Hoofdmenu openen

Cornelis Hendrik Boudewijn Boot

Nederlands politicus
Mr. C.H.B. Boot

Cornelis Hendrik Boudewijn Boot (Arnhem, 15 september 1813 - 's-Gravenhage, 5 november 1892) was een predikantszoon, die het tot burgemeester van de gemeente Amsterdam en minister bracht.

BiografieBewerken

Als student verkeerde hij in het gezelschap van Johannes Kneppelhout en Nicolaas Beets. Na zijn voortvarend verlopen rechtenstudie werd hij advocaat. Boot was de jongere broer van Johan Cornelis Gerard Boot, de neef van Willem Boudewijn Donker Curtius van Tienhoven en Dirk Donker Curtius en de schoonzoon van burgemeester Willem Daniël Cramer, die zijn loopbaan gunstig beïnvloedde. Aanvankelijk was hij Officier van Justitie en raadslid. Als burgemeester van de hoofdstad tussen 1855 en 1858 bevorderde hij spoorverbindingen en nijverheid. Vervolgens werd hij minister van Justitie in het kabinet-Rochussen. Hij trachtte als zoveel ministers uit zijn tijd tevergeefs een nieuwe Wet op de rechterlijke organisatie tot stand te brengen. Boot is benoemd tot staatsraad, een functie die hij dertig jaar lang bekleedde. Hij zette zich in voor stichting van het Paleis voor Volksvlijt

Voorganger:
H. Provó Kluit
Burgemeester van Amsterdam
1855-1858
Opvolger:
J. Messchert van Vollenhoven
Voorganger:
J. van der Brugghen
Minister van Justitie
1858-1860
Opvolger:
M.H. Godefroi
Voorganger:
M. Wiardi Beckman
Minister voor de Zaken van de Hervormde en andere Erediensten, behalve die der rooms-katholieke
1858
Opvolger:
J. Bosscha