Basiliek van Santa Maria in Trastevere

kerkgebouw in Italië

De Basiliek van Santa Maria in Trastevere (in het Latijn: Basilica Sanctae Mariae trans Tiberim) is waarschijnlijk de oudste Mariakerk van Rome en vormt met het ervoor gelegen plein het centrum van de wijk Trastevere, ten westen van de Tiber.

Santa Maria in Trastevere
Ciborium, triomfboog en apsis van de Santa Maria in Trastevere
Plaats Rome
Gewijd aan Heilige Maria
Coördinaten 41° 53′ NB, 12° 28′ OL
Gebouwd in 4e-12e eeuw
Kerkprovincie
Titulair kardinaal Carlos Osoro Sierra
Officiële website
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Ontstaan

bewerken
 
De houten zoldering, met de Tenhemelopneming van Maria en een tekst die verwijst naar de "fons olei" en de "taberna meritoria".

Legende

bewerken

In de basiliek zijn vele verwijzingen te vinden naar een oliebron, in het Latijn "fons olei". De legende zegt namelijk dat in het jaar 38 voor Christus[1] een olieachtige bron is ontsprongen op deze plaats, en wel naast een "taberna meritoria", dit is een verblijfplaats voor oorlogsveteranen. De legende over deze bron vindt men al terug bij de schrijvers Cassius Dio (circa 155 - na 229) en Eusebius van Caesarea (circa 263 - 339). In de Middeleeuwen werd dit gegeven verder aangevuld tot de legende dat uit die bron een ganse dag en een ganse nacht olie zou hebben gestroomd tot aan de Tiber, dat die bron ontsprong op de plaats waar nu de kerk van Santa Maria in Trastevere staat, en dat de olie die zich over de aarde verspreidde de geboorte van de Messias zou hebben aangekondigd.[2]

Geschiedenis

bewerken

Reeds in de derde eeuw zou in deze omgeving een vroegchristelijke huiskerk ("ecclesia domestica") zijn gesticht door paus Cal(l)lixtus.[3]

Niet lang nadat keizer Constantijn met het edict van Milaan het Christendom officieel had toegelaten, liet paus Julius I (337-352) op deze plaats een eerste basiliek bouwen. Hij droeg ze op aan Maria, waarmee deze kerk de eerste werd in Rome die aan haar was gewijd. Onder de apsis van de huidige kerk zijn resten gevonden van een gebouw dat de archeologen aanduiden als de titulus Julii et Callisti.[4]

Die eerste basiliek werd in 1138-1348 door paus Innocentius II vervangen door de huidige basiliek. Aan dit bouwwerk werden nog tot in de 19de eeuw veranderingen aangebracht. Een grondige restauratie gebeurde in 1866-1877 onder paus Pius IX.

Beschrijving

bewerken
 
Gevel, portiek en campanile

Exterieur

bewerken

Gevel en klokkentoren

bewerken

Naast de basiliek staat een romaanse campanile uit de twaalfde eeuw. In een nis onder de dakrand is een 17de-eeuws mozaïek dat Maria met Kind voorstelt.

Op het driehoekige fronton van de kerkgevel werd in de 19de eeuw een fresco aangebracht; dit is thans erg verweerd en nog moeilijk leesbaar. In het midden troont God de Vader, aan weerszijden geflankeerd door een engel. Paus Pius IX zit aan Zijn voeten. Naar de buitenzijden toe staan de symbolen van de vier evangelisten.

Tussen het fronton en de gevelramen zijn Maria en tien vrouwen afgebeeld tegen een gouden achtergrond afgebeeld in een 13de-eeuws mozaïek.[5] Gezeten op de troon in het midden en gehuld in rijkelijke gewaden voedt Maria haar zoon Jezus. Links en rechts komen telkens vijf vrouwen naar haar toe met een olielamp in de handen. De symboliek hiervan is niet duidelijk: stellen zij de wijze en de dwaze maagden uit het evangelie voor,[6] of zijn het acht maagden (met brandende lamp) en twee weduwen (met gedoofde lamp), of is er nog een andere betekenis? In veel kleinere afmetingen knielen de schenkers van dit mozaïek naast de troon van Maria.

Daaronder wisselen drie gevelramen af met vier palmen in mozaïek, elk met twee lammeren aan de voet.

