Ellenberggetal

Een Ellenberggetal (of indicatorwaarde van Ellenberg) is een getal om de ecologische voorkeur (standplaatsfactoren) van wilde vaatplanten te kwantificeren en deze zo te kunnen vergelijken met andere soorten. Het model is ontwikkeld door de Duitse vegetatiekundige Heinz Ellenberg en werd in 1974 voor het eerst toegepast in de Duitse flora van Ellenberg.

OmgevingsfactorenBewerken

Ellenberggetallen worden gegeven bij ordinatie van soorten in vergelijkbare niches. Er wordt gekeken naar de volgende omgevingsfactoren:

  • Zuurtegraad (de pH van de bodem)
  • Productiviteit (de hoeveelheid nutriënten in de bodem)
  • Temperatuur (bij welke temperaturen kan een soort groeien)
  • Bodemtemperatuur (temperatuurfluctuaties van de bodem)
  • Bodemvocht (hoeveelheid vocht in de bodem)
  • Saliniteit (zoutgehalte van de bodem)
  • Licht (intensiteit van licht)

Elke abiotische factor kan beoordeeld worden op een schaal die loopt van 1 tot 9. Een plant die midden in de zon op een veld groeit krijgt voor licht bijvoorbeeld een 8, terwijl een plant die in de schaduw van bomen groeit slechts een 2 krijgt. Bij een zeer grote tolerantie voor een bepaalde factor is het Ellenberggetal onbepaald en wordt het aangegeven met een X. De combinatie van waarden (getallen) geeft een beeld van de ecologische positie van de soort ten opzichte van andere soorten.

Berekening van EllenberggetallenBewerken

Om de getallen te berekenen van een soort (i) op locatie j, wordt de volgende vergelijking gebruikt[bron?]:

Ellenberggetalij = Aij × Bij × 100

waarbij:

Aij = N' 'individuenij / N' 'individueni
ij = gemiddeld aantal van soort i in j
i = gemiddelde waarde voor soort i
Bij = N' 'locatiesij / N' 'locatiesi.
ij = aantal locaties in j waar soort i zich bevindt (frequentie).
i = aantal locaties in j

Ten slotte, Ellenberggetalij = Aij × Bij × 100

Dit vergelijkt trouw, presentie en abundantie van soort i. Door de uitkomst te vergelijken met de Ellenberggetallen van andere soorten, kan er een beeld gevormd worden van de positie van de soorten ten opzichte van elkaar. Daarnaast kunnen de mogelijkheden van een soort op een bepaalde locatie in kaart worden gebracht.

LiteratuurBewerken

  • Landolt E. 1977 Okologische Zeigerwerts zur Schweizer Flora. Veroff. Geobot. Inst. ETH. Zürich. – 1977. – H. 64. – S. 1-208.
  • Ellenberg H. 1974 Zeigerwerte der Gefässpflanzen Mitteleuropas. Scripta geobotanica. Göttingen, 1974. – Vol. 9. – 197 p.
  • Ellenberg H., H.E. Weber, R. Dull., V. Wirth & W. Werner & D. Paulisen 1991 Zeigerwerte von Pflanzen in Mitteleuropa. [Indicator values of plants in Central Europe] Scripta Geobotanica. – V. 18. – Verlag Erich Goltze KG, Göttingen, 1991. – 248 s.
  • Dufrene, M. & P. Legendre 1997 Species assemblages and indicator species: The need for a flexible asymmetrical approach. Ecological Monographs 67:345-366.
  • De Caceres, M. & P. Legendre 2009. Associations between species and groups of sites: indices and statistical inference. Ecology 90:3566-3574.
  • De Caceres, M., P. Legendre & M. Moretti 2010 Improving indicator species analysis by combining groups of sites. OIKOS 119:1674-1684.

