Hoofdmenu openen

Bulgaarse Socialistische Partij

politieke partij uit Bulgarije
Politiek in Bulgarije

Wapen van Bulgarije
Politiek in Bulgarije


Portaal  Portaalicoon  Politiek
Portaal  Portaalicoon  Bulgarije

De Bulgaarse Socialistische Partij (Bulgaars: Българска социалистическа партия (БСП), Bǎlgarska Socialistitsjeska Partija (BSP)), is een Bulgaarse sociaaldemocratische partij. De BSP is de opvolger van de Bulgaarse Communistische Partij (BKP).

Inhoud

OprichtingsgeschiedenisBewerken

In november 1989 kwam er een einde aan het vijfendertig jaar durende bewind van de secretaris-generaal van de BKP Todor Zjivkov. Hij werd tijdens een partijcoup aan de kant geschoven en vervangen door Petar Mladenov, voorheen minister van Buitenlandse Zaken. Mladenov volgde Zjivkov op als secretaris-generaal van de BKP en als voorzitter van de Staatsraad (staatshoofd). Mladnenov hoopte dat een leiderschapswisseling voldoende zou zijn om het volk tevreden te stellen, maar in de dagen na de val van Zjivkov verschenen er diverse oppositiepartijen die de invoering van een meerpartijenstelsel eisten. Mladenov besloot hierop tot grote hervormingsplannen.

Op 2 februari 1990 zag de BKP af van haar machtsmonopolie en in februari 1990 werd Andrej Loekanov, een hervormingsgezinde communist minister-president. Het lukte Loekanov niet om een coalitieregering te vormen met de voornaamste oppositiepartij, de Verenigde Democratische Krachten (SDS). Zelfs de tot dan toe trouwe bondgenoot van de BKP, de Bulgaarse Agrarische Nationale Unie (BZNS) weigerde toe te treden tot de regering. Loekanov werd premier van een volledig communistische regering, de eerste in de Bulgaarse geschiedenis aangezien de BKP voordien altijd samen met de BZNS regeerde. Het lukte Loekanov om in maart een akkoord te sluiten waarin de weg naar een meerpartijenstel werd geëffend. In juni zouden er verkiezingen worden gehouden.

In april 1990 wijzigde de BKP haar naam in Bulgaarse Socialistische Partij (BSP) en deed zij afstand van het marxisme-leninisme. Via deze hervormingen hoopte de partij aan de macht te blijven. Alexander Lilov werd tot voorzitter van de BSP gekozen. Premier Loekanov en president Mladenov sloten zich aan bij de nieuwe BSP.

Bij de verkiezingen op 10 en 17 juni 1990 verwierven de socialisten 211 van de 400 zetels in het parlement en verkregen daarmee de absolute meerderheid in de Narodno Sobranie (Nationale Vergadering). Loekanov wilde geen regering die alleen uit de BSP bestond en trachtte haar te vergroten door de grootste oppositiepartij, de SDS, bij de regering te betrekken. De SDS weigerde echter toe te treden tot een kabinet dat gedomineerd werd door de BSP. Loekanov vormde daarop een regering die, op twee ministers na, geheel uit socialisten bestond. De nieuwe regering werd voortdurend tegengewerkt door de oppositie en toen de vakbonden met een staking dreigden uit onvrede over de plannen van de regering om een vrije markteconomie te introduceren, bood Loekanov zijn ontslag aan. De BSP maakte daarna nog wel deel uit van het meerpartijenkabinet (SDS, BZNS, BSP etc.) van de partijloze premier Dimitur Popov (1990-1991), maar belandde daarna in de oppositiebankjes.

Jaren '90Bewerken

In 1991 koos de partij Zjan Videnov tot voorzitter. De BSP voerde hevige oppositie tegen de neoliberale koers van premier Filip Dimitrov die via een "schoktherapie" de economie op de rails probeerde te krijgen. De bevolking ondervond veel ellende van dit beleid en de regering had geen oog voor de sociale problemen die hierdoor ontstonden. Mede door een door de BSP gesteunde motie van wantrouwen kwam het kabinet ten val. De verkiezingen van 1994 werden gewonnen door de BSP. Zjan Videnov werd minister-president en draaide een aantal maatregelen van de vorige regering terug. Het bewind van Videnov bleek echter weinig stabiel en er bleke corrupte lieden in de regering te zitten. De maffia en de georganiseerde misdaad beheersten het dagelijks leven. Toen de presidentsverkiezingen van 1996 werden gewonnen door SDS-kandidaat Petur Stojanov dwongen BSP'ers Videnov om zijn ambt als partijvoorzitter neer te leggen. Georgi Parvanov volgde hem op. Voorts werd de partijleiding grotendeels vervangen. Dit alles mocht niks baten, want een jaar later verloor de BSP de verkiezingen. Ivan Kostov van de SDS werd minister-president.

