Hoofdmenu openen

Contactdoos (lichtnet)

aansluitpunt op het lichtnet
Een enkele, geaarde wandcontactdoos, type F, onder meer in Nederland en Duitsland. Dit aardcontact heet 'randaarde'.
Een dubbele, niet-geaarde wandcontactdoos
Geaarde wandcontactdoos, type E, onder meer in België en Frankrijk
Tafelcontactdoos voor 6 stekkers type F (met randaarde) of 12 stekkers type C (plat, zonder aarde)

Een contactdoos, stopcontact, of in Vlaams dialect prise genoemd (van het Franse prise électrique), is een aansluitpunt op het lichtnet voor afname van elektrische energie met behulp van een stekker of contactstop. Naast de hier behandelde contactdoos voor elektrische energie bestaan er ook andere gebruikstypen van contactdozen

Inhoud

TerminologieBewerken

In het normale taalgebruik zijn de benamingen anders dan de in de Nederlandse elektrotechnische industrie en dienstverlening officiële benamingen volgens NEN 1010:

NEN 1010 Gebruikelijk
Stopcontact Verbinding tussen stekker en stopcontact/contrastekker/stekkerdoos
Contactstop Stekker
Koppelcontactstop Contrastekker
Wandcontactdoos Stopcontact
Tafelcontactdoos Stekkerdoos

Contactdozen worden in drie uitvoeringen onderscheiden: de wandcontactdoos voor vaste montage, meestal aan of in de muur, de tafelcontactdoos (stekkerdoos) en de koppelcontactstop (contrastekker), waarbij de laatste twee aan een verplaatsbare leiding zijn gemonteerd en meestal het uiteinde van een verlengsnoer zijn. Soms kan het verlengsnoer in een tafelcontactdoos worden opgerold, men spreekt dan van een haspel. Een tafelcontactdoos heeft vaak deels contacten voor geaarde stekkers en deels contacten voor de eurostekker. Een ouderwetse ongeaarde ronde stekker past in geen van beide.

TypesBewerken

 
Contactdoostypes verschillen per land.

Over de hele wereld zijn er sinds de jaren 1880 in de loop van de geschiedenis tientallen types contactdozen ontwikkeld. In de vroege 21e eeuw zijn daarvan nog ongeveer 15 types gebruikelijk, die de letters A tot en met O hebben gekregen van de International Trade Administration (ITA) van het Amerikaanse Ministerie van Economische Zaken.[1] Sommige van deze types zijn compatibel met elkaar, zoals A en B (Noord- en Midden-Amerika) en C, E en F (dominant in Europa en grote delen van Azië en Afrika). Andere types zijn zodanig verschillend dat de stekkers niet of moeilijk in de contactdoos passen en dus niet door elkaar gebruikt kunnen worden. In sommige landen bestaan er verschillende incompatibele systemen naast elkaar en mensen die reizen (zoals toeristen) komen soms een ander type tegen dan de apparaten die ze bij zich hebben, wat tot praktische problemen leidt.

Het bekendst in huis zijn wandcontactdozen met "twee gaten" of aansluitbussen en beschermingscontact. De ene aansluitbus voert meestal ongeveer het aardpotentiaal (of 'nul') en op de andere bus komt een fase binnen met, in Europa, een spanning van 220-240 volt. Het is echter denkbaar dat beide bussen spanning voeren ten opzichte van aarde, bijvoorbeeld als men 220 V wil afnemen van een distributienet dat 127 V levert. Het beschermingscontact (ook wel aardcontact) voert geen spanning en is gelijk aan het aardpotentiaal.

Bij apparaten met een groot vermogen gebruikt men ook wel krachtstroom, waarbij niet één, maar de drie fasen worden aangesloten. Hierbij staat een (lijn)spanning van 400 V tussen de fasen onderling en een (fase)spanning van 230 V tussen elke afzonderlijke fase en de nulleider. Voorheen was dit respectievelijk 380 V en 220 V, waardoor veel vakmensen ook nu nog de term 'drie-tachtig' hanteren. Voor de aansluiting van krachtstroom maakt men gebruik van CEE-contactdozen of ook wel Perilex-contactdozen.

Geaard versus ongeaardBewerken

Uit veiligheidsoverwegingen bestaan er naast ongeaarde contactdozen ook geaarde contactdozen. Dat betekent een of twee extra contacten aan de zijkanten of soms in het midden. Een beschermingscontact (ook wel aardcontact) is niet verbonden met het lichtnet maar met een punt dat altijd spanningsloos (0 volt) is. Vaak wordt de buitenkant van apparaten uit veiligheid geaard, maar er kunnen ook technische redenen zijn om een apparaat te aarden. Bij nieuwe installaties is het tegenwoordig verplicht om uitsluitend geaarde wandcontactdozen toe te passen.

