Hoofdmenu openen
Delingen van Luxemburg

Het groothertogdom Luxemburg is in de loop der tijden gekrompen van een oppervlakte van 10.700 km² tot 2.586 km². Dit vond plaats tijdens drie draaipunten in de geschiedenis waarbij Luxemburg een deel van zijn grondgebied aan een buurland moest afstaan. De afgestane gebieden maken nu deel uit van de staten België, Frankrijk en Duitsland. Ieder van deze landen heeft op een bepaald moment in de geschiedenis geprobeerd geheel Luxemburg te annexeren, maar moest uiteindelijk slechts met een deel genoegen nemen. Deze gebiedsafstanden duidt men aan als de delingen van Luxemburg, naar analogie met de Poolse delingen.

Van Luxemburgs irredentisme is echter vrijwel geen sprake. In delen van de afgestane gebieden wordt nog wel sporadisch Luxemburgs gesproken, hoewel de taal er door respectievelijk het Frans en Hoogduits wordt verdrongen.

Eerste deling 1659Bewerken

Tijdens de Frans-Spaanse Oorlog van 1635 tot 1659 wisten de Fransen met hun bondgenoot Engeland de Spanjaarden te verslaan en grote delen van de Spaanse Nederlanden te bezetten. In de daaropvolgende Vrede van de Pyreneeën kon Frankrijk dan ook delen van het toenmalige hertogdom Luxemburg opeisen, aangezien dit deel uitmaakte van de Spaanse Nederlanden en de koning van Spanje tevens hertog van Luxemburg was. De vestingen Stenay, Thionville en Montmédy werden Frans bezit. Luxemburg verloor 1060 km², ongeveer 10% van het toenmalige grondgebied.

Tweede deling 1815Bewerken

Toen de Fransen in 1795 de Nederlanden veroverden werd Luxemburg als een deel van het Woudendepartement direct bij Frankrijk ingelijfd. Na afloop van de revolutionaire en Napoleontische oorlogen, op het Congres van Wenen, werd Luxemburg samengevoegd met het Graafschap Vianden, dat tot de Franse tijd in handen was van de prinsen van Oranje-Nassau, en het voormalige graafschap Bouillon uit de Oostenrijkse Nederlanden. Het nieuwgeschapen landje werd verheven tot groothertogdom, met de Oranjes als groothertogen. Dit was een compensatie aan Willem I voor het gebiedsverlies van Nassau aan Pruisen. De Duitse Bond en Pruisen maakten echter aanspraak op het versterkte stadje Bitburg en omgeving in het noordoosten, omdat dit een essentiële schakel in de westelijke verdedigingslinie van de Duitse Bond en Pruisische Rijnprovincie zou vormen. Koning Willem I, die al grotendeels had gekregen wat hij verlangde, ging niet met de Pruisen in discussie. Zo verloor Luxemburg 2.280 km² aan Pruisen (later Duitsland), wat overeenkwam met ongeveer 24% van de toenmalige oppervlakte. De definitieve grens met Pruisen werd met het traktaat van Aken in 1816 vastgelegd.

Enkele delen van dit gebied wisselden in 1919 opnieuw van eigenaar toen België de gebieden toegewezen kreeg die nu bekendstaan als de Oostkantons.

Derde deling 1839Bewerken

De derde deling was de meest ingrijpende en zou Luxemburg meer dan halveren. Tijdens de Belgische Revolutie van 1830 kozen de Luxemburgers massaal partij voor de Belgen, en al spoedig was het hele groothertogdom in opstand. De citadel van Luxemburg-stad werd echter beheerst door een Pruisisch garnizoen dat hardhandig de orde handhaafde, waardoor de stad trouw aan het koninklijk gezag bleef. Tijdens de Conventie van Londen wilde men aanvankelijk geheel Luxemburg aan Willem I teruggeven, maar daar was de nieuwe Belgische koning Leopold I op tegen. Het uiteindelijke Verdrag van Londen dat in 1831 geratificeerd en in 1839 door Willem I geaccepteerd werd, wees het westelijke Franstalige deel van Luxemburg plus het Land van Aarlen toe aan België. De rest bleef een groothertogdom met de Oranjes als groothertogen. Als compensatie van dit gebiedsverlies verkreeg Willem I het oostelijk gelegen deel van de in 1815 ontstane provincie Limburg met de Maas als landsgrens. Alzo ontstond uit samenvoeging van de voormalige gebieden Landen van Overmaze en Opper-Gelre een nieuwe provincie: Nederlands-Limburg, terwijl het voormalige graafschap Loon bij België bleef als Belgisch-Limburg.

Het westelijke deel zou uiteindelijk samen met het hertogdom Bouillon de Belgische provincie Luxemburg vormen. Nog steeds komen de kleuren van de provincievlag en het wapen van Aarlen overeen met de vlag respectievelijk het wapen van Luxemburg. Bij deze deling verloor Luxemburg 4.730 km² (ongeveer 65% van het oppervlak), bewoond door 175.000 mensen (ongeveer 50% van de bevolking).