Hoofdmenu openen

De Deense kolonie Deens-Oost-Indië bestond uit de Nicobaren en de twee steden Trankebar en Serampur in het huidige India. De kolonie bestond van 1756 tot 1778,van 1779 tot 1801,van 1802 tot 1808 en van 1815 tot 1868.

Dansk Ostindien
Bezit en kolonie van het koninkrijk Denemarken
1756 – 1778
1779-1801
1802-1808
1815-1868
Vlag van Denemarken
Algemene gegevens
Talen Deens
Regering
Regeringsvorm Eigendom van de Deense Oost-Indische Compagnie (tot 1779) en een kolonie (vanaf (1779)
Dynastie Oldenburg en Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg
Staatshoofd De Deense Oost-Indische Compagnie (tot 1779) en koning of koningin van Denemarken (Frederik V,Christiaan VII,Frederik VI,Christiaan VIII,Frederik VII en Christiaan IX) (vanaf 1779)

GeschiedenisBewerken

In 1756 werd de eilandengroep van het huidige India de Nicobaren gekoloniseerd door de Deense Oost-Indische Compagnie en kregen de naam de Frederikseilanden. Toen ontstond Deens-Oost-Indië als bezit van de Compagnie samen met de stad Trankebar en Serampur. In 1778 stierven de laatste Deense kolonisten door de ziekte malaria. Hetzelfde jaar kwamen de Oostenrijkers aan op de Nicobaren en werd het een kolonie van Oostenrijk. Een jaar later werd Deens-Oost-Indië als kolonie gesticht onder de Deense kroon. In 1801 werden de Nicobaren weer deel van Deens-Oost-Indië nadat de laatste Oostenrijkse kolonisten omgekomen waren in een hongersnood. In de napoleontische oorlogen stond Denemarken aan de kant van Napoleon en kreeg automatisch Engeland als vijand. In 1801 werd de kolonie door de Engelsen bezet. Een jaar later wisten de Denen hun kolonie weer terug te krijgen. In 1808 werd de kolonie weer bezet. Aan het einde van de napoleontische oorlogen kreeg Denemarken Deens-Oost-Indie weer terug. Maar in 1868 werd de kolonie aan Engeland verkocht.