Portiek

bewerken
 
Lapidarium in het voorportaal

Voor de gevel staat een portiek uit 1702. Op de balustrade daarboven staan beelden van vier heiligen die nauw verbonden zijn met deze kerk: paus Callixtus, paus Cornelius, paus Julius I en priester Calepodius. Callixtus is de paus die hier een huiskerk heeft gesticht; paus Julius I is de stichter van de 4de-eeuwse basiliek. Paus Cornelius en priester Calepodius zijn twee heiligen wier stoffelijk overschot vanaf de 9de eeuw enige tijd in de (eerste) basiliek van Santa Maria in Trastevere heeft berust nadat het door paus Gregorius IV was overgebracht vanuit de Catacombe van Sint-Calixtus.[7]

In de portiek is een klein lapidarium ingericht, met architecturale elementen van oudere gebouwen, onder andere van de eerste basiliek, en enkele Griekse en Latijnse grafschriften uit catacomben. Ook bevinden zich in de portiek enkele fresco's en sarcofagen, onder andere van de familie Papareschi waar paus Innocentius II toe behoorde.

De drie deuren zijn omlijst met kunstig bewerkte marmeren friezen afkomstig van gebouwen uit de Romeinse keizertijd. In de lunet boven de middelste deur staan de Griekse letters ΜΡ ΘΥ, de gebruikelijke afkorting van Μήτηρ Θεοῦ[8] wat betekent Moeder Gods.

Interieur

bewerken
 
Het interieur van de basiliek

Het interieur van de kerk heeft zijn middeleeuwse uitzicht behouden, ondanks enkele verbouwingen in latere eeuwen. Voor de bouw werd gebruikgemaakt van materiaal van gebouwen uit de Oudheid. Het grondplan is dat van een klassieke basilica: het schip is door zuilen verdeeld in een breed en hoog middenschip en twee smallere en lagere zijschepen. Het hoofdaltaar staat op het (hier verhoogde) priestergedeelte voor de apsis. De kapellen die aansluiten op de zijschepen zijn latere toevoegingen.

Schip van de kerk

bewerken

Het middenschip wordt van de twee zijschepen gescheiden door 22 granieten zuilen die afkomstig zijn van de Thermen van Caracalla. Op de voluten van enkele kapitelen zijn nog koppen van antieke goden te zien. Boven de zuilen loopt een architraaf die versierd is met een veelkleurig mozaïek op gouden achtergrond. De eerste triomfboog rust op 2 nog grotere granieten zuilen.

De vloer is bekleed met cosmatenwerk, een techniek die frequent werd toegepast in de 12de en 13de eeuw. Hij werd sterk gerestaureerd in de 19de eeuw.

Het vergulde houten cassettenplafond dateert uit 1617 en is ontworpen door de schilder Domenichino. In het midden daarvan is de Tenhemelopneming van Maria voorgesteld in een schilderij van dezelfde kunstenaar.

Priestergedeelte

bewerken
 
Het apsismozaïek: Christus en Maria tussen heiligen
 
Scènes uit het leven van Maria: de Boodschap aan Maria; de geboorte van Jezus
 
Scènes uit het leven van Maria: de aanbidding der koningen, en de opdracht van Jezus in de tempel
 
Het ciborium en het orgel

Het priestergedeelte bevindt zich enkele treden hoger dan het schip van de kerk. Een opschrift op een van de marmerpanelen van het podium, rechts van de centrale trappen, herinnert aan de legendarische oliebron.

Onder het altaar bevindt zich de crypte waar (een gedeelte van) het stoffelijk overschot van paus Callixtus, paus Julius I en priester Calepodius rust.

Het altaar is overdekt door een ciborium (middeleeuws, maar gerestaureerd in de 19de eeuw) dat rust op vier porfieren zuilen. De paaskandelaar en cathedra achteraan in de apsis dateren uit de 12de eeuw.

Triomfboog

bewerken

De triomfboog is bekleed met een 12de-eeuwse mozaïek. Bovenaan staat centraal Christus' kruis tussen de letters alfa en omega, de begin- en de eindletter van het Griekse alfabet die symboliseren dat God het begin en het einde van alles is. Aan weerszijden staan de zeven kandelaars uit de Apocalyps, en nog verder de symbolen van de vier evangelisten met daaronder hun naam.

Onder de bovenste strook van de triomfboog staan aan weerszijden de twee profeten uit het Oude Testament die de komst van de Messias hebben aangekondigd: links Isaia, rechts Jeremias. Daaronder staan de eerste en de laatste scène uit het leven van Maria; de tussenliggende scènes zijn in de apsis te vinden.

Ook de apsis is bekleed met mozaïeken die evenwel uit twee verschillende stijlperiodes stammen.

