Hoofdmenu openen

De kloof is een jeugdroman uit 1983 van de schrijver Jan Terlouw. Het verhaal gaat over een fictief land dat door een diepe kloof in tweeën wordt gesplitst, en over een groep mensen die deze kloof letterlijk en figuurlijk wil overbruggen.

De kloof
Auteur(s) Jan Terlouw
Land Vlag van Nederland Nederland
Genre jeugdroman
Oorspronkelijke uitgever Lemniscaat
Oorspronkelijk uitgegeven 1983
Pagina's 213
Grootte 23
ISBN-code 9789047708476
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Het verhaalBewerken

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Berg-en-Dal werd 45 jaar geleden opgeschrikt door een zware aardbeving, die een kloof veroorzaakte die sindsdien dwars door het land loopt. De kloof is te diep om in af te dalen, te breed voor een (niet-ondersteunde) brug en bovendien gevuld met gevaarlijke gassen. In het noordoosten loopt hij dood in een ontoegankelijk hooggebergte, in het zuiden in de woestijn. Het is wel mogelijk om met een karavaan in 14 dagen door de woestijn van het ene naar het andere deel van het land te trekken. Vliegtuigen bestaan in Berg-en-Dal niet, maar er kan wel gebeld worden tussen beide delen. Deze lijn is echter erg duur en om te bellen moet men naar het postkantoor.

Het noordwesten, dat een beter en koeler klimaat heeft en alle drie de hogescholen van het land huisvest, kreeg de naam Bergen. Dit deel van het land was er als eerste bovenop en werd al snel weer welvarend. Het zuidoosten, Dal, met een heter en droger klimaat, bleef onderontwikkeld en raakte vergeleken met Bergen verder en verder achterop. Veel mensen willen daarom dat er een brug komt over de kloof, zodat het veel makkelijker wordt om van Bergen naar Dal te gaan en vice versa,.

Twintig jaar na de aardbeving begint Doeve Bouwmeester, een briljante hoogleraar uit Bergen – maar van Dalse pleegouders –, onderzoek te doen naar een brug, waarvoor hij titanium wil gebruiken. Plotseling verdwijnt hij op mysterieuze wijze; men vermoedt dat hij in de kloof is gevallen toen hij daarvan een studie aan het maken was.

Ginder Sekoer is 16 jaar en woont in het land Bergen, in de hoofdstad Lovendaal. De kloof heeft in zekere zin ook zijn gezin doormidden gespleten want zijn ouders zijn gescheiden omdat zijn idealistische vader naar Dal wilde migreren om dit land op te bouwen en zijn moeder liever met de kinderen in het welvarende Bergen bleef. De grootmoeder van Ginder volgde het nieuws over Doeve Bouwmeester altijd op de voet, en laat na haar overlijden haar dagboeken en wat krantenknipsels aan Ginder na. Ginders moeder blijkt vervolgens echter alles weggegooid te hebben omdat zij bang was dat Ginder hier vragen over zou stellen aan mensen waardoor alles wat erin stond openbaar zou worden. Ginder kan op de vuilnisbelt nog wat verkoolde resten van grootmoeders dagboek redden. Wat er staat is moeilijk te ontcijferen; er staat iets over de kloof en het Dal, en een afgebroken eigennaam ("Vil-").

Ginder besluit een reis naar Dal te maken, met als hoofddoel om zijn vader te bezoeken. Die woont in de Dalse hoofdstad Godelingen. Hij raakt tijdens de reis onder andere bevriend met Domen Compagne, een Daller die bij het bedrijf Lorimer en Co in Lovendaal werkte en wiens vrouw kort geleden bij een auto-ongeluk is omgekomen. Domen is op weg terug naar Barbara, zijn dochter. Hij is gewond geraakt bij een bedrijfsongeval en heeft daarom zijn gezicht en voet in het verband zitten. Als Ginder en Barbara elkaar leren kennen, worden ze al snel verliefd. Ginder ontmoet ook Doeve Bouwmeesters bejaarde pleegouders; wie de echte ouders van Doeve zijn, is onbekend. Op weg terug naar Bergen valt het Ginder op dat Domens voet helemaal is genezen, hoewel het verband er nog om zit. Eerder heeft Domen het verband wel van zijn gezicht gehaald, ondanks de nog duidelijk zichtbare littekens.

