Burn-out

Ziekte van emotionele uitputting
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.

Burn-out is een fysiologische aandoening waarbij de patiënt emotioneel en fysiek uitgeput is en weinig tot niets kan presteren.[1]

Burn-out
Classificatie
Specialisatie Psychologie, Psychotherapie
Coderingen
ICD-10 Z73.0
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

De term burn-out werd begin jaren zeventig voor het eerst gebruikt door de Amerikaanse psychotherapeut Herbert Freudenberger en Christina Maslach. De opvatting van de laatste is inmiddels dominant geworden. Burn-out bestaat in haar opvatting uit drie, min of meer samenhangende verschijnselen: uitputting (extreme vermoeidheid), cynisme (afstand hebben van het werk, dan wel de mensen met wie men werkt), en een lager zelfbeeld van de eigen competenties. Dit zijn ook de drie aspecten die in de sinds 1984 bekende burn-out test Maslach Burnout Inventory (MBI) voorkomen.

Te veel stress op het werk en in de privésituatie zouden oorzaken van burn-out zijn. Een sensitieve persoonlijkheid met bovengemiddeld verantwoordelijkheidsgevoel en de neiging tot perfectionisme zouden risicofactoren zijn.

Tegenwoordig wordt steeds duidelijker in kaart gebracht hoe chronische stress en overbelasting kan leiden tot verminderde hersenactiviteit of hersenschade.

Verschil met andere aandoeningenBewerken

Burn-out is duidelijk verschillend van depressie: burn-out is in eerste instantie een 'energiestoornis', en depressie een 'stemmingsstoornis'. Bij depressie is er per definitie sprake van 'anhedonie', het zich nergens op kunnen verheugen.

Burn-out, overspannenheid en depressie hebben vergelijkbare symptomen, maar andere oorzaken. In de wetenschappelijke literatuur wordt burn-out duidelijk onderscheiden van depressie. Neurobiologisch komt burn-out meer overeen met het chronischevermoeidheidssyndroom dan met depressie; de laatste hangt meer af van de neurotransmitter serotonine. Het standaard handboek voor psychische aandoeningen DSM 5 kent burn-out in tegenstelling tot de ICD-10 niet, hetgeen tot veel misverstanden leidt.

Meting van burn-outBewerken

Of mensen aan burn-out lijden wordt vaak vastgesteld met gevalideerde psychologische instrumenten, met name de door Maslach ontwikkelde Maslach Burnout Inventory. Deze bevat ongeveer twintig vragen die betrekking hebben op de drie door haar onderscheiden dimensies van burn-out. Er zijn verschillende versies van dit instrument in omloop: één speciaal voor onderwijsgevenden, een voor "contactuele" beroepen (dat wil zeggen beroepen waarin uitvoerders met mensen werken, bijvoorbeeld de zorg), en één algemene versie (voor alle andere beroepen). Een Nederlandse versie van dit instrument is ontwikkeld door Wilmar B. Schaufeli en Dirk van Dierendonck.

De uit deze vragenlijst resulterende scores worden vergeleken met die van allerlei normgroepen (bestaande uit de scores van mensen die de lijst eerder hebben ingevuld). Op die manier kan worden vastgesteld of de scores van een bepaalde persoon opvallend hoog (of laag) zijn ten opzichte van deze normgroep. Gewoonlijk wordt ervan uitgegaan dat een score in de bovenste 25% (ten opzichte van de normgroep) een mogelijke burn-out indiceert; een score in de bovenste 5% zou indicatief zijn voor een échte burn-out. Wat overigens niet méér betekent dan dat men aangeeft erg moe te zijn, cynisch staat tegenover het werk, en denkt minder goed te presteren dan vroeger.

Naast de Maslach Burnout Inventory zijn diverse andere vragenlijsten in omloop, die gewoonlijk een van de drie door Maslach onderscheiden dimensies in iets andere bewoordingen meten. Het belangrijkste voordeel van deze andere vragenlijsten is dat ze vrij van copyrights zijn te gebruiken; inhoudelijk bieden ze geen meerwaarde.

StatistiekBewerken

De volgende cijfers gelden voor Nederland.

Twaalf procent van de huisartsbezoeken heeft te maken met stressklachten (overigens lang niet alleen burn-out). Verder komen 30.000 mensen per jaar door psychische klachten in de WAO, van wie 9000 (30%) als gevolg van stress en overbelasting. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft 10% van de Nederlandse beroepsbevolking last van burn-outverschijnselen. Opmerkelijk is dat vooral huisartsen vatbaar zijn voor burn-out; volgens een artikel in het vaktijdschrift Gedrag & Gezondheid zou zo'n 41% van hen serieuze burn-outverschijnselen vertonen.

Omdat burn-out als ziekte niet onderkend is in het DSM komt de diagnose steeds minder voor. De symptomen zijn ondergebracht onder andere begrippen.

Symptomen en verschijnselen[bron?]Bewerken

Naast deze wat algemene lijst van container begrippen kan het ook helpend zijn om de conclusies van de NVAB, LVE en NHG mee te nemen die zij in een rapport hebben samengevat in 2011: Een lijn in de eerste lijn bij overspanning en burn out.

In deze richtlijn stellen zij de onderstaande definities van overspanning en burnout voor.

Definitie ‘overspanning’

Er is sprake van overspanning als voldaan is aan alle vier onderstaande criteria.

A.   Ten minste drie van de volgende klachten zijn aanwezig:

-  moeheid

-  gestoorde of onrustige slaap

-  prikkelbaarheid

-  niet tegen drukte/herrie kunnen

-  emotionele labiliteit

-  piekeren

-  zich gejaagd voelen

-  concentratieproblemen en/of vergeetachtigheid.