Het mozaïek in de kalot van de apsis dateert uit de twaalfde eeuw, en is uitgevoerd in strenge byzantijnse stijl: de personages staan frontaal en roerloos opgesteld, haast tweedimensionaal. De monochrome gouden achtergrond geeft aan dat ze zich bevinden in het bovenaardse vanwaar ze strak voor zich uitkijken. Centraal zitten Christus en Maria samen op een oosterse troon. Maria draagt een kroon en is gehuld in een rijkelijk gewaad dat bezet is met edelstenen. Zij toont een tekst uit het Hooglied: "Met zijn linkerarm onder mijn hoofd zal zijn rechter mij omhelzen".[9] Christus toont de tekst "Kom mijn uitverkorene, en ik zal u op mijn troon laten plaatsnemen". Het liefdevolle gebaar waarmee Christus zijn arm om de schouders van zijn moeder legt is uniek in de iconografie.

Boven Christus' hoofd is het paradijs voorgesteld als een veelkleurige waaier. Vanuit het paradijs reikt de hand van God de Vader zijn Zoon de zegekrans aan.

Naast de twee centrale figuren staan heiligen die een sterke band hebben met deze kerk of met Rome.

  • Naast Maria staan, van links naar rechts: paus Innocentius II; Laurentius, de derde-eeuwse heilige die bijzonder werd vereerd in Rome; paus Callixtus die hier een eerste huiskerk had ingericht. Innocentius biedt het model van deze kerk aan, en geeft daarmee te kennen dat hij de opdrachtgever van de bouw is. Vermoedelijk was hij niet meer in leven wanneer dit mozaïek werd voltooid.[10]
  • Naast Christus staan, nog steeds van links naar rechts: de heiligen Petrus (Sint Pieter), paus Cornelius, paus Julius I en de priester Calepodius.

Op een smalle horizontale strook onder de kalot figureert in het midden het Paaslam dat opnieuw Christus voorstelt. Twaalf andere lammeren richten zich tot Hem. Zij stellen de apostelen voor en treden naar voren vanuit de heilige steden Jeruzalem en Betlehem.

Op de verticale wand van de apsis, dus onder de kalot, liet kardinaal Bertoldo Stefaneschi in 1291 een reeks van zes mozaïektaferelen aanbrengen met scènes uit het leven van Maria. Deze zijn ontworpen door de schilder Pietro Cavallini in een stijl die protorenaissance wordt genoemd. De personages zijn levensecht voorgesteld; ze handelen in een realistisch decor dat is weergegeven in (nog niet correct) perspectief.

De eerste en de laatste scène zijn te vinden onder de profeten op de triomfboog, en de vier tussenliggende in de apsis. Van links naar rechts stellen ze voor:

Daaronder is een vierkant mozaïekpaneel dat nogmaals Maria en haar Kind afbeeldt met daarnaast de heiligen Petrus en Paulus. Daaronder knielt de opdrachtgever, kardinaal Bertoldo Stefaneschi (in kleinere afmetingen) naast zijn wapenschild.

Links en rechts van het mozaïekpaneel van Stefaneschi stellen fresco's van circa 1600 engelen voor met de symbolen van de mysteriën van Maria.

Kapellen

bewerken

In de 16de en 17de eeuw zijn aan het basilicaplan zijkapellen toegevoegd. De bekendste liggen aan de linkerzijde: de Cappella della Clemenza en de Avila-kapel.

Cappella della Clemenza
bewerken
 
De zoldering van de Cappella della Clemenza

In het verlengde van het linkerzijschip, naast de apsis, ligt de Cappella della Clemenza. Deze is in 1584-1585 in barokstijl uitgevoerd door Martino Longhi de Oudere in opdracht van kardinaal Marco Sittico Altemps. Naar hem wordt ze ook de Altemps-kapel genoemd.

De meer gebruikelijke benaming verwijst naar de daar opgestelde icoon "Madonna della Clemenza" (Onze-Lieve-Vrouw van Genade), een zeer vereerde afbeelding die reeds uit de 6de of 7de eeuw zou dateren. Hij is zwaar gehavend door een vroegere brand.

Fresco's op de zijwanden van de hand van Pasquale Cati (1588) stellen twee belangrijke episodes van het Concilie van Trente voor:

  • op de linkerwand van de kapel: een van de laatste zittingen van het concilie, die doorgingen in de kerk van Santa Maria Maggiore te Trente. De bisschoppen zitten op een halfronde tribune; op het podium links zitten kardinalen als afgevaardigden van de paus. De personificatie rechts vooraan is de triomferende Kerk van Rome, herkenbaar aan de tiara. Zij is voorgesteld als een vrouw, omdat het Latijnse woord Ecclesia vrouwelijk is. De personificatie van de dwaalleer ligt overwonnen aan haar voeten.
  • op de rechterwand: de besluiten van het concilie worden ter bekrachtiging voorgelegd aan Pius IV (1560-1565). Deze paus was de oom van Marco Sittico Altemps, en had hem tot kardinaal gecreëerd.[11]

Het gewelf van de kapel is rijkelijk gedecoreerd met stucwerk en fresco's.

