Hoofdmenu openen
Venlo in 1652 door J. Blaeu, met aan de bovenzijde de enveloppe Van der Duyn

De Enveloppe Van der Duyn, ook wel de Zeven Flanken genoemd, was onderdeel van de Vestingwerken van Venlo. Het stuk vestingmuur bestond uit vier bastions met een brede gracht, waarin zes lunetten met zeven flanken. Van deze lunetten met hun flanken komt dan ook de andere benaming vandaan.

Zoals de naam al doet vermoeden, is de muur in 1739 tussen Fort Beerendonck en de Keulsepoort (welke ook bekendstond als de Laerpoort) gebouwd door militair architect Van der Duyn, nadat de oude stadsmuur aan de oostzijde van de stad niet meer voldeed.[1] De muur was gebouwd op een langgerekt eiland in de brede gracht; aan de binnenzijde van de muur, in dezelfde gracht, lagen nog twee eilandjes met ravelijnen. De enveloppe bood bescherming aan de minderbroederskazerne, waaraan weer de Piottenwei lag, een stukje weiland waar vaak de ingekwartierde soldaten vertoefden. Tegenwoordig is op dit weiland het rosarium aangelegd.

Het Julianapark, gezien vanuit het noorden

Toen tussen 1867-1872 de vestingwerken werden afgebroken, besloot men om aan de oostzijde van de stad, langs de Hamburgersingel, een rangeerterrein aan te leggen, dat aansloot op de Cöln-Mindener spoorlijn. Dit stuk spoor kwam in 1874 gereed en werd direct in gebruik genomen. Deze spoorlijn, welke via Straelen helemaal doorliep tot aan Hamburg, werd in 1936 stopgezet. Heel even, vanaf 1941 tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, werd de spoorlijn nogmaals in gebruik genomen. Daarna werd het spoor definitief afgebroken.

Vanaf 1952 werd hier, nadat alle resten van de spoorlijn verdwenen waren, begonnen met de aanleg van het Julianapark, welk in de loop der jaren nog enkele malen van structuur is veranderd.