Embryogenese

De embryogenese is de ontwikkeling van de bevruchte eicel gedurende de eerste zeven weken na de bevruchting. In deze zeven weken groeit de zygote middels mitose (celdeling) van embryo uit tot foetus. De stadia die in deze eerste zeven weken onderscheiden worden zijn achtereenvolgens zygote, morula (het vroegste embryonale stadium), blastula, gastrulatie, neurulatie en, na de eerste week van groei, de organogenese.

Stadia van de embryogeneseBewerken

ZygoteBewerken

  Zie Zygote voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De zygote of bevruchte eicel is de eerste ontwikkelingsfase, direct na de versmelting van een eicel met een zaadcel (de bevruchting).

MorulaBewerken

  Zie Morula voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vanuit de zygote vormt zich, door klieving (celdeling) de morula, een celklompje dat bestaat uit 16 tot 32 kleine diploïde cellen. Tijdens deze eerste ontwikkelingsfase neemt het embryo niet in volume toe. In de gevormde morula treedt de eerste celdifferentiatie op. De cellen binnen het klompje gaan het uiteindelijke embryo zelf vormen (zij worden de embryoblast genoemd en zijn te verdelen in epiblast en hypoblast); de cellen die aan het oppervlak liggen, gaan de vruchtvliezen en placenta vormen (zij worden de trofoblast genoemd).

 
Verschillende stadia van de neurulatie.

BlastulaBewerken

  Zie Blastula voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Dit stadium onderscheidt zich van de morula omdat zich in het embryo een holte heeft gevormd: de blastocoel. De kant waar de cellen zitten die de embryoblast gaan vormen heet de embryonische pool, de andere zijde de ab-embryonische pool. De trofoblast differentieert zich in cytotrofoblast en syncytiotrofoblast. Bij aankomst in de uterus nestelt het embryo zich in het endometrium. Het syncytiotrofoblast maakt het hormoon hCG (humaan choriongonadotrofine) aan dat het corpus luteum (gele lichaam) in stand houdt, en zo indirect de aanmaak van het hormoon progesteron stimuleert.

GastrulatieBewerken

  Zie Gastrulatie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Tijdens de gastrulatie wordt uit de tweelagige structuur, die het embryo nu heeft, een drielagig kiemblad gevormd. Dit proces begint met de vorming van de primitiefstreep (bij zoogdieren en vogels) of oermond (bij amfibieën). Via de primitiefstreep stulpen zich cellen van het epiblast naar binnen. De eerste golf cellen vormen samen met de cellen van de hypoblast het endoderm. De tweede golf vormt een derde laag tussen het endoderm en het ectoderm (dat wordt gevormd uit de epiblast): het mesoderm. Mesenchymatische stamcellen zorgen voor het mesoderme deel van de gastrula. Zodra de kiemlagen worden gevormd, begint het proces van orgaanontwikkeling of organogenese.

NeurulatieBewerken

Met neurulatie wordt het vouwen van de neurale plaat tot de neurale buis bedoeld. Door invaginatie (instulping) van de neurale plaat vormt zich de neurale groeve, waarvan de wanden de 'neurale wallen' worden genoemd. Uiteindelijk groeien de buitenste uiteinden van de neurale wallen tegen elkaar aan door snelle klieving van ectodermcellen: de neurale buis. Een deel van het mesoderm dat tegen de neurale groeve aanligt (het paraxiaal mesoderm) vormt verscheidene somieten. De somieten gaan spieren, het skelet en de lederhuid vormen. Het deel van het mesoderm dat tussen beide delen paraxiaal mesoderm in ligt (het axiaal mesoderm), vormt in het embryo de chorda, een structuur die zoogdieren delen met andere chordadieren.

Zie ookBewerken

ReferentiesBewerken

  • Larsen William J., Human Embryology 3rd edition, 2003.