Avila-kapel
bewerken
 
De dubbele koepel van de Avila-kapel

Halverwege het linkerzijschip is de Avila-kapel, genoemd naar de opdrachtgever Pietro Paolo Avila. De kapel is een werk van Antonio Gherardi (1680); ze bestaat uit een voorhal en een portiek die de blik leidt naar een schilderij van de heilige Hiëronymus, werk van dezelfde Gherardi.

  • Merkwaardig is het dubbele lichtkoepeltje boven de voorhal van deze kapel. Rond de oculus (ronde opening) van de buitenste koepel vliegen vier engeltjes in stucwerk. Zij dragen een ring die lijkt te zweven. Deze ring dient op zijn beurt als basis voor de ranke zuilen die een tweede, kleiner koepeltje ondersteunen dat is ingewerkt in de buitenste koepel.
  • De portiek lijkt erg lang doordat ze naar achter toe versmalt en doordat de voorste zuilen ook iets groter zijn dan de achterste. Die techniek had Borromini al toegepast voor zijn galleria in Palazzo Spada. Bovendien zijn de zuilen van de Avilakapel gehouwen uit marmersoorten van verschillende kleuren, zodat we spontaan veronderstellen dat ze verder uit elkaar staan dan eigenlijk het geval is. De illusoire lengte van de portiek doet op zijn beurt het schilderij groter lijken.

Grafmonumenten

bewerken

Tegen de zijmuren van de kerk staan een aantal grafmonumenten uit verschillende eeuwen. Te vermelden zijn vooral:

  • vooraan in het rechterzijschip: het cenotaaf voor kardinaal Francesco Armellini (overleden 1528) en zijn vader, toegeschreven aan Andrea Sansovino e Michelangelo Senese;
  • vooraan in het linkerzijschip: het grafmonument van kardinaal Pietro Stefaneschi (overleden in 1417) en dat van Philippe d'Alençon, beide aan weerszijden van een altaar onder een gotisch aedicula;
  • tussen de 3de en 4de kapel in het linkerzijschip: het grafmonument dat in de 19de eeuw werd opgericht voor paus Innocentius II, die deze basiliek heeft laten bouwen.

Wetenswaardigheden

bewerken
 
Graf van Philippe d'Alençon en dat van kardinaal Pietro Stefaneschi
  • Verwijzingen naar de legendarische "fons olei" en de "taberna meritoria" zijn te vinden in:
    • de tekst op de zoldering, vooraan in het middenschip;
    • het opschrift "fons olei" rechts van de centrale trappen naar het priestergedeelte;
    • de woorden "taberna meritoria" in de mozaïekscène van Christus' geboorte in de apsis;
    • achteraan in de kerk, naast de centrale poort: het 15de-eeuwse tabernakel in zeer fijn reliëf van Mino del Reame;
    • buiten de basiliek: in het opschrift boven de deur van het huis van de kanunniken, rechts van deze basiliek.
  • Titelkardinaal van deze basiliek is sinds 19 november 2016 Carlos Osoro Sierra.
  • In het heilig jaar 1525 diende deze kerk als vervanging voor de door de Tiber overstroomde kerk van Sint-Paulus buiten de Muren. Het hoofdportaal diende als Heilige Deur.
  • In deze kerk heeft kardinaal Daneels in 2014 het huwelijk ingezegend van de prins Amedeo van België met Elisabetta von Wolkenstein.
  • Op het einde van het jaarlijkse Festa de'Noantri in juli verblijft het Mariabeeld "Madonna de'Noantri" een week in deze basiliek, waarna het wordt teruggedragen naar de vaste verblijfplaats Sant'Agata in Trastevere.
  • De Piazza di Santa Maria in Trastevere is het hart van de wijk Trastevere. De achthoekige fontein in het midden is van Carlo Fontana (1692).
  • Het gebouw links van de basiliek is het Palazzo di San Callisto (begin 17de eeuw) en is extraterritoriaal gebied van de Heilige Stoel binnen Rome. Het biedt huisvesting aan enkele kardinalen en tevens onderkomen aan een aantal instellingen van de katholieke kerk.

Geraadpleegde bronnen

bewerken

Afbeeldingen

bewerken

Portiek en buitenzijde

bewerken

Middenschip en zoldering

bewerken

Interieur andere

bewerken

Triomfboog en apsis

bewerken

Cappella della Clemenza en de Avilakapel

bewerken
Mediabestanden die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Santa Maria in Trastevere op Wikimedia Commons.