Hoofdmenu openen

De BDS-beweging (waarin de afkorting 'BDS' staat voor het Engelse Boycott, Divestment and Sanctions, ofwel 'Boycot, Desinvesteringen en Sancties') is een wereldwijde campagne die oproept tot verzet tegen Israël, met als doel dat land te bewegen om zijn verplichtingen met betrekking tot de mensenrechten van de Palestijnen na te komen. De campagne startte op 9 juli 2005 op initiatief van 171 Palestijnse organisaties van over de hele wereld. De BDS houdt kantoor in Ramallah. De wereldwijde actie wordt gecoördineerd door het Palestinian BDS National Committee (BNC, opgericht in 2007)[1] en wordt door een groot aantal niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) ondersteund.

BDS-beweging
Demonstranten in Melbourne protesteren tegen Israël en de Israëlische blokkade van Gaza, oktober 2010
Demonstranten in Melbourne protesteren tegen Israël en de Israëlische blokkade van Gaza, oktober 2010
Geschiedenis
Opgericht 9 juli 2005
Structuur
Werkgebied Wereldwijd
Hoofdkantoor Ramallah
Doel Boycot, Desinvesteringen, Sancties tegen Israël
Motto Vrijheid - Gerechtigheid - Gelijkheid
Media
Website https://bdsmovement.net/

De BDS-beweging heeft het debat over Israël - Palestina veranderd. Israël ziet de internationale boycotcampagne als een existentiële bedreiging voor Israël als Joodse staat. De Palestijnen zien het als hun laatste redmiddel. In diverse landen brengt het beroering tot in gerechtshoven ten aanzien van de uitleg van BDS en internationale verdragen worden aan de orde gesteld. De democratie van Israël en een één- of tweestatenoplossing wordt ter discussie gesteld. Er zijn zowel voor- als tegenstanders tegen de BDS-maatregelen, waaraan op verschillende manieren uitvoering wordt gegeven. Israël scherpt zijn wetgeving aan.[2]

Inhoud

Oorsprong en ideeënBewerken

Boycott, Divestment, Sanctions (BDS) vertaald als Boycot, Desinvestering en Sancties, is een door Palestijnen opgerichte en geleide beweging, die streeft naar vrijheid, gerechtigheid en gelijkheid voor het Palestijnse volk.[3] Zij wil dit op een geweldloze wijze bereiken.

De BDS-beweging begon in juli 2005 met een oproep van 170 Palestijnse organisaties. Tot de oprichters behoorde de PACBI, die een jaar eerder had opgeroepen tot een academische- en culturele boycot.[4] Op de eerste Palestijnse BDS-conferentie in Ramallah in 2007, werd het BDS National Committee (BNC) opgericht, dat verantwoordelijk is voor de coördinatie van de activiteiten van de Beweging en ook haar website onderhoudt. BDS kreeg vervolgens wereldwijd steun van organisaties – zoals een groot aantal NGO’s – en individuele personen (waaronder vele bekende), die de BDS-eisen onderschrijven. In Nederland wordt de organisatie vertegenwoordigd door DocP (stichting Diensten en Onderzoek Centrum Palestina).[5]

De BDS-beweging wil opkomen voor de rechten van het Palestijnse volk. De beweging richt zich op de belangen van de Palestijnen die leven op de Westelijke Jordaanoever, in Oost Jeruzalem en in de Gazastrook, maar ook op de Palestijnen die in Israël wonen en de nakomelingen van de in 1947-1949 uit historisch Palestina verdreven Palestijnen. Het ziet de bezetting van de Palestijnse gebieden als een vorm van moderne kolonisatie.