Zie ookBewerken

Externe linkBewerken

Algemene begrippen:concurrentie · dood hout · plantkunde van A tot Z · SynBioSys · vegetatie · vegetatiekunde · vegetatiekunde van A tot Z
Biogeografie:adventief · archeofyt · areaal · autochtoon · beschermingsstatus · cultuurplant · cultuurvolger · disjunct verspreidingsgebied · eilandbiogeografie · endemie · exoot · extinctie · florarijk · floristiek · inburgering · inheems · invasieve soort · kosmopolitische verspreiding · massa-extinctie · Rode Lijst van de IUCN · status · synchorologie · uitsterven · verspreidingsgebied · vestiging
Levensvorm:bladrozet · bladverliezend · boom · chamaefyt · dwergstruik · epifyt · fanerofyt · geofyt · grasachtig · groenblijvend · helofyt · hemikryptofyt · houtige plant · hydrofyt · klimplant · kruidachtig · liaan · loofboom · naaldboom · slingerplant · struik · succulent · therofyt · winterhard
Standplaats:boomgrens · ecologische groep · Ellenberggetal · extremofiel · freatofyt · halofiel · halofyt · hellingbos · helofyt · indicatorplant · indicatorwaarde van Ellenberg · oecologische groep · standplaatsfactor · stroomdalflora · tredplant · verlandingsvegetatie · xerofiel · xerofyt · zoutplant
Structuur en textuur:biodiversiteit · biomassa · boomlaag · kruidlaag · moslaag · ondergroei · pioniersoort · schimmellaag · Shannon-index · strooisellaag · struiklaag · symmorfologie · vegetatielaag · vegetatiestructuur · vegetatieperiode · zode
Syntaxonomie:associatie · associatiefragment · derivaatgemeenschap · fytocoenologie · fytocoenon · fytosociologie · klasse · klasse-eigen · klasse-vreemd · onderverbond · orde · plantengemeenschap · plantensociologie · rompgemeenschap · subassociatie · syntaxon · syntaxoncode · syntaxonomie‎ · verbond
Vegetatieonderzoek:abundantie · bedekking · Braun-Blanquetmethode · constante soort · differentiërende soort · exclusieve soort · Frans-Zwitserse school · International Association for Vegetation Science · kensoort · minimumareaal · Plantensociologische Kring Nederland · preferente kensoort · preferente soort · presentie · relevé · trouw · vegetatieopname · vegetatieschaal van Tansley · Zürich-Montpellier school
Vegetaties:climaxvegetatie · dijkvegetatie · geriefbos · houtwal · Landelijke Vegetatie Databank · potentieel natuurlijke vegetatie · watervegetatie · De vegetatie van Nederland (boek)
Plantkunde en deelgebieden
Bijzondere plantkunde:algologie · bryologie · dendrologie · fycologie · lichenologie · mycologie · pteridologie
Paleobotanie:archeobotanie · dendrochronologie · fossiele planten · gyttja · palynologie · pollenzone · varens · veen
Plantenmorfologie & -anatomie:beschrijvende plantkunde · adventief · apoplast · blad · bladgroenkorrel · bladstand · bloeiwijze · bloem · bloemkroon · boomkruin · celwand · chloroplast · collenchym · cortex · cuticula · eicel · epidermis · felleem · fellogeen · felloderm · fenologie · floëem · fytografie · gameet · gametofyt · groeivorm · haar · houtvat · huidmondje · hypodermis · intercellulair · intercellulaire ruimte · kelk · kroonblad · kurk · kurkcambium · kurkschors · levensduur · levensvorm · merg · meristeem · middenlamel · palissadeparenchym · parenchym · periderm · plantaardige cel · plastide · schors · sclereïde · sclerenchym · spermatozoïde · sponsparenchym · sporofyt · stam · steencel · stengel · stippel · symplast · tak · thallus · topmeristeem · trachee · tracheïde · tylose · vaatbundel · vacuole · vrucht · wortel · xyleem · zaad · zaadcel · zeefvat · zygote
Plantenfysiologie:ademhaling · bladzuigkracht · evapotranspiratie · fotoperiodiciteit · fotosynthese · fototropie · fytochemie · gaswisseling · geotropie · heliotropisme · nastie · plantenfysiologie · plantenhormoon · rubisco · stikstoffixatie · stratificatie · transpiratie · turgordruk · vernalisatie · winterhard · worteldruk
Plantengeografie:adventief · areaal · beschermingsstatus · bioom · endemisme · exoot · flora · floradistrict · floristiek · hoogtezonering · invasieve soort · Plantengeografie · status · stinsenplant · uitsterven · verspreidingsgebied
Plantensystematiek:taxonomie · botanische nomenclatuur · APG I-systeem · APG II-systeem · APG III-systeem · APG IV-systeem · algen · botanische naam · cladistiek · Cormophyta · cryptogamen · classificatie · embryophyta · endosymbiontentheorie · endosymbiose · evolutie · fanerogamen · fylogenie · generatiewisseling · groenwieren · hauwmossen · kernfasewisseling · korstmossen · kranswieren · landplanten · levenscyclus · levermossen · mossen · roodalgen · varens · zaadplanten · zeewier
Vegetatiekunde & plantenoecologie:abundantie · associatie · bedekking · biodiversiteit · biotoop · boomlaag · bos · Braun-Blanquet (methode) · broekbos · climaxvegetatie · clusteranalyse · concurrentie · constante soort · differentiërende soort · ecologische gradiënt · ecologische groep · Ellenberggetal · gemeenschapsgradiënt · grasland · heide · kensoort · kruidlaag · kwelder · minimumareaal · moeras · moslaag · ordinatie · pioniersoort · plantengemeenschap · potentieel natuurlijke vegetatie · presentie · regenwoud · relevé · ruigte · savanne · schor · steppe · struiklaag · struweel · successie · syntaxon · syntaxonomie · Tansley (methode) · toendra · tropisch regenwoud · trouw · veen · vegetatie · vegetatielaag · vegetatieopname · vegetatiestructuur · vegetatietype · vergrassing · verlanding