteld, waarbij de vorm onbelangrijk is en waarin een datum en handtekening volstaan om de wilsbeschikking authentiek te maken. Deze moet in Nederland bij een notaris in bewaring zijn gegeven om rechtskracht te hebben; in België is dat niet nodig.

Openen testamentBewerken

In Nederland zijn testamenten niet openbaar. De notaris heeft een beroepsgeheim en het Centraal Testamentenregister slaat alleen op bij welke notaris, op welke datum, een testament is gemaakt. Na overlijden hebben de wettelijke en testamentaire erfgenamen recht op inzage, andere belanghebbenden hebben recht op deel-inzage. Er is geen officiële manier om een testament te openen. Iemand die denkt erfgenaam te zijn, kan na overlijden een willekeurige notaris vragen na te kijken of er een testament is gemaakt. Heeft de notaris het overlijden vastgesteld en is degeen als erfgenaam in het laatst opgemaakte testament genoemd, kan een notaris na officiële identificatie kopie van dat testament bij de notaris opvragen die de akte heeft gepasseerd en aan de erfgenaam geven of per post sturen. Voor legatarissen geldt hetzelfde, maar zij krijgen een verkort afschrift van het testament: alleen de passages waar hun legaat is geregeld. De notaris kan de erfgenamen ook uitnodigen voor een bespreking op kantoor; dit is gebruikelijk wanneer de notaris langjarig voor de erflater heeft gewerkt. Dit gebeurt niet automatisch: een notaris moet op de hoogte worden gesteld van overlijden en van de erfgenamen opdracht krijgen aan het werk te gaan, of van een executeur of bewindvoerder namens hen. Een notaris mag volgens de beroepsregels aan het werk gaan en rekeningen schrijven, zodra opdrachtgever zich in persoon heeft geïdentificeerd, deze op de hoogte is gesteld van de tarieven en de notaris opdracht tot het werk heeft gegeven.

Geen testament – wettelijke verdelingBewerken

Indien geen testament is opgesteld, zal de nalatenschap moeten worden verdeeld volgens de algemene wettelijke regels van erfopvolging bij versterf. Volgens de hoofdregel zijn dat de huidige huwelijkspartner en kinderen uit een staand of vorig huwelijk, deze krijgen een vorderingsrecht, daarna andere bloedverwanten van de overledenen, zoals ouders, broers en zussen.[3][4]

CodicilBewerken

Voor het vermaken van bepaalde roerende zaken kan de erflater ook een codicil hebben opgesteld waarin is omschreven dat bepaalde sieraden, kleding of inboedelzaken aan bepaalde personen of organisaties worden nagelaten. Dit document is vaak in bewaring gegeven bij de notaris. Ook kunnen wensen omtrent de uitvaart in een codicil zijn vastgehouden.

Persoonlijk memorandumBewerken

In een testament wordt de bestemming van de nalatenschap in hoofdlijnen geregeld. Praktische, alledaagse zaken worden er meestal niet in genoemd. Vaak heeft een erflater een persoonlijk memorandum (ook wel regifest) opgesteld waarin punten worden beschreven en uitgelegd als:

  • wensen voor uitvaart, uitvaartonderneming, graf, asbestemming;
  • gegevens huisarts, donorcodicil;
  • namen en adressen van familieleden, vrienden, organisaties e.d.;
  • vindplaats van belangrijke stukken, akten en polissen;
  • identiteit van executeur, bewindvoerder;
  • gegevens over schulden, banktegoeden en andere vermogensbestanddelen;
  • ontstaan van eventuele rechten op een nabestaandenpensioen;
  • lopende abonnementen, contributies, lidmaatschappen en socialmedia-accounts;
  • identiteitsgegevens, zoals het burgerservicenummer en administratienummers bij bijvoorbeeld een pensioenfonds.

Levenstestament, onherroepelijke volmachtBewerken

Als een levenstestament is opgesteld geldt dat in de regel niet meer na overlijden. Een volmachtgever mag echter bepalen dat een volmacht na overlijden doorloopt in het belang van volmachtgever of een derde, de onherroepelijke volmacht (art. 3:74 BW). Daarbij kunnen nadere voorwaarden zijn gesteld. De houder van een onherroepelijke volmacht mag na overlijden handelen binnen de gegeven bevoegdheden.