Een van de oprichters van PACBI is Omar Barghouti. In een interview in 2009, 'Boycotts work', gaf Barghouti zijn visie op de toekomst van historisch Palestina, waarin hij geen plaats ziet voor een Joodse staat met basiswetten die discrimineren tussen Joden en niet-Joden. Een tweestatenoplossing is volgens Barghouti onmogelijk gemaakt.[6] Barghouti keerde zich in 2013 tegen een exclusief-joodse staat in welke vorm dan ook in historisch Palestina.[7]

Doel en middelenBewerken

De BDS-beweging roept op tot boycot, desinvesteringen en sancties, totdat Israël "volledig voldoet aan zijn verplichtingen volgens het internationaal recht".[8][3]

Het stelt daarbij de volgende drie eisen:

  1. Het beëindigen van de militaire bezetting en de kolonisatie (door middel van Israëlische nederzettingen) van al het Arabische gebied dat in juni 1967 bezet werd en het afbreken van de muur ;
  2. Het erkennen van de fundamentele rechten en de volledige gelijkwaardigheid van de Arabisch-Palestijnse inwoners van Israël;
  3. Het respecteren, beschermen en bevorderen van de rechten van Palestijnse vluchtelingen om terug te keren naar hun huizen en bezittingen. (Resolutie 194 Algemene Vergadering Verenigde Naties).

De oproep tot boycot betreft het intrekken van de internationale steun voor Israël en voor internationale bedrijven die betrokken zijn bij de schending van Palestijnse mensenrechten. Het gaat om de boycot van bedrijven die technologie of diensten aan Israël leveren die worden ingezet voor het versterken en handhaven van de bezetting van Palestina, of voor de onderdrukking van de Palestijnen. Bijvoorbeeld bedrijven die voor Israël bouwen in Oost-Jeruzalem of in Israëlische nederzettingen. Of levering van bulldozers die gebruikt worden om Palestijnse huizen en gebouwen te slopen. Ook betreft het bedrijven die de mensenrechten schenden,[9] zoals Bed and Breakfast-bedrijven die opereren in de bezette gebieden.[10] Onderdeel van de boycot van producten uit de nederzettingen is het streven naar de invoering en handhaving van etikettering van deze producten, zodat zij als zodanig herkenbaar zijn. De Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties (UN Human Rights Council) is al sinds 2016 bezig met het opstellen van een zwarte lijst van bedrijven die zaken doen met de nederzettingen, ondanks tegenwerking van Israël en de Verenigde Staten.[11]

De oproep tot desinvesteren betreft het terugtrekken van investeringen in bedrijven die handelen in strijd met de doelstellingen van BDS. De oproep is gericht aan banken, gemeenteraden, kerken, pensioenfondsen en universiteiten. Het betreft bijvoorbeeld beleggingen in de produktie of levering van wapens die tegen de Palestijnen worden ingezet.

De oproep tot sancties beoogt regeringen onder druk te zetten, om hun verplichtingen na te komen, om Israël ter verantwoording te roepen, door beëindiging van militaire- en wapenhandel en vrijhandelsverdragen, het verbreken van diplomatieke banden en ook om het land uit forums als VN-organisaties en de FIFA te weren. BDS wijst daarvoor op de verplichting van staten om derde staten te dwingen zich te houden aan onvoorwaardelijke basisnormen volgens internationaal recht.[12][3]

De VN-organisatie ESCWA riep in 2017 regeringen, burgermaatschappijen en private sectoren op tot het steunen van BDS vanwege de Israëlische apartheid die het verklaarde te hebben vastgesteld.[13]

StrategieBewerken

Om haar doelstellingen te bereiken zet BDS in op de vergelijking van Israël met voormalig Zuid-Afrika. Zij ziet een overeenkomst tussen het regime van de Staat Israël en het toenmalige apartheidsregime.[14] BDS zegt daarbij niet, dat Israël een apartheidsstaat noemen betekent, dat zijn systeem van discriminatie identiek is aan dat van voormalig Zuid-Afrika. Het stelt eenvoudig, dat Israël's wetten en politiek tegen de Palestijnen grotendeels passen binnen de VN-definitie van apartheid, zoals aangenomen in 1973. [15] De vergelijking is daarom niet slechts een propaganda-middel, maar ook een juridisch argument, verwijzend naar het internationaal recht, dat apartheid aanmerkt als een misdaad tegen de menselijkheid.[16][2] Net zoals destijds het apartheidsregime van Zuid-Afrika ten val werd gebracht door een internationale boycot, zo wil BDS ook Israël dwingen tot een verandering van zijn politiek.[17] BDS noemt een groot aantal Israëlische praktijken, waardoor volgens haar het regime van Israël voldoet aan de VN-definitie van apartheid.[18]

Naast een aantal algemene campagnes, zoals de jaarlijkse wereldwijd gevoerde "Israëlische Apartheid Week" (IAW),[19] voert de BDS-beweging ook ad hoc-acties uit, zoals het oproepen tot het boycotten van evenementen in Israël, of optredens elders van Israëlische burgers.

