Hoofdmenu openen

Emico III van Nassau-Hadamar

Graaf van Nassau-Hadamar

Emico III van Nassau-Hadamar († na 21 juni 1394),[1][2] Duitse voornaam Emich, was graaf van Nassau-Hadamar, een deel van het graafschap Nassau. Wegens regeringsongeschiktheid stond hij zijn gehele regeerperiode onder regentschap. Hij stamt uit de Ottoonse Linie van het huis Nassau.

Emico III
Nassau wapen.svg Graaf van Nassau-Hadamar
Regeerperiode 1364/65 - na 1394
Mederegent Hendrik (1364/65 - vóór 1369)
Voorganger Johan
Opvolger n.v.t.
Huis Nassau-Hadamar
Vader Johan van Nassau-Hadamar
Moeder Elisabeth van Waldeck
Geboren ?
Gestorven na 21 juni 1394
Religie Rooms-katholiek
Wapenschild
Wapen van de Ottoonse Linie

BiografieBewerken

Emico was de vijfde en jongste zoon van graaf Johan van Nassau-Hadamar en Elisabeth van Waldeck,[2] dochter van graaf Hendrik IV van Waldeck en Adelheid van Kleef.[1][2]

Emico had reeds tijdens het leven van zijn vader aan enkele regeringszaken deelgenomen, en ook na het overlijden van zijn vader nam hij - in ieder geval formeel - met zijn oudere broer Hendrik deel aan de regering van het graafschap Nassau-Hadamar. Toen Hendrik enkele jaren later kinderloos overleed, was Emico de enig overgebleven zoon en wettige opvolger. Hij was echter zwakzinnig en werd daarom als ongeschikt voor de regering beschouwd. Direct na het overlijden van Hendrik begon de Nassau-Hadamarse successiestrijd. Zijn verwanten brachten Emico onder in de Abdij van Arnstein, terwijl zij met landgraaf Hendrik II van Hessen om zijn erfenis streden.

Emico's zwager, Rupert van Nassau-Sonnenberg, gehuwd met zijn zuster Anna, werd zijn voogd en nam de regering in Nassau-Hadamar over. Tegelijkertijd maakte echter ook Emico's neef Johan I van Nassau-Siegen, de senior van de Ottoonse Linie, erfaanspraken op het Nassau-Hadamarse bezit. Uiterlijk in 1371 kwam het tot een openlijke breuk tussen Rupert en Johan. Tijdens de daaropvolgende veertien jaar bestreden beiden elkaar in jarenlange vetes, die slechts tweemaal (in 1374 en 1382) na door derden bemiddelde kortdurende overeenkomsten onderbroken werden. Tussen 1372 en 1374 werd de stad Nassau zo zwaar verwoest dat die voor enige tijd opgegeven werd. Een op 22 juni 1385 door bemiddeling van de Rijnlandse stedenbond tot stand gekomen overeenkomst, die de overeenkomsten van 1374 en 1382 in alle wezenlijke zaken bekrachtigde, hield een tijdlang stand. Na het overlijden van Rupert op 4 september 1390 begon de strijd opnieuw. Ruperts weduwe Anna hertrouwde vóór 11 januari 1391 met graaf Diederik VIII van Katzenelnbogen, en deze maakte direct aanspraak op Nassau-Hadamar. De strijd tussen Johan I van Nassau-Siegen en Diederik VIII van Katzenelnbogen sleepte zich tot 1408 voort.

Emico zelf behield van zijn vaderlijke erfenis slechts zijn aandeel van kasteel Nassau en een jaarlijkse apanage. De laatste schijnt niet zeer overvloedig geweest te zijn want in de op 21 juni 1394 tussen Diederik VIII van Katzenelnbogen en Johan I van Nassau-Siegen gesloten overeenkomst verplichtte Johan zich voor Emico's onderhoud te zorgen zolang deze in Nassau was. Johan legde bij deze gelegenheid in een oorkonde ook vast dat hij het Hadamarse deel van Nassau, met alle toebehoren, in naam van Emico bezat, dat hij Emico als graaf van Nassau erkende en hem in het Hadamarse deel van Nassau zou laten huldigen.

Wanneer Emico overleed, is niet bekend. Hij wordt voor de laatste maal in de bovengenoemde overeenkomst van 21 juni 1394 in een oorkonde vermeld. Met Emico stierf het huis Nassau-Hadamar in mannelijke lijn uit.