Hoofdmenu openen

Wikipedia β

Beyart

klooster in Maastricht

De Beyart, ook wel Dal van Josaphat genoemd, is een klooster te Maastricht dat twee perioden van bloei heeft gekend: de oude en de nieuwe Beyart. De eerste periode begon in 1476, toen de franciscanessen van Peer zich hier vestigden. Uit deze periode is slechts een ruïne van de gotische kloosterkerk bewaard gebleven. Een eeuw na de opheffing van dit klooster in 1794, bouwden de Broeders van Maastricht op het terrein een nieuw, nog bestaand klooster.

Beyart
Dal van Josaphat
Ruïne oude kloosterkerk
Ruïne oude kloosterkerk
Plaats Maastricht, Brusselsestraat 38
Religie Katholicisme
Kloosterorde 1. franciscanessen van Peer (oude Beyart)
2. Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria (nieuwe Beyart)
Gebouwd in ca. 1500 (oude Beyart); ca. 1895 (nieuwe Beyart)
Gesloopt in 1894 (oude Beyart); 1980 (kapel nieuwe Beyart)
Monumentale status rijksmonument
Monumentnummer  26874
Architectuur
Bouwmateriaal  Limburgse mergel (oude Beyart), baksteen (nieuwe Beyart)
Stijlperiode gotiek (oude Beyart); neogotiek (nieuwe Beyart)
De nieuwe Beyart omstreeks 1900
De nieuwe Beyart omstreeks 1900
Luchtfoto kloostercomplex (1937). Middenboven: bouwterrein St-Lidwinaziekenboeg
Luchtfoto kloostercomplex (1937). Middenboven: bouwterrein St-Lidwinaziekenboeg
Portaal  Portaalicoon   Religie

Inhoud

GeschiedenisBewerken

De herkomst van de naam Beyart is onzeker. Wellicht lag hier een logiesgelegenheid voor pelgrims en andere reizigers, waarvan er één lag buiten de Tweebergenpoort aan de weg naar Brussel, beyert, beiaard of baaierd genoemd.[1] De naam is mogelijk ook afkomstig van kanunnik Jan Bayart, die in 1316 een huis met tuin kocht aan de Brusselsestraat.[2]

Stichting oude Beyart (1476-1510)Bewerken

In 1476 vestigden zeven tertiarissen van het franciscanessenklooster uit Peer (tussen Maastricht en Eindhoven, thans in Belgisch Limburg) zich in Maastricht, waar hun biechtvader Gerard de Bruin het huis De Beyart aan de Brusselsestraat beschikbaar stelde. Of de zusters een conflict hadden met het moederklooster is niet duidelijk, maar ze verbraken wel al vrij snel de banden met het klooster in Peer. In 1485 en 1490 bevestigde de bisschop van Luik, Johan van Horne, de zelfstandigheid van het nieuwe klooster.[3] Waarschijnlijk werd kort daarna begonnen met de bouw van de kloosterkerk. De Bruin overleed begin 1510 en werd in het koor van de kloosterkerk begraven. Enkele maanden later, op 8 september 1510, werd de kerk plechtig ingewijd door bisschop Everhard van der Marck.[4]

 
Prent van Maastricht. Rechts de Beyart (Jan de Beijer, ca 1740)
 
Kaart uit 1749 met Beyart (midden) en Cellebroedersklooster (links)

Bloeiperiode oude Beyart (1510-1794)Bewerken

Over het klooster is vrij weinig bekend omdat het kloosterarchief in 1794 verloren is gegaan. De zusters van Josaphatsdal kwamen uit de gegoede kringen van Maastricht en omgeving. Waarschijnlijk hielden zij zich naast hun geestelijke verplichtingen bezig met weven. Aan het hoofd van de gemeenschap van 10 tot 20 zusters stond een priorin of overste en er was een pater voor het opdragen van de mis. Het klooster bezat diverse landerijen in de omgeving van Maastricht. In 1794-95 bedroeg de pachtopbrengst daarvan 12.205 gulden. De proost van het Sint-Servaaskapittel bezat het patronaatsrecht. De pastoor van de Sint-Janskerk bezat eveneens bepaalde rechten en ontving jaarlijks een vat graan en met kerstmis vier ongeplukte kapoenen. Bij begrafenissen in de kloosterkapel ontving hij bovendien twee vaten rogge en een derde van de collecteopbrengst.

In het roerige jaar 1539[5] werden de welgestelde zusters belaagd door 50 tot 100 Maastrichtenaren onder aanvoering van ene Gabriël de Schoenmaker. De meute eiste dat ze in het klooster rijkelijk onthaald werd. In 1632 ontstond een ernstig conflict tussen priorin Anne de Longeval en proost Nicolaas de Micault, toen deze laatste meer invloed in het klooster wenste. De priorin beriep zich op de landsregering in Brussel, maar de proost legde zich daar niet bij neer. Een poging om de priorin te laten arresteren in haar eigen klooster mislukte jammerlijk en enige maanden later was de situatie door het Beleg van Maastricht (1632) en de machtsovername door de Republiek totaal anders geworden.[6] Het dicht bij de westelijke stadsmuur gelegen klooster had veel te lijden van belegering, met name in 1579, 1632 en 1794. Bij het beleg van 1794 werd het klooster dusdanig vernield dat de 15 koorzusters en vier werkzusters gedwongen waren hun intrek te nemen in een aantal huizen aan de Brusselsestraat.[3]

Opheffing oude Beyart en verval (1794-1894)Bewerken

Op 4 november 1794 werd Maastricht, na een belegering met zware bombardementen waarbij het kloostercomplex zwaar werd beschadigd, ingenomen door de troepen van de Franse Nationale Conventie. In 1796 werden alle geestelijke instellingen door de Franse revolutionairen opgeheven. Op 5 december van dat jaar werd de gemeenschap der franciscanessen van het Dal van Josaphat ontbonden en kwam er een einde aan ruim drie eeuwen geestelijk leven in de Beyart.

Het kloosterterrein werd genationaliseerd, maar werd in 1797 teruggekocht door de ex-kloosterzuster Anna Bertrand. Onduidelijk is of zij van plan was het klooster heropterichten; in 1827 leefden er nog vier zusters, maar deze woonden niet meer gezamenlijk. Het terrein kwam in bezit van het Burgerlijk Armbestuur, dat het in 1894 verkocht aan de Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria.

 
Bouw nieuwe Beyart, 1895-96

Sloop oude Beyart en bouw nieuwe Beyart (1894-nu)Bewerken

De Congregatie van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria was in 1840 in Maastricht opgericht en was gevestigd in diverse panden in de Bogaardenstraat en Capucijnengang. Van 1894-96 werd voor de snelgroeiende congregatie een nieuw, groot klooster gebouwd op het terrein van de Beyart, aan Brusselsestraat 38. De nog deels intact zijnde kloostervleugels van de oude Beyart werden daarbij gesloopt; slechts een deel van de ruïneuze kloosterkerk werd gehandhaafd. Architect was ir. Faber en het betrof een van de grootste bouwprojecten uit die tijd voor Maastricht. Het was een E-vormig gebouw met een grote neogotische kloosterkerk als centrale vleugel. Na de sterke teruggang van het aantal kloosterlingen sinds de jaren 1960 functioneerde het gebouw steeds meer als bejaardenhuis. Rond 1980 werd de neogotische kloosterkapel afgebroken om plaats te maken voor bejaardenflats.

ErfgoedBewerken

Ruïne kloosterkerk oude BeyartBewerken

De kloosterkerk werd tussen 1479 en 1509 gebouwd in laatgotische stijl en was gewijd aan Sint-Jan Evangelist. De eenbeukige kerk bestond uit twee verdieping (de bovenkerk voor de zusters, de benedenkerk voor bezoekers) en bezat een polygonaal koor, waarboven zich een kleine klokkentoren bevond. Vóór de bouw van het nieuwe Beyartklooster stonden nog grote delen van de kloosterkerk overeind, inclusief metershoge muren van het koor en de complete westgevel. Thans is slechts een deel van de zuidelijke muur bewaard gebleven. Op deze muur zijn nog kleine kapitelen met engelenfiguren te zien, die deel uitmaken van colonnetten, die het gewelf droegen.[7]

Klooster nieuwe BeyartBewerken

Het nieuwe klooster werd in 1894 gebouwd naar een ontwerp van de Haagse architect L. Faber, die enkele jaren later ook de kweekschool van de Broeders van Maastricht aan de Tongerseweg zou ontwerpen. Het complex bestaat uit een sober bakstenen hoofdgebouw in de vorm van een hoofdletter E. De uitbundige neogotische kloosterkapel is in 1980 vervangen door een moderne vleugel met zorgappartementen. Het neogotische poortgebouw is behouden gebleven.

In de tuin van het klooster bouwde Alphons Boosten in 1937 een ziekenboeg, meestal aangeduid als Sint-Lidwinahospitaal. Het gebouw is wellicht geïnspireerd door het in 1928 opgeleverde sanatorium Zonnestraal van Jan Duiker. Boosten ontwierp een gebouw met twee vleugels in functionalistische stijl, bestaande uit betonnen kolommen en leggers, opgevuld met witgepleisterde, bakstenen muren. De ranke stalen kozijnen van deuren en vensters zorgen voor een zee aan licht. Aan de westzijde bevindt zich een kleine kapel als aanbouw.[8] De zuidvleugel werd in 1950-52 door Boosten herbouwd, nadat deze in 1944 door een Duitse bom was vernield.

Zie ookBewerken

Bronnen en referentiesBewerken