Academische en culturele boycotBewerken

Een specifieke boycot-actie is de permanente Palestijnse Campagne voor de Academische en Culturele Boycot van Israël (PACBI). Volgens BDS zijn de Israëlische instituten fundamenteel en hartnekkig medeplichtig aan Israël's ontkenning van Palestijnse rechten volgens Internationaal Recht.[4] De academische boycot is gericht op boycot van Israëlische wetenschappelijke instituten, echter zonder inbreuk te maken op de universele academische vrijheid. Daarom worden Israëlische wetenschappers in principe alleen geboycot, indien zij namens de Israëlische staat of medeplichtige instellingen optreden. De PACBI heeft daarvoor uitgebreide richtlijnen opgesteld.[20]

De culturele boycot is volgens de BDS-richtlijnen, net als de academische, niet gericht op individuen, tenzij zij specifiek de Staat Israël vertegenwoordigen, zoals bijvoorbeeld bij het Eurovisiesongfestival of internationale sportevenementen die in Israël worden gehouden, of als de persoon expliciet de Israëlische politiek verdedigt.[21] BDS vindt het problematisch, als cultuur en wetenschap worden gebruikt om het imago van Israël als een normale staat te versterken. BDS noemt dit witwassen of rozewassen (whitewashing of pinkwashing), ofwel normalisatie ("normalization") van een abnormale situatie.[22]

Reacties van IsraëlBewerken

Israël beschouwt de BDS-beweging als een strategische bedreiging. Het Ministerie van Strategische Zaken en Informatie, ook wel aangeduid als het anti-BDS ministerie, is speciaal belast met de bestrijding van BDS. In juni 2015 werd daartoe een bedrag van minimaal $25 miljoen (NIS 100 miljoen) uitgetrokken.[23] In 2016 was er een budget van $32 miljoen.[24] In 2018 was het jaarbudget al opgelopen tot $75 miljoen.[25]

Begin 2011 richtte de Militaire Geheime Dienst een "Delegitimering-dienst" (Delegitimization Department) op, om wereldwijd gegevens te verzamelen over organisaties die banden hebben met BDS. Israëli's worden door de Shin Bet in de gaten gehouden. [26] De geïntroduceerde vage term "delegitimering" was nog niet gedefinieerd en het was nog onduidelijk, welke zaken hier onder zouden vallen.[27]

In juli 2011 nam Israël een anti-boycotwet aan, getiteld "Law for Prevention of Damage to the State of Israel through Boycott", die burgers verbiedt op te roepen tot boycot van Israël en nederzettingen op de Westbank. Ook het boycotten van culturele en academische instellingen in de nederzettingen valt er onder.[28] Iedere persoon of organisatie die zo'n oproep doet, kan door iedereen worden aangeklaagd, moet schadevergoedingen betalen en zal voor straf zelf door Israël worden geboycot. De wet werd door velen gezien als een inperking van de vrijheid van meningsuiting. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken achtte de wet in strijd met fundamentele democratische rechten.[29][30] Tientallen recht-hoogleraren noemden de wet ongrondwettelijk en zeer schadelijk voor de vrijheid van meningsuiting en van demonstratie en de wet is volgens een van de initiatiefnemers "een klassiek geval van tirannie van de meerderheid".[28]