Lichaam overledene, uitvaart, asbestemmingBewerken

Het lichaam van de overledene, of de as na crematie, hoort niet tot de nalatenschap. De kosten van lichaamsverzorging, opbaren en uitvaart worden wel uit de nalatenschap voldaan (art. 4:7 lid 1 B.W.).[5] De Wet op de lijkbezorging bepaalt dat een begraving of crematie overeenkomstig de wens of vermoedelijke wens van de overledene moet plaatsvinden, niet eerder dan 36 uur en uiterlijk op de zesde werkdag na overlijden.[6] De opdrachtgever voor de uitvaart draagt de eerste verantwoordelijkheid; is een executeur benoemd, dan geeft deze opdracht.

Afwikkeling en verdelingBewerken

In de wet of in het testament staat tot welk deel uit de nalatenschap iedere erfgenaam gerechtigd is. Een nalatenschap moet worden afgewikkeld en daarna verdeeld om ieder dat te doen toekomen waarop deze recht heeft. Dat is ook het geval wanneer de huwelijkspartner erft. Erfgenamen en legatarissen moeten worden gezocht, deze moeten beslissen (beneficiair) te aanvaarden of niet, de nalatenschap moet worden geïnventariseerd, mensen, bedrijven en instanties moeten worden geïnformeerd, schulden moeten worden voldaan, legaten uitgekeerd, abonnementen opgezegd, bankrekeningen op naam van de erven gezet, aangifte erfbelasting gedaan, goederen, zaken, tegoeden, effecten, zakelijke deelnemingen e.d. worden getaxeerd, verkocht of toebedeeld aan een of meerdere erfgenamen, onder verrekening van de eventuele overwaarde aan de anderen. Dat is de taak van de erfgenaam of erfgenamen samen waarbij beslissingen alleen unaniem kunnen worden genomen en dus niet volgens het principe dat de meerderheid beslist. Erfgenamen kunnen taken uit handen geven door een persoon een volmacht voor bepaald werk te geven. Als bij testament een executeur is benoemd mogen de erfgenamen niet zonder zijn toestemming handelen, ook als de functie nog niet is aanvaard.

Als beneficiair is aanvaard door een of meer erfgenamen, gelden bijzondere regels. Als het om grotere nalatenschappen gaat of als er veel erfgenamen zijn, wordt bij testament vaak een executeur benoemd met de opdracht bepaalde taken namens de erfgenamen uit te voeren. Een executeur heeft niet de bevoegdheid zelfstandig te verdelen en mag evenmin zelfstandig beschikken in juridische zin, behalve als dat nodig is om schulden te voldoen. Bij enkele stappen is een notaris nodig, bijvoorbeeld het opstellen van een Verklaring van erfrecht en een Akte van verdeling.

Als de huwelijkspartner erft, er voornamelijk vermogen is in de vorm van onroerend goed en de erfbelasting de (hoge) belastingvrije voet overstijgt, moet onder omstandigheden het huis worden verkocht. Voor betaling erfbelasting kan uitstel worden gevraagd.[7]

Als sprake is van internationale aspecten kan ander recht van toepassing zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval als (een deel van) de nalatenschap zich in het buitenland bevindt, als zich vermogen in Nederland bevindt en de overledene een buitenlandse nationaliteit heeft, of als erfgenamen in het buitenland wonen.

BoedelnotarisBewerken

Als een notaris met de afwikkeling van een opengevallen erfenis wordt belast noemt men deze vaak de boedelnotaris. Dat is juridisch niet altijd de juiste term. In art. 4:197 e.v. BW wordt met boedelnotaris de notaris bedoeld die belast is met de vereffening van een nalatenschap nadat beneficiair is aanvaard. Deze moet zich inschrijven in het boedelregister. Meestal werkt een notaris echter aan een boedel in opdracht van erfgenamen of executeur en voert de opgegeven werkzaamheden uit. Gebruikelijk is advisering en begeleiding bij de verdeling, het opstellen van de uitdelingslijst en het opstellen en passeren van akten, waaronder de verklaring van erfrecht en de akte van verdeling/vaststelling van de erfdelen. Het regelwerk in een boedel wordt niet door de notaris zelf gedaan maar door boedelmedewerkers.

