Hoofdmenu openen

Het Beleg van Venlo in 1511 is een van de vele belegeringen die de Nederlandse stad Venlo heeft gekend.

Toen in 1475 hertog Arnold van Egmont, heer van Gelre stierf, brak voor het hertogdom een roerige tijd aan. Verschillende elkaar beconcurrerende vorstendommen maakten aanspraak op het Gelderse land. Vooral het Overkwartier werd gezien als belangrijke spil in de internationale betrekkingen, vanwege de strategische ligging.

Hoewel Geldern het stamgebied was en Roermond de hoofdstad daarvan, was Venlo op handelsgebied de belangrijkste stad in het middeleeuwse Overkwartier. Om die reden werd de stad dus keer op keer belegerd. Zo ook in 1511, toen landvoogdes Margaretha van Oostenrijk voor de poorten van de Maasstad stond.

De kastelen van Grebben (tegenwoordig beter bekend als Grubbenvorst), Arcen en Baarlo, alsmede de stad Straelen waren al ingenomen, met als doel om Venlo te isoleren. De stad werd wekenlang belegerd, maar de Bourgondische landvoogdes slaagde niet in haar opzet. Belangrijk gegeven hierbij is, dat een vrouw, die later de naam Gertruid Bolwater kreeg, zij aan zij met de soldaten boven op de stadswallen stond te vechten tegen de indringer.

NasleepBewerken

Karel van Gelre, hertog van Gelre beloonde de stad Venlo rijkelijk voor haar trouw. Hij schonk de stad dezelfde privileges als de stad Roermond: "Dat sy (de stad Venlo) nu voirtaen gevryet ind gepriviligierd sal wesen op al onsen tollen gelijck onse stat Rurmunde gevryet ind gepriviligierd is".