Charles-Alexis Terlinden

hoogleraar uit België (1878-1972)
(Doorverwezen vanaf Charles Terlinden)

Burggraaf Charles Terlinden (Schaarbeek, 6 juli 1878 - Brussel, 23 januari 1972) was een Belgisch hoogleraar en historicus.

FamilieBewerken

Charles Alexis Jacques Jean Marie Terlinden was de zoon van Georges Terlinden (1851-1947), procureur-generaal bij het Hof van Cassatie en van Thérèse Eenens (1857-1912). Georges Terlinden verkreeg in 1921 de titel van burggraaf, erfelijk op de oudste zoon. Charles was de kleinzoon van Charles Terlinden (1826-1891), stammende uit een Gentse familie, kamervoorzitter bij het Hof van Beroep in Brussel, die in 1874 adelserkenning verkreeg. Een voorvader was in 1676 in de adelstand opgenomen.

Hij trouwde in 1906 met Marguerite Orban de Xivry (1885-1912), met wie hij drie kinderen had, en in 1915 met Elisabeth Verhaegen (1889-1982), dochter van Arthur Verhaegen, met wie hij zes kinderen kreeg. Hij heeft talrijke nakomelingen.

LevensloopBewerken

Doctor in de rechten, doctor in de geschiedenis (in 1906 met een thesis gewijd aan Willem I) en doctor in de politieke en sociale wetenschappen, werd hij hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij werd eredoctor aan de Universiteit van Madrid.

Terlinden werd onder meer:

  • voorzitter van de Koninklijke commissie voor geschiedenis;
  • erevoorzitter van de Koninklijke academie voor archeologie;
  • voorzitter van het Belgisch historisch instituut in Rome;
  • lid van de Koninklijke commissie voor de uitgave van oude wetten en verordeningen;
  • lid vanaf 1923 en voorzitter vanaf 1950 van de Raad van Adel.

Terlinden was lid van de Orde van het Gulden Vlies en ridder van de soevereine Orde van Malta.

Op het politieke vlak zette hij zich in voor een verenigd Europa en tegen het bolsjewisme en het nazisme. Dit bracht hem ertoe, tijdens de Spaanse Burgeroorlog, te sympathiseren met generaal Franco. Hij had nauwe banden met het keizerlijke huis van Habsburg, waarvan de voornaamste leden tijdens het Interbellum in België in ballingschap leefden. Hij was ook een vertrouweling van koning Leopold III en steunde volop de neutralistische ideeën en de afzijdigheid bij de strijd tussen de mogendheden. Ook na de Tweede Wereldoorlog steunde hij de koning onvoorwaardelijk.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Terlinden lid en zelfs aangeduid tot 'politiek leider' van de geheime groepering Légion belge, waar heel wat edellieden deel van uitmaakten. Hij hield het bij corporatistische ideeën en was voorstander van een autoritair regime, onder leiding van de koning. De Belgische regering in Londen bekeek dit met grote argwaan. Terlinden verdween weldra uit de groepering, die een volwaardige Verzetsgroep werd, onder de naam van Geheim Leger en die opereerde in volle samenwerking met Londen.

EerbetoonBewerken

De prijs Charles Terlinden wordt door de Université catholique de Louvain (UCLouvain) uitgereikt aan een student voor het beste werk in verband met de geschiedenis.

PublicatiesBewerken

Terlinden heeft meer dan 800 historische, heraldische en genealogische studies gepubliceerd, onder dewelke:

  • La Révolution Belge de 1830, racontée par les affiches, Brussel, 1903
  • Guillaume 1er, roi des Pays-Bas et L'église catholique en Belgique (1814-1830), 2 volumes, Brussel, 1906
  • Histoire militaire des Belges, Brussel, 1931
  • La conquête de nos libertés religieuses modernes, Luik, 1941
  • L'archiduchesse Isabelle, Brussel, 1943
  • Princesses belges du passé, Brussel, 1943
  • Les grands Belges de la Guerre de trente ans 1618-1648, Brussel, 1932.
  • (samen met H. VOCHT & E. CLOSSEN) La Renaissance en Belgique, Presses universitaires de Belgique, 1945
  • Impérialisme et équilibre, Brussel, 1951
  • Les origines religieuses et politiques de la Toison d'Or, 1962.
  • Keizer Karel V, Brugge, Desclée De Brouwer, 1965
  • Die Orden vom goldenen Vlies, Wenen, 1970

LiteratuurBewerken

  • Charles Terlinden, biografie en bibliografie, in: Bulletin de la Commission royal d'histoire, 1959.
  • Henri HAAG, Le vicomte Charles Terlinden, in: Revue belge de philologie et d'histoire, 1972.
  • José ANNE DE MOLINA, Notices biographiques des présidents du Conseil héraldique, in: Chr. HOOGSTOEL-FABRI (dir), Le droit nobiliaire et le Conseil héraldique, Brussel, 1994.
  • Oscar COOMANS DE BRACHÈNE, État présent de la noblesse belge, Annuaire 1999, Brussel, 1999.
  • Marie-Pierre D'UDEKEM D'ACOZ, Voor koning en vaderland. De Belgische adel in het Verzet, Tielt, 2003.