Op een in juni 2013 door Sheldon Adelson in Las Vegas georganiseerde BDS-crisistop zei Benjamin Netanyahu, dat de "de-legitimatie van Israël" aan de frontlinie moet worden uitgevochten. Op het Ministerie van Strategische Zaken zouden 10 personen worden aangesteld, die zich alleen met boycot en de-legitimatie zullen bezighouden.[23]

In april 2016 toonde Amnesty International zich bezorgd over intimidaties, aanvallen en bedreiging van Omar Barghouti en andere BDS-activisten en over een uitlating door Minister Yisrael Katz, dat Israël zich zou moeten inlaten met "gerichte civiele eliminaties" van BDS-leiders, wat werd opgevat als een oproep tot liqidaties, in Israël bekend als targeted assassinations.[2][31]

De Israëlische regering contracteerde in 2016 in het geheim een Amerikaans advokatenkantoor, om wereldwijd BDS-ers aan te klagen en betaalde ambassades en joodse organisaties voor propaganda-activiteiten op universiteiten.[32][33]

In 2016 werd ook bekend, dat het Ministerie van Strategische Zaken personeel had geworven om een "lastercampagne"-afdeling te leiden, die informatie moet verzamelen over organisaties en zij die leiding geven aan "de-legitimization", zodat het Ministerie een "counter-de-legitimization" kan opzetten, rechtstreeks of via niet-gouvernementele entiteiten. [34]

In maart 2017 werd een wet aangenomen, waarmee iedere buitenlander die oproept tot een boycot, of lid is van een organisatie die daar voor pleit, toegang tot het land kan worden geweigerd. Ook kunnen zij zich niet meer in Israël vestigen. De directeur van mensenrechtenorganisatie B’Tselem maakte bezwaar tegen grenscontrole als "gedachtencontrole". Hij wees er op, dat Israël, uitgezonderd Rafah bij Egypte, ook de grenzen van Palestina controleert. Het kan daarmee dus naar willekeur iedereen de toegang tot de Bezette gebieden ontzeggen. Jewish Voice for Peace noemde het een discriminerend reisverbod voor supporters van geweldloze tactieken, om Israël's schending van Palestijnse rechten te stoppen. Peace Now noemde de wet noch joods, noch democratisch. Voorstanders vonden het eenvoudig een zaak van zelfverdediging tegen hen die het land schade zouden willen toebrengen.[24][35]

December 2017 kondigde de regering bij de presentatie van het nieuwe anti-BDS budget aan, een non-profit anti-BDS organisatie op te gaan zetten van regerings-vertegenwoordigers en buitenlandse donoren, om een maatschappelijke pro-Israël gemeenschap op te zetten Deze moet de "de-legitimatie van Israël" gaan bestrijden. De focus ligt op Europa. De organisatie moet ook gaan lobbyen bij stemmingen in de VN en actief zijn op sociale media. Het aanvangsbudget bedroeg $36 miljoen, samen met de donaties oplopend tot $72 miljoen (NIS 260 miljoen).[25]

Op 7 januari 2018 maakte minister van Informatie en Strategische Zaken Gilad Erdan een Israëlische 'Zwarte lijst' bekend waarop 20 BDS-groepen uit onder meer Europa en de Verenigde Staten staan vermeld staan. Voor de leden ervan is de toegang tot het land verboden.[36] Onder andere Jewish Voice for Peace staat op deze Zwarte lijst[37], waardoor zelfs joden hun familie in Israël niet meer kunnen bezoeken.[38] Een andere opmerkelijke toevoeging is de Quakers-organisatie AFSC (American Friends Service Committee), die in 1947 een Nobelprijs voor de Vrede ontving voor hun hulp aan slachtoffers van de holocaust en thans opkomt voor de Palestijnen.[2][39]