HedenBewerken

In 2001 werden de verkiezingen gewonnen door de Nationale Beweging Simeon II van Simeon Sakskoburggotski (de voormalige koning Simeon II). In november 2001 boekte de BSP een groot succes toen haar partijvoorzitter Georgi Parvanov de presidentsverkiezingen won. Op 22 januari 2002 werd Parvanov beëdigd als president. De parlementsverkiezingen in 2005 werden ook door de BSP gewonnen en de jonge partijvoorzitter Sergej Stanisjev, die Parvanov in 2001 als voorzitter was opgevolgd, werd minister-president van een coalitieregering van de Coalitie voor Bulgarije (de door socialisten gedomineerde verkiezingsalliantie), Beweging voor de Rechten en Vrijheden (liberale partij van de Turkse minderheid) en de Nationale Beweging Simeon II.

IdeologieBewerken

De BSP is een sociaaldemocratische partij, maar is wel linkser dan de gemiddelde Europese sociaaldemocratische partij. Dit komt waarschijnlijk omdat de BSP de opvolger is van de BKP, hoewel het aantal oud-communisten op hoge functies thans schaars is. Anders dan in andere Oost-Europese landen waar communistische partijen zich transformeerden in sociaaldemocratische en socialistische partijen na de val van het communisme, stapten er maar weinig hardliners uit de BSP om zich aan te sluiten bij een heropgerichte communistische partij. De BKP zelf herrees overigens op 21 juni 1990, maar boekt geen noemenswaardige verkiezingsresultaten.

VerkiezingsuitslagenBewerken

Zetelverdeling 1990-heden
1990: 211
1991: 106
1994: 125
1997: 58
2001: 48
2005: 82

VoorzittersBewerken

BronnenBewerken

  • Winkler Prins Jaarboek 1991 (red. Winkler Prins)
  • Summa Encyclopedie en Jaarboek 1990 (red. Summa)
  • Landenreeks Bulgarije 2000 (Raymond Detrez)

Zie ookBewerken

Externe linkBewerken

Leden (32):   Socialistische Partij Anders (sp.a) ·    Parti Socialiste (PS) ·   Bǎlgarska Socialističeska Partija (BSP) ·   Κίνημα Σοσιαλδημοκρατών (EDEK) ·   Socialdemokraterne (SD) ·   Sotsiaaldemokraatlik Erakond (SDE) ·   Suomen Sosialidemokraattisen Puolue (SDP) ·   Parti Socialiste (PS) ·   Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD) ·   Panellinio Sokialistiko Kinima (PASOK) ·   Magyar Szocialista Párt (MSZDP) ·   Labour Party (PLO) ·   Partito Socialista Italiano (PSI) ·   Latvijas Sociāldemokrātiskā Strādnieku Partija (LSDSP) ·   Lietuvos Socialdemokratu Partija (LSDP) ·   Letzeburger Socialistesch Arbechterpartei (LSAP) ·   Partit Laburista (PL) ·   Partij van de Arbeid (PvdA) ·   Det Norske Arbeiderpartiet ·   Sozialdemokratische Partei Österreichs (SPÖ) ·   Sojusz Lewicy Demokratycznej - Unia Pracy (SLD-UP) ·   Partido Socialista ·   Partidul Social Democrat (PSD) ·   Socialni Demokrati (SD) ·   SMER - sociálna demokracia ·   Partido Socialista Obrero Español (PSOE) ·   Česká Strana Sociálně Demokratická (ČSSD) ·   Sveriges socialdemokratiska arbetareparti ·   Labour Party (LP) ·   Páirtí Sóisialta Daonlathach an Lucht Oibre (SDLP) ·    Pàrtaidh Làbarach na h-Alba (PLA) ·    Llafur Cymru (LC)
Partijvoorzitters:Wilhelm Dröscher · Robert Pontillon · Joop den Uyl · Vítor Constâncio · Guy Spitaels · Willy Claes · Rudolf Scharping · Robin Cook · Poul Nyrup Rasmussen
Fractievoorzitters EP:Guy Mollet · Hendrik Fayat · Pierre Lapie · Willi Birkelbach · Käte Strobel · Francis Vals · Georges Spénale · Ludwig Spénale · Ernest Glinne · Rudi Arndt · Jean-Pierre Cot · Pauline Green · Enrique Baron Crespo · Martin Schulz
Fracties EP:Fractie van de Socialisten (S) ('53-'58) · Socialistische Fractie (SOC) ('58-'93) · PES ('93-'09) · Socialisten en Democraten (S&D) ('09)
Voorloper:Confederatie van Socialistische Partijen van de Europese Gemeenschap (CSPEG)
Commissarissen Juncker:Neven Mimica · Corina Crețu · Maroš Šefčovič · Frans Timmermans · Pierre Moscovici · Karmenu Vella · Vytenis Andriukaitis · Federica Mogherini
Leden Europese Raad:Werner Faymann · Helle Thorning-Schmidt · François Hollande · Robert Fico · Matteo Renzi · Joseph Muscat · Zoran Milanović · Stefan Löfven · Bohuslav Sobotka