BoedelregisterBewerken

Informatie over de rechtstoestand van een opengevallen nalatenschap in Nederland die vereffend moet worden, wordt verzameld in het openbare boedelregister dat zich bevindt bij de rechtbank van de laatste woonplaats van de erflater. Hierin staat bijvoorbeeld wie de boedelnotaris is en bevat verklaringen van erfgenamen die beneficiair hebben aanvaard. Zuivere aanvaarding en verwerping worden niet ingeschreven. De griffier van de rechtbank is verplicht om een ieder die dat wenst inzage in het register te geven en een uittreksel daaruit te verstrekken.

ConflictenBewerken

Na overlijden van een langstlevende ouder komt vaak conflictpotentiaal binnen de familie hoog met de verdeling van de nalatenschap als aanleiding. Het gaat vaak om verschil van inzicht over de waarde van goederen of zaken. Hier kan een gang naar de rechter zinvol zijn wanneer objectief onderbouwd kan worden waarom meerdere taxaties onjuist zouden zijn.[8] Verder bevredigt de verdeling in een testament niet altijd alle erfgenamen of onterfde kinderen en legt niet iedereen zich daarbij neer. In juridisch opzicht heeft het aanvechten van een testament alleen kans van slagen bij vormfouten of met tastbare bewijzen. Er zijn meerdere uitspraken waarbij een (deels) onterfd kind recht kon halen door bewijs te leveren dat sprake is geweest van beïnvloeding of gebruikmaking van (beginnende) dementie (wilsonbekaamheid).[9][10][11][12][13] Ten slotte zijn er regelmatig problemen met de manier waarop een executeur of afwikkelingbewindvoerder zijn werk doet, deels terug te voeren op onwetendheid aan beide kanten. Een verzoek bij de kantonrechter tot ontslag executeur heeft zin als objectief aantoonbaar dat er gewichtige redenen zijn voor ontslag: hij heeft zich niet als 'goed executeur' gedragen, schiet ernstig tekort in de uitvoering van taken of de vertrouwensband is ernstig verstoord.[14][15]

Met het "uitvechten" van een erfeniskwestie kunnen vele jaren en veel geld verloren gaan. Een executeur of afwikkelingsbewindvoerder ziet het meestal niet als zijn taak, of bezit niet de vaardigheid, de-escalerend te werken. Vaak is het mogelijk een oplossing te vinden met behulp van een onafhankelijke derde (mediation).

Nalatenschapsbegeleiding – estate planningBewerken

Als vorm van zakelijke dienstverlening wordt ook buiten het notariaat 'nalatenschapsbegeleiding' bij leven aangeboden ook 'estate planning' genoemd, het gestructureerd regelen van de overgang van vermogen naar de volgende generatie met een focus op fiscale aspecten. In landen met een angelsaksisch rechtssysteem is estate planning een juridisch begrip waarvoor jurisprudentie, wetten en regelgeving bestaan.[16][17][18] Advisering is hier het domein van advocaten en notarissen en men mag zich alleen 'financieel adviseur' noemen als onafhankelijkheid juridisch is geborgd.[19][20] In Nederland is het begrip in de 1990er jaren zonder deze juridische achtergrond in de bankenwereld geïntroduceerd als nieuwe vorm van dienstverlening. In Nederland bestaat voor estate planning geen wettelijk kader, voor estate planner als beroepsgroep bestaat geen wet- of regelgeving, er zijn geen kwaliteitseisen en er bestaat geen wettelijk toezicht. Verschillende stichtingen en bedrijven bieden opleidingen van enkele dagen aan waarna men lid kan worden.[21][22] De ledenlijst wordt soms 'register' genoemd en leden gebruiken de titel 'register estate-planner' maar in tegenstelling tot registeraccountant heeft de aanduiding bij een estate planner officieel geen betekenis.[23] Hetzelfde geldt voor aanduidingen als 'keurmerk', 'gecertificeerd' of 'benoemd'. Een grote beroepsvereniging, de Federatie Financieel Planners (FFP), kent een gedragscode maar deze bevat geen clausule over onafhankelijkheid of objectiviteit.[24]

Zie ookBewerken

  • Vermogenstoets - over mogelijke gevolgen van de verandering in het vermogen door het ontvangen van een erfenis

Externe linksBewerken