De tranen der acacia's

werk van Willem F. Hermans

De tranen der acacia's is de tweede roman van de Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans en diens eerste oorlogsroman. Ongeveer de eerste helft van het boek werd vanaf november 1946 in twaalf afleveringen voorgepubliceerd in het tijdschrift Criterium en in 1949 verscheen het gehele boek. Protagonist Arthur Muttah probeert de toedracht van de arrestatie van zijn vriend Oskar Ossegal te achterhalen en verdenkt zijn halfzus Carola van verraad, maar vanwege elkaar tegensprekende gegevens bereikt hij geen zekerheid. De roman speelt zich af in Amsterdam en Brussel in de periode maart 1944 tot december 1945.

De tranen der acacia's
Auteur(s) Willem Frederik Hermans
Land Nederland
Taal Nederlands
Onderwerp het oorlogsverzet in 1944 in Amsterdam, Brussel
Genre oorlogsroman
Uitgever G.A. van Oorschot
Uitgegeven 1949
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Autobiografische achtergrondBewerken

Van 28 juli tot 6 september 1945 verbleef Hermans enige maanden bij vrienden van zijn ouders in Brussel, dat al bijna een jaar bevrijd was. Volgens biograaf Willem Otterspeer werd hier het voornemen geboren om van de pen te leven.[1] Het echtpaar zonder kinderen bewoonde een groot herenhuis in de wijk Ukkel in het zuiden van de stad. Hij bezocht er musea, bioscopen en fuiven van de Canadezen, die volgens biograaf Willem Otterspeer de basis vormden van de bordeelscène uit de roman.[2] Na ruim een maand keerde hij weer naar Amsterdam terug, omdat hij de gastvrijheid van de familie, waar hij niets tegenover kon stellen, niet verder wilde uitbuiten. In zijn bedankbrief beschreef hij zijn terugreis, die volgens Otterspeer eveneens nauwkeurig in de roman is verwerkt.[3]

Aan het einde van januari en het begin van februari 1946 verbleef Hermans opnieuw bij deze kennissen in Brussel.[4] Zij hadden hun dienstmeisje Rose ontslagen wegens onhandigheid; volgens Otterspeer stond dit hitsige meisje model voor het meisje waarover in de roman wordt gezegd dat ze 'ien 'ete kut' was.[5] Bij dit bezoek nam Hermans contact op met Lily, een meisje dat hij gedurende zijn vorige verblijf had leren kennen en die mogelijk model stond voor Gaby uit de roman.[6]

OntstaansgeschiedenisBewerken

In een brief van 14 november 1946[7][8] schreef Hermans aan Charles B. Timmer dat hij elke dag 'twee smalle foliopagina's compres' typt. Om het als feuilleton in het tijdschrift Criterium te kunnen krijgen, heeft hij de redacteuren Adriaan Morriën en Adriaan van der Veen 'verteld dat het hele boek al geschreven was', terwijl hij in werkelijkheid naar schatting nog maar ongeveer een vijfde van de roman af heeft, namelijk 30 van de 150 foliopagina's.[9] Hermans omschreef zijn roman-in-wording als:

weer een rare perverse geschiedenis. Het is wel verwant aan Conserve, maar doordat het in de bezetting in Nederland speelt (met vermijding van alle pittoreske détails over bonnen) lijkt het realistischer. Er wordt veel in gescholden, vooral veel in gedronken en geneukt en een enkele keer gemoord, terwijl het occulte niet te kort wordt gedaan.[10][11]

De auteur maakte een 'ruwe opzet', waarvan nog een velletje bewaard is gebleven dat betrekking heeft op een in 1947 voorgepubliceerd gedeelte. Aanvullingen, correcties en doorhalingen wijzen uit dat dit schema in de loop van het schrijfproces werd gewijzigd.[12]

InhoudBewerken

Het is een oorlogsroman die in het Amsterdamse verzet speelt. Er is ook een Brusselse episode.