B.   Gevoelens van controleverlies en/of machteloosheid treden op als reactie op het niet meer kunnen hanteren van stressoren in het dagelijks functioneren.

De stresshantering schiet tekort; de persoon kan het niet meer aan en heeft het gevoel de grip te verliezen.

C.   Er bestaan significante beperkingen in het beroepsmatig en/of sociaal functioneren.

D.   De distress, controleverlies en disfunctioneren zijn niet uitsluitend het directe gevolg van een psychiatrische stoornis.


Toelichting op de definitie ‘overspanning’

Criterium A eist dat er een minimale hoeveelheid distress aanwezig is. In veel gevallen zullen beduidend meer dan drie symptomen aanwezig zijn.

Criterium B eist dat er sprake is van stressoren en dat de betrokkene controleverlies of machteloosheid ervaart in het pogen de stressoren te hanteren. De betrokkene weet niet (goed) meer wat te doen.

Criterium C eist dat er sprake is van beroepsmatig en/of sociaal disfunctioneren dat duidelijk meer moet zijn dan een beetje minder goed functioneren. Om enige houvast te geven ten aanzien van het bepalen van de ernst van het disfunctioneren stelt de projectgroep het volgende criterium voor: De betrokkene heeft één of meer sociale rollen voor minstens 50% laten vallen (bijvoorbeeld de rol van werknemer, de rol van huisvader of -moeder). Dat wil dus zeggen dat minimaal één rol voor minder dan 50% van normaal wordt uitgevoerd.

Criterium D eist dat de distress, controleverlies en disfunctioneren niet uitsluitend het directe gevolg zijn van een psychiatrische stoornis (bijvoorbeeld een depressieve stoornis). In de praktijk zien we gevallen waarbij de stress van een overspanning bij daarvoor gevoelige personen onmiddellijk een psychiatrische stoornis luxeert, en gevallen waarbij de stress bij minder gevoelige personen na verloop van tijd een psychiatrische stoornis luxeert. We zien ook gevallen waarin een psychiatrische stoornis aanleiding geeft tot distress en verminderd functioneren. Criterium D laat onverlet dat in aanwezigheid van een psychiatrische stoornis nog steeds de diagnose overspanning gesteld kan worden. Want de psychiatrische stoornis kan op zichzelf een spanningsbron vormen die leidt tot distress, controleverlies en disfunctioneren (volgens criteria A, B en C). Wanneer de diagnose overspanning gesteld wordt naast een psychiatrische stoornis, dan moet ook de overspanning bij de behandeling aandacht krijgen.


Definitie ‘burnout’

Er is sprake van burnout als voldaan is aan alle drie onderstaande criteria.

A.   Er is sprake van overspanning.

B.   De klachten zijn meer dan 6 maanden geleden begonnen.

C.   Gevoelens van moeheid en uitputting staan sterk op de voorgrond.


Toelichting op de definitie ‘burnout’

Criterium A positioneert burnout als een vorm van overspanning, terwijl criteria B en C aansluiten bij de gangbare beeldvorming omtrent burnout voor wat betreft de chroniciteit van de klachten en het op de voorgrond staan van moeheid en uitputting. De lange duur van de klachten (criterium B) kan wijzen op een minder effectieve copingstijl van de betrokkene. Het benadrukken van moeheid en uitputting (criterium C) kan wijzen op een neiging tot somatiseren. Het nut van het benoemen van ‘burnout’ is gelegen in het feit dat een minder effectieve copingstijl en een neiging tot somatiseren aandacht in de behandeling behoeven. Daarentegen heeft de projectgroep gemeend dat werkgerelateerdheid geen noodzakelijk kenmerk van burnout is.

BehandelingBewerken

Burn-out wordt tegenwoordig succesvol behandeld door middel van kortdurende therapie (twaalf tot vijftien wekelijkse sessies) of opname in gespecialiseerde centra waarbij een dagelijkse intensieve therapie wordt aangeboden. Tijdens die therapie wordt nagegaan welke factoren hebben bijgedragen aan het ontstaan van een burn-out; bijvoorbeeld het hebben van zogenaamde "disfunctionele gedachten" ("als ik niet hard werk vindt niemand me aardig/competent/krijg ik nooit een promotie/word ik ontslagen") wordt aangepakt. Daarnaast worden risicofactoren op het werk geïnventariseerd (bijvoorbeeld te hard moeten werken, te veel overwerken, moeten werken in een onprettige werksfeer enzovoort) en, waar mogelijk, aangepakt. Bovendien wordt ernaar gestreefd de cliënt zo snel mogelijk weer aan het werk te laten gaan, liefst al tijdens het behandelingsproces. Behandeling door de cliënt een aantal maanden thuis te laten zitten om "weer bij te komen" (wat enkele jaren geleden vaak voorkwam) blijkt in de praktijk uitermate ineffectief en leidde vaak tot volledige arbeidsongeschiktheid (tegenwoordig is burn-out overigens geen grond meer voor arbeidsongeschiktheid). In de praktijk blijkt een burn-out vaak gevolgd te worden door een carrièreomslag; voor veel ex-cliënten blijkt hun burn-out reden te zijn te reflecteren op hetgeen ze écht willen. Vaak is dat iets anders dan de baan die ze voorheen hadden. In Nederland zijn er inmiddels enkele gespecialiseerde centra die gericht burn-out behandelen.

Zie ookBewerken

Externe linksBewerken