Terug in Bergen begint Ginder aan zijn studie bouwkunde. Een van de hoogleraren is dhr. Villerius, en Ginder beseft dat zijn grootmoeder in ongunstige zin over deze man moet hebben geschreven. Hij ontdekt terloops dat Villerius en Domen Compagne elkaar goed kennen. Ginder besluit Lorimer en Co te bellen voor wat meer gegevens over Domen Compagne, zodat hij Domen een paar dingen kan vragen, maar niemand bij het bedrijf kan hem meer over Domen vertellen. Dan beseft Ginder dat degene die zich voor Domen Compagne uitgeeft, in werkelijkheid Swankhuizen is. Barbara's echte vader – die qua uiterlijk erg op Swankhuizen leek – is een paar maanden eerder omgekomen bij een bedrijfsongeval waarbij ook Swankhuizen zelf aanwezig was en gewond raakte aan zijn gezicht en een van zijn voeten. Zodoende kon Swankhuizen de bewoners van Dal makkelijk misleiden door zich met zijn enigszins verminkte gezicht voor Compagne uit te geven. Lorimer, de grote baas van het bedrijf, wist ook van het bedrog. Barbara's moeder is niet verongelukt maar vermoord, omdat zij anders roet in het eten had gegooid. De echte Domen Compagne was dol op zwemmen, en door het verband om zijn voet te laten zitten verdoezelde Swankhuizen dat hij dat zelf niet kon. De reden voor deze wisseltruc wa dat de echte Compagne het bedrijf in opdracht van de Dalse regering streng controleerde, omdat dit Dals titanium verhandelde. Op deze manier moest worden verzekerd dat dit titanium voor een brug gebruikt zou worden, maar Swankhuizen kon dit zodoende saboteren. Joren Kwijt, een zich als dichter voordoende privé-detective die Ginder tijdens zijn reis naar Dal heeft ontmoet, was Swankhuizen ook al op het spoor.

Escamó, een goochelaar en een van Ginders andere groepsgenoten tijdens de reis naar Dal, weet tijdens een van zijn voorstellingen een van de andere samenzweerders een kaartje afhandig te maken, waarop staat dat de bandieten op de paardenrenbaan bijeenkomen. Ook dit stond al in grootmoeders dagboek. Eerder heeft een onbekende man geprobeerd Ginder in de afgrond te duwen toen Ginder een wandeling langs de kloof maakte. Deze man, Tanker Inodoor, was ook een van de samenzweerders. Omdat Ginder bevriend was geraakt met Barbara, had hij de list van Swankhuizen kunnen ontdekken. De moordpoging is mislukt en Tanker Inodoor is zelf in het ravijn gevallen.

De reden dat grootmoeder zo geïnteresseerd hierin was, is dat Doeve haar onwettig kind was, verwekt door haar en een wiskundeprofessor. Deze had een korte relatie met Ginders grootmoeder en overleed voor hij wist dat ze zwanger was, waarop grootmoeder het kind moest afstaan. Doeve is dus Ginders oom. Ginders grootmoeder heeft nooit geloofd dat haar zoon dood was en verdacht Villerius altijd al, omdat ze doorhad dat hij tegen het bouwen van een brug was. Alle informatie die grootmoeder in haar dagboeken had opgeschreven was vergaard door Joren Kwijt, die in opdracht van haar werkte. Ginders grootmoeder was dus op het spoor van een groep samenzweerders die via invloed op de regering de bouw van een brug actief tegenwerken, in de overtuiging dat de kloof een doel had. Het arme Dal zou anders geheel van Bergen afhankelijk worden, kostbaar belastinggeld wegzuigen, en Bergen als een parasiet leegzuigen en er niets voor teruggeven. Het blijkt dat Villerius Doeve 25 jaar eerder heeft ontvoerd en opgesloten om te verhinderen dat hij een brug zou ontwerpen die de kloof kon overspannen.

Ginder ontdekt dit alles als hij de schuilplaats van Swankhuizen op het spoor komt, waarna hij door Swankhuizen in dezelfde ondergrondse ruimte wordt opgesloten als Doeve, waarop Doeve aan Ginder zijn levensverhaal vertelt. Hierbij speelt hij ook voor hem iets op z'n klarinet die hij tijdens zijn gevangenschap van Villerius heeft gekregen. Barbara hoort dit en denkt net als andere mensen dat het muziek is van ravijngodinnen, bedoeld om mensen naar beneden te lokken. Dit geeft haar de mogelijkheid om de politie te waarschuwen, omdat ze hierdoor ook de schuilplaats van Schwankhuizen ontdekt en er zo achter komt dat Ginder hier moet zijn opgesloten.

Doeve en Ginder worden bevrijd, terwijl Villerius en de overige samenzweerders worden ingerekend. Doeve wordt weer hoogleraar en Ginder gaat bouwkunde studeren, opdat de brug over de kloof alsnog realiteit zal worden.