SchrijfstijlBewerken

De roman wordt verteld in de derde persoon door een vertelinstantie die niet alleen de gebeurtenissen beschrijft en - soms vooruitwijzende - toelichtingen geeft, maar ook iets van een persoonlijkheid verkrijgt door een oordeel uit te spreken of ironie te gebruiken, zoals het gebruik van de term 'dialogue intérieur' wanneer Oskar een denkbeeldig gesprek met Arthur voert.[13] Deze karakteristiek laat onverlet dat vaak het gezichtspunt van slechts één personage aangehouden wordt, meestal Oskar, Arthur of Carola.[14]

ThematiekBewerken

Volgens Hermanskenner Frans A. Janssen is het thema van de roman 'volledig' aanwezig in een passage die de gedachten van Arthur weergeeft:

Hoe zou een Amerikaan kunnen uitvinden of Oskar een held of een lafaard is geweest? Ik weet het niet eens, en ik heb er toch vlak bij gezeten. (...) Een soldaat is dapper als hij de bevelen :uitvoert die hij van zijn meerderen krijgt. Maar wie kan nagaan of iemand de bevelen die hij zichzelf heeft gegeven, letterlijk uitvoert? Wie trouwens weet precies, welke bevelen hij zichzelf :geeft? Wie wist precies welke bevelen hij zichzelf moest geven?[15]

De onzekerheid die de mens heeft over de wereld impliceert ook onzekerheid over de eigen identiteit.

PublicatiegeschiedenisBewerken

Vanaf november 1946 tot en met december 1947 verschenen de eerste twaalf hoofdstukken, ruwweg de eerste helft van de toen nog onvoltooide roman, het in Amsterdam gesitueerde deel, in twaalf afleveringen als feuilleton in het door John Meulenhoff uitgegeven culturele maandblad Criterium, waarvan Hermans in oktober van dat jaar redacteur geworden was.[7] Hermans liet eigener beweging uit het openingsfragment enige woorden van een seksueel getinte passage weg, met in een voetnoot de vermelding dat zulks op verzoek van de uitgever gebeurd was. Toen ze de drukproeven zagen, maakten zowel de uitgever als de mederedacteuren bezwaar tegen de voetnoot, de eerste omdat die niet van censuur verdacht wilde worden, de laatsten omdat er de suggestie vanuit ging dat ze zich afhankelijk opstelden. Terwijl naar een andere oplossing werd gezocht, besloot de redactie om de eerste aflevering van het feuilleton voor de passage af te kappen, precies in een dialoog, zodat deze al vertraagde novemberaflevering van het tijdschrift zo snel mogelijk zou kunnen verschijnen. In totaal zouden twaalf lange fragmenten in het tijdschrift verschijnen. Uiteindelijk werd op suggestie van redactielid Arthur van Rantwijk besloten in de noot te vermelden dat de roman voor de tijdschriftpublicatie enigszins bekort werd, waarmee in het midden bleef wie daarvoor verantwoordelijk was. In de eerste druk van het boek staat er het woord 'gefoold', dat in de jaren zeventig werd gewijzigd in 'genaaid'.[16]

De auteur heeft in verschillende drukken van de roman meer en minder ingrijpende wijzigingen aangebracht. Sterk gewijzigde drukken zijn de derde, vierde, twaalfde en de vierentwintigste druk.[17] Deze laatste, in 1993 verschenen, druk vormt de basis van de in 2005 gepubliceerde wetenschappelijk uitgave in deel 1 van de Volledige werken,[17] waarin ook Hermans' eerste roman Conserve is opgenomen.

VertalingenBewerken

In 1968 verscheen een Duitse vertaling van de hand van Jürgen Hillner, en in 2005 een nieuwe vertaling van Waltraud Hüsmert, beide onder de titel Die Tränen der Akazien.

NotenBewerken

  1. Otterspeer (2013), 400 en 411
  2. Otterspeer (2013), 400-401
  3. Otterspeer (2013), 409
  4. Otterspeer (2013), 453
  5. Otterspeer (2013), 454
  6. Otterspeer (2013), 455
  7. a b Huygens Instituut der KNAW (2005), 740
  8. Otterspeer (2013), 816 noot 695
  9. Otterspeer (2013), 470
  10. Geciteerd bij Huygens Instituut der KNAW (2005), 740
  11. Geciteerd bij Otterspeer (2013), 471
  12. Huygens Instituut der KNAW (2005), 740-741
  13. Janssen (1971/1980), p. 18.
  14. Janssen (1971/1980), p. 19.
  15. Geciteerd bij Janssen (1971/1980), p. 19.
  16. Calis (1999), 218-224
  17. a b Huygens ING

BronnenBewerken