Hoofdmenu openen

Charles Isidore Hubert Lévêque (Parijs, 30 mei 1821 - Romainville, 4 maart 1889) was een Franse glazenier.

Charles Lévêque
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Persoonsgegevens
Volledige naam Charles Isidore Hubert Lévêque
Geboren Parijs, 30 mei 1821
Overleden Romainville, 4 maart 1889
Geboorteland Frankrijk
Beroep(en) Glazenier
Oriënterende gegevens
Jaren actief 30 jaren
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

BiografieBewerken

Afstamming, huwelijk en opleidingBewerken

 
Sint-Pieterskerk (Turnhout)
Detail van het glasraam in de kruisbeuk door
Charles Lévêque.
 
Sint-Laurentiuskerk (Lokeren)
Glasraam: "De marteling en verheerlijking van Laurentius" door Charles Lévêque (1875).
 
Sint-Laurentiuskerk (Lokeren)
Glasraam: "De kroning van Maria" (1875).

Charles werd geboren als onecht kind van mevrouw Olive Adélaïde Hubert die voor haar kostwinning het beroep van naaister uitoefende in Parijs. Over zijn natuurlijke vader zijn geen gegevens bekend. Op woensdag, 15 oktober 1823 -dit was ruim twee jaar na zijn geboorte- trad zijn moeder in het huwelijk met zijn voedstervader, Charles Isidore Lévêque. Het kind Charles ontving aldus benevens de familienaam van de moeder, ook de naam van zijn pleegvader en zo werd voorkomen dat het als bastaard door het leven zou gaan. Alhoewel officieel gehuwd, leefden de ouders toch het grootste deel van de tijd gescheiden. Vader was namelijk metaalbewerker in Beauvais, ver van Parijs verwijderd, en vermoedelijk leefde zoon Charles meer bij zijn vader dan bij moeder want hij oriënteerde zich naar een technisch ambacht dat hij wellicht in vaders werkplaats had geleerd.

Op 27 september 1842, als jonge volwassene, toen hij inwoonde bij zijn vader, trad Charles in het huwelijk met winkeljuffrouw Maria Florentina Miller. Uit deze gemeenschap werd een kindje geboren maar het geluk was van korte duur, want de baby overleed reeds na enkele dagen en de moeder stierf zowat een decennium later, op zaterdag, 15 december 1855.

Alleen door het leven gaan was voor Charles geen optie. Bijgevolg verenigde hij zich na verloop van tijd wederom in de echt, ditmaal met Stéphanie Petit, die hem in 1859 een eerste zoon schonk: Léon Charles Stéphane.

Getuige van dit huwelijk was Hubert Joseph Henri Miller, een 40-jarige glasschilder, broer van Charles overleden echtgenote. Het was wellicht onder invloed van deze schoonbroer, dat Charles vanaf 1859 de nodige kennis vergaarde voor een meer kunstzinnig beroep, glazenier.

Op oudejaarsdag 1865 zag zijn jongste zoon Charles Eugène het levenslicht. In familiaal gezelschap van zijn echtgenote Stephanie en van deze zoon, bracht Charles het einde van zijn leven door. Hij overleed in 1889 op 68-jarige leeftijd.

Tentoonstellingen, prijzen en eerbetoonBewerken

In 1860 nam Charles Lévêque deel aan een kunsttentoonstelling alwaar hij een zilveren medaille verwierf, omwille van de restauratie der glas-in-loodramen in de kerk van Chevrières (Oise).

In 1867 en 1878 nam hij deel aan de Wereldtentoonstellingen te Parijs. Op 30 juni 1869 werd hij lid van de gemeenteraad van Beauvais en gelijktijdig benoemde de overheid hem ridder in de Nationale orde van het Legioen van Eer, de hoogste onderscheiding in Frankrijk.

OpvolgingBewerken

Louis Koch engageerde zich anno 1878 als vennoot in de onderneming. Hij volgde Charles Lévêque mettertijd op en gaf het bedrijf een internationaal allure. Bij het overlijden van Koch in 1904 werd de firma eigendom van Houille Père et fils.

Woonplaatsen en atelierBewerken

Van Charles Lévêque zijn de volgende woonplaatsen bekend:

  • 1821: Parijs, passage Saint-Pierre-Amelot (als baby, bij zijn moeder);
  • 1842: Beauvais, rue Saint Jean (bij zijn vader);
  • 1846, 1851: Beauvais, rue du Chariot d'Or;
  • 1856: Beauvais, rue du Chariot d'Or 10 (als weduwnaar);
  • ~1865: Beauvais, route de Pontoise 28 (hertrouwd).

Zijn werkplaats was van 1858 tot 1888 gelegen te Beauvais in de rue du Christ-d'Or. In 1940 ging het atelier en zijn archieven verloren in de Grote Brand van Beauvais.

Werken (Selectie)Bewerken

Doordat Charles Lévêque gedurende zowat twee decennia een technisch ambacht uitoefende, was hij in de functie van glazenier niet bijster lang productief. Desalniettemin heeft hij een verwonderlijk groot aantal glas-in-loodramen geleverd.

  • Amblainville, Sint-Maartenskerk (in de noordelijke zijkapel);
  • Argenton-sur-Creuse, kerk "Saint-Sauveur" (in de apsis: vier glasramen met telkens twee personen);
  • Beauvais, Sint-Jozefskapel;
  • Dison, kerk van Sint-Fiacre;
  • Groslay, Sint-Maartenskerk;
  • Le Mesnil-Théribus, parochiekerk (glasraam dat Saint-Léger voorstelt);
  • Le Thillay (Val d'Oise), Sint-Denijskerk (ramen die Sint-Geneviève voorstellen);
  • Lokeren, Sint-Laurentiuskerk (Viering rechts: Marteldood en verheerlijking van H. Laurentius. Viering links: Kroning van Maria);
  • Mauves, parochiekerk (spitsboogvensters);
  • Parijs, kapel: Sint-Jozef van Cluny (glas-in-loodramen);
  • Prissac, Sint-Maartenskerk (in de zijbeuk);
  • Rijsel, kerk van St-Maurice des Champs (merendeel der ramen);
  • Saint-Denis de la Réunion, kapel van de Onbevlekte Ontvangenis (drie roosvensters en twaalf vensters);
  • Troyes, kerk van Sint-Jan-op-de-markt (glas-in-loodraam dat de kroning van Lodewijk de Stotteraar voorstelt);
  • Turnhout, Sint-Pieterskerk (hoge glasramen in de kruisbeuk).