Hoofdmenu openen

De Tempel van Zaamslag was de commanderij van de tempeliers, ook wel de Tempelhof genoemd. De Tempel lag bij Zaamslag, Zeeuws-Vlaanderen. Het is een zeer belangrijke archeologische site.

OntstaanBewerken

 
kloostermoppen van de Tempelhof

De Tempelhof zal ontstaan zijn rond de dertiende eeuw, maar datering van de stenen wijzen op een oorsprong aan uit de tweede helft van de 12de eeuw. Over de Tempelhof van Zaamslag is niet veel bekend. De commanderij moet vrij groot geweest zijn, zo blijkt uit historische bronnen. Een groep archeologen en historici probeert momenteel meer inzicht te verkrijgen in dit complex door uitgebreid onderzoek. Op veel kaarten van voor de inundatie van het Domein Zaamslag is de Tempelhof aangegeven. In 1282 werden de tempeliers begiftigd met landerijen door Gerard van Maelstede. In 1288 kregen ze nog een schenking.

BeschrijvingBewerken

 
Mogelijke reconstructie van de toegangspoort naar de Tempelhof

De Tempelhof was volgens overlopers ruim 11 gemeten groot, voor toen erg veel. Meestal was een commanderij vierkant tot rechthoekig, omgeven door een aarden wal en een gracht. Het hoofdgebouw had waarschijnlijk twee verdiepingen. Zoals meer commanderijen had ook de Tempel van Zaamslag een kapel. Onder het hoofdgebouw zouden kelders gezeten hebben, die in de 19de eeuw werden ontdekt. Vroeger was nog duidelijk een bult in het landschap te zien, nu nog slechts een vage vorm. Vlak bij de Tempel stond het Hospitaal van Zaamslag, dat pas vanaf 1310 voorkomt in bronnen. Daarvoor was het hospitaal wellicht de leprozerie van de commanderij, ongeveer 100 meter verderop. Dit zou ook de verklaring kunnen zijn van wat in de volksmond 'de grote en de kleine Tempel' wordt genoemd.

Na de tempeliersBewerken

 
Het rode Tempelierskruis

Toen de Tempelorde in 1312 door Paus Clemens V werd afgeschaft, betrokken de Johannieters het complex. In het hospitaal wonen en werken vanaf ongeveer 1523 de 'zusters van Zaamslag', zusters van de Derde Orde van St. Franciscus. Catharina van Hollebeke had met haar eigen geld het hospitaal laten opknappen vanaf 1523.

De Johannieters, ofwel Hospitaalridders, bezaten de Tempelhof tot in de 14de eeuw. Vanaf toen werd het complex gebruikt als vesting.

In 1586 verdween het hele complex in zee, door de militaire inundaties van de Tachtigjarige Oorlog.

Na de drooglegging van de Zaamslagpolders rond 1650 waren de resten van de Tempel nog goed te zien. Zo spreekt Van der Baan, een schoolmeester uit de 19de eeuw, over een verhoging in het landschap, fundamenten en palen waarop de brug gelegen had. "Het Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden", van A.J. van der Aa (1851) vermeldt:

"Een stuk lands, hetwelk nog den naam draagt van de Groote en Kleine Tempel (...) wijst door zijne hoogte de plaats aan waar het kasteel gestaan heeft, hetwelk door Prins MAURITS, in 1586, op de Spanjaarden veroverd en daarna onder den vloed bedolven werd. Bij het opgraven heeft men onderaardsche kelders ontdekt en aldaar muntspeciën gevonden, hetwelk soms nog plaats heeft bij het ploegen, en waaruit de oudheid van het gebouw gebleken is. Trouwens hier bestond vroeger eene commanderie van de Maltheser-Ridders, hetwelk oorspronkelijk een preceptorie van de Tempelheren was, zijnde de landerijen, ter opbouw van den zoogenaamden Heiligen Tempel van Zaamslag in 1282, gegeven door de Heer GERARD VAN DER MAELSTEDE, ridder."
 
Links staan de Commanderij en het bijbehorende hospitaal getekend, als Grote en Kleine Tempel, 1776.

Tegenwoordig is het terrein archeologisch beschermd, met een hoge archeologische waarde. Bij werkzaamheden aan een sloot in oktober 2009 zijn enkele bakstenen gevonden die afkomstig zijn van de Tempel. In september 2010 vond uitgebreider archeologisch onderzoek plaats toen bij het verbreden van een sloot in hetzelfde gebied een bakstenen muur uit de 13e eeuw werd aangetroffen. Uit deze vondst blijkt dat De Tempel veel groter geweest is dan aanvankelijk werd gedacht. Vraag is echter of deze twee restanten verband houden doordat ze tot eenzelfde gebouw behoorden, of twee verschillende complexen. De Tempelierscommanderij en het Hospitaal van Zaamslag stonden immers vlak bij elkaar, maar waren wel degelijk twee aparte gebouwen.

Zeer vaak wordt de Tempelhof met het Hospitaal verward, en vice versa. Zo was sprake bij de opgraving bij het Hospitaal in enkele persartikelen van "een Tempeliersvesting1". Helaas is dit een voedbodem voor veel misverstanden en onwetendheid. Uitgebreid en diepgaand onderzoek is dan ook een absolute prioriteit bij een dergelijke, en zeer ingewikkelde, geschiedenis.

Sinds het jaar 2007 onderzoekt een internationale groep historici en archeologen het complex der Tempelridders te Zaamslag, en hield vanaf het begin de volgende speerpunten voor ogen:

  • De Tempelhof is ouder dan de algemeen aangenomen datering van 1280.
  • De Tempelhof is groter dan het kleine gebiedje dat staat aangegeven op het AMK.
  • De commanderij is aantoonbaar een der belangrijkste archeologische sites van Nederland, bescherming en nader onderzoek is gewenst. Dit wordt ook gedaan door dit team.

Een deel van de onderzoekers behoort toe aan Stichting Historische Archeologie en aan de kring rond Jan Hosten, de VSTH (vereniging tot studie der Tempeliers en Hospitaalridders). Men houdt zich onder andere bezig met de eerdere gedane vondsten te bestuderen, en een uitgebreid literatuuronderzoek.

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken

VoetnotenBewerken