Armand Anspach-Puissant

politicus uit België (1856-1937)

Armand Louis Anspach-Puissant (Brussel, 2 juli 1856 - (Brussel,5 juli 1937) was een Belgisch volksvertegenwoordiger en advocaat.

LevensloopBewerken

Anspach behoorde tot de in Brussel belangrijke familie Anspach en om zich te onderscheiden van andere familieleden, noemde hij zich Anspach-Puissant, door toevoeging van de naam van zijn echtgenote, Emilie Puissant, dochter van volksvertegenwoordiger Albert Puissant.

De oorsprong van de familie lag bij de calvinistische predikant Isaac Salomon Anspach[1], geboren in Genève de 12 juni 1746 en in Céligny op 19 januari 1825 gestorven, burger en procureur-generaal van de Republiek Genève, getrouwd met Aimée Papet (1751-1811), die leefde in ballingschap in Brussel van 1783 tot 1789, en van wie een zoon, François Anspach (1784-1858), geboren in Brussel, naar zijn geboorte stad terugkeert. Armand was zijn kleinzoon en was de zoon van Eugène Anspach (1833-1890), gouverneur van de Belgische Nationale Bank en de neef van de Brusselse burgemeester Jules Anspach. Hij had een zoon, Paul Anspach (1882-1981) die magistraat en Olympisch kampioen schermen werd. Anspach-Puissant was trouwens medestichter van de Cercle d'Escrime in Brussel (1901)

Hij behaalde aan de ULB het diploma van doctor in de wijsbegeerte en letteren (1876) en van doctor in de rechten (1879). Hij werd advocaat aan de Balie van Brussel.

In 1886 werd Anspach verkozen tot liberaal volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Thuin. Vanaf 1888 was hij secretaris van de Kamer. Hij bleef volksvertegenwoordiger tot in april 1895. Van 1908 tot 1937 was hij gemeenteraadslid van Brussel.

Anspach-Puissant was voorzitter van de Société protectrice des enfants martyrs. Hij was op het punt van delinquente jongeren zeer actief in het parlement bij het tot stand komen van de Wet Lejeune.

Hij was ook een tijd voorzitter van de Moto Club de Belgique (1900-1903), maar nam ontslag toen in het blad van de vereniging artikels verschenen tegen de liberale Brusselse burgemeester Emile De Mot. Hij was ook erelid van de Ligue vélocipédique belge en sprak herhaaldelijk in de Kamer in het voordeel van de fietsers en voor de aanleg van afzonderlijke fietspaden. In de Brusselse gemeenteraad vroeg hij dat op de boulevards van de stad de verkeersagenten regelmatig het verkeer zouden stilleggen om aan voetgangers toe te laten naar de andere kant van de straat te stappen.

Hij was betrokken bij het bestuur van Congo Vrijstaat. Hