Hoofdmenu openen

Bestuurlijke indeling van Oostenrijk

Deelstaten

De bestuurlijke indeling van Oostenrijk bestaat naast de federale overheid uit deelstaten, die met uitzondering van Wenen één tot twee bestuurslagen kennen.

DeelstatenBewerken

Oostenrijk is als federale staat verdeeld in negen Bondslanden (Bundesländer, enkelvoud: Bundesland):

Deelstaat Hoofdstad
1. Wenen (Wien) Wenen
2. Burgenland Eisenstadt
3. Karinthië (Kärnten) Klagenfurt
4. Salzburg Salzburg
5. Neder-Oostenrijk (Niederösterreich) St. Pölten
6. Stiermarken (Steiermark) Graz
7. Tirol Innsbruck
8. Vorarlberg Bregenz
9. Opper-Oostenrijk (Oberösterreich) Linz

De deelstaten hebben een voor vier jaar door de kiesgerechtigden gekozen parlement, de Landdag (Landtag), in Wenen de gemeenteraad. Bestuursorgaan van de deelstaten is de landsregering (Landesregierung), die bestaat uit de Landshoofdman (Landeshauptmann/Landeshauptfrau) en de Landsraden (Landesrätinnen/Landesräte). In Wenen vervullen de burgemeester en de stadsraden deze rol.[1] Zij worden bijgestaan door de Landsdirecteur (Landesdirektor(in)) als hoogste ambtenaar.[2]

Districten en districtsvrije stedenBewerken

 
Districten en Districtsvrije steden (rood)

De Districten (Bezirke, enkelvoud Bezirk) zijn bestuurseenheden van de deelstaten. Met uitzondering van de Districtsvrije steden (Statutarstädte, enkelvoud Statutarstadt) is het gebied van een deelstaat ingedeeld in districten. Ieder district heeft een Bezirkshauotmannschaft, met aan het hoofd een door de landsregering benoemde Districtshoofdman (Bezirkshauptfrau/Bezirkshauptmann).[3] In de districtsvrije steden worden de districtstaken uitgevoerd door de gemeenteorganen.[3]

GemeentenBewerken

Het lokaal bestuur kent als organisatievorm de gemeente (Gemeinde). De gemeenten hebben zowel taken in het kader van de gemeentelijke autonomie als taken in het kader van medebewind vanuit de deelstaat of de bond. 15 van de grootste gemeenten zijn districtsvrij en vervullen ook de taken van de districten. De Oostenrijkse grondwet (artikel 116) schrijft voor dat iedere gemeente een gemeenteraad, een burgemeester en een gemeentebestuur heeft. Hoogste orgaan is de gemeenteraad (Gemeinderat of Stadtrat). De andere organen zijn verantwoording schuldig aan de gemeenteraad. De gemeenteraad wordt door de bevolking gekozen. De gemeenteraad kiest het gemeentebestuur (Gemeindevorstand, Stadtrat of Stadtsenat). De burgemeester (Bürgermeister(in)) wordt hetzij door de gemeenteraad hetzij direct gekozen. In het kader van medebewind is de burgemeester verantwoording schuldig aan deelstaat of bond. De ambtelijke organisatie heet Gemeindeamt, Stadtamt en in de districtsvrije steden Magistrat.[4]