Het is vaak niet gewenst dat een apparaat zonder aarde wordt aangesloten. Door de verschillende normen kan dit echter toch voorkomen:

  • Een apparaat met geaarde stekker (type E of F) kan zonder meer op een ongeaard stopcontact (type C) worden aangesloten. De gedachte hierachter is dat aarding niet noodzakelijk is in een droge ruimte met een isolerende vloer, waar dan ook ongeaarde contactdozen werden toegepast. Deze situatie kan echter gevaar opleveren voor de gebruiker of schade toebrengen aan gevoelige apparatuur (computers) als een apparaat dat aarding vereist (vrijwel alles met een metalen kast) op een ongeaarde contactdoos wordt aangesloten.
  • Worden normen door elkaar gebruikt, bijvoorbeeld een stekker van type E of F in een Deens stopcontact, dan wordt het aardcontact soms niet aangesloten, hoewel dat wel gewenst is.

Een voorbeeld hiervan zijn apparaten voorzien van een netfilter zoals een computer. Hoogfrequente stoorsignalen die worden veroorzaakt door het apparaat worden door het netfilter uit het elektriciteitsnet gehouden. Het beschermingscontact wordt gebruikt om de stoorsignalen weg te laten vloeien, maar als het apparaat op een ongeaarde contactdoos is aangesloten kunnen de stoorsignalen niet wegvloeien. Bij een computer komt aldus de hele stalen kast van de computer onder spanning te staan. Ook kan bij het inpluggen van randapparatuur in de computer door het overspringen van een (onzichtbare) vonk schade ontstaan aan de apparatuur.

Hoewel ongeaarde contactdozen nog toegelaten zijn in oudere installaties, mag men in België sinds 1981 enkel nog geaarde contactdozen mét verhoogde aanraakbeveiliging (kinderbeveiliging) bijplaatsen. Meer regels over het plaatsen van contactdozen zijn te vinden in het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI). Zodra een oudere installatie aangepast of uitgebreid wordt mogen geen ongeaarde contactdozen meer worden toegepast. Alle ongeaarde contactdozen in die ruimte moeten worden vervangen door geaarde contactdozen ook als deze tot een andere groep behoren.

Een contactdoos kan ingebouwd zijn in bijvoorbeeld de muur (inbouw) of op de muur zijn gemonteerd (opbouw). Niet overal ter wereld worden dezelfde contactdozen gebruikt. In het grootste deel van Europa komen contactdozen voor van het schuko-type zoals op de foto is aangegeven. Wereldwijd komen echter veel meer typen voor, die verspreid zijn zoals op deze kaart is aangegeven (zie netstekker voor een uitgebreider overzicht).

Combinaties die mogelijk zijn met de in Nederland en België gebruikelijke stopcontactenBewerken

 
Zonder aarde
 
NL-randaarde
 
B-terre ††
 
Euro
Aarde
 
Ongeaard
  Ja   Nee †   Nee   Nee
 
NL-randaarde
  Ja   Ja   Nee   Nee
 
B-terre ††
  Ja   Nee   Ja   Nee
 
Beide aardingen
  Ja   Ja   Ja   Nee
 
Zonder aarde, contourstekker
  Ja   Ja   Ja   Nee
 
Eurostekker
  Ja   Ja   Ja   Ja
† Soms wordt de stekker met een mes bijgewerkt zodat hij toch past. Het kan ook met een verloopstukje. Beide zijn verboden.
†† In Vlaams dialect wordt het woord terre in plaats van aarding gebruikt.

VeiligheidBewerken

Elektrische energie uit een contactdoos kan dodelijk zijn wanneer het verkeerd wordt toegepast.

KinderbeveiligingBewerken

Contactdozen kunnen uitgevoerd zijn met verhoogde aanraakbeveiliging (zogenoemde kinderbeveiliging). Deze beveiliging is in België verplicht maar wordt in Nederland nog maar weinig toegepast. De twee bussen zijn afgesloten met een klepje dat alleen opengaat als men een pen in beide bussen tegelijk steekt. Voor contactdozen zonder een dergelijke beveiliging zijn er losse beveiligingsplaatjes te koop die op een contactdoos kunnen worden geplakt. Zo'n plaatje wordt geopend door een stekker (contactstop) tegen de contactdoos te drukken, een kwartslag te draaien en daarna door te drukken.

Britse contactdozen hebben altijd drie gaten, want de veiligheidsaarde is ook als bus uitgevoerd. De beide spanningvoerende bussen zijn door een klepje afgedekt. Bij het insteken van een stekker zal de iets langere aardpen het klepje openen waardoor de overige aansluitingen worden vrijgegeven.

Beluister

(info)