In februari 2019 publiceerde Israël een rapport onder de titel "Terrorists in suits" (Terroristen in nette pakken). Het rapport claimt, dat er nauwe banden bestaan tussen BDS en terroristische organisaties.[40] Het rapport is bedoeld om een propaganda-campagne te voeren en de financiering van groepen door EU en staten te beïnvloeden.[41] Onder de bijna gelijknamige hashtag #TerroristsInSuits startte het Ministerie van Strategische Zaken een Twitteraccount. Hier wordt een campagne tegen BDS gevoerd, waarin onder andere individuele BDS-leden worden geportretteerd als terroristen. Personen die doelwit zijn van de campagne zijn onder andere leden van mensenrechten-organisaties als Addameer en Al-Haq.[42] Pro-Palestijnse organisaties spreken van een lastercampagne.[43] De campagne wordt gevoerd onder regie van Minister Gilad Erdan en is bedoeld om "de ware natuur en doelen van de BDS-beweging bloot te leggen en haar verbindingen met terrorisme en anti-semitisme". Volgens de Minister is het doel van BDS, Israël van de kaart te vegen en "is BDS een parallel en aanvullend pad naar terrorisme".[44] Een andere hashtag van het Ministerie is "4IL", waarin het rapport wordt gepromoot en door pro-Israël organisaties en personen onder andere de leiders van de BDS-beweging verdacht worden gemaakt en geassocieerd met NGO's, die worden bestempeld als het verlengde van terroristische organisaties.[40] 4IL, die haar website mede publiceert onder het logo van het Ministerie, voert de campagne tevens op Facebook en andere sociale media.

Overige reacties, steun en kritiekBewerken

  • Desmond Tutu vergeleek in 2002 de situatie in Israël ten aanzien van de Palestijnen met wat er in Zuid-Afrika aan 'apartheid' met de zwarte bevolking was gebeurd.[45] In 2014 pleitte hij tijdens het conflict in de Gazastrook van 2014 voor een wereldwijde boycot van Israël.[46]
  • Door enkele Joodse organisaties als de Anti-Defamation League[47] en het Simon Wiesenthal Center[48] wordt de BDS-beweging als antisemitisch gezien. In het (Joods-geörienteerde) blad Forward werd dit in 2013 ter discussie gesteld.[49]
  • Op grond van de strenge wetgeving in Frankrijk tegenover oproepen tot discriminatie, haat en geweld zijn BDS-activisten in hoger beroep veroordeeld wegens discriminatie, twee jaar nadat ze in 2013 waren vrijgesproken van een aanklacht wegens antisemitisme. Hun verweer op grond van vrijheid van meningsuiting werd niet gehonoreerd.[50]
  • De Tshwane University of Technology (TUT), met 60.000 studenten een van de grootste universiteiten van Zuid-Afrika, besloot op 24 november 2017 alle contacten met Israël, Israëlische organisaties en instellingen te verbreken, totdat Israël de bezetting van Palestijns grondgebied beëindigt. De universiteit steunt de oproep van allerlei progressieve organisaties om Israël te boycotten "zolang Israël doorgaat met mensenrechtenschendingen jegens het Palestijnse volk en schending van internationale wetten".[51]
  • In 2017 zijn de burgemeesters van de Duitse steden Frankfurt, München en Berlijn opeenvolgend in het geweer gekomen tegen de BDS-beweging. De CDU-burgemeester van Frankfurt zei dat voor hem de BDS-beweging "diep antisemitisch" is. De SPD-burgemeester van Berlijn gaf na contacten met de Duitse Centrale Joodse Raad aan: "BDS staat met antisemitische borden voor winkels in Berlijn. Dit zijn onverdraaglijke methoden uit het nazi-tijdperk. We zullen al het mogelijke doen om aan BDS ruimte en geld te onttrekken voor zijn anti-Israëlische ophitsing".[52]
  • De Duitse Bondsdag nam op 17 mei 2019 een motie aan waarin de BDS-beweging als "antisemitisch" wordt aangemerkt. Deze motie werd gesteund door CDU, SPD, FDP en Bündnis 90/Die Grünen, en heeft als gevolg dat de beweging geen overheidssubsidie meer krijgt.[53]
  • De Nederlandse regering, bij monde van minister Stef Blok stelde in 2019 dat de regering en de EU fel tegen de BDS-beweging is, maar geen maatrregelen (intrekken subsidie bv) overweegt, omdat de vrijheid van meningsuiting hier in het geding is [54].


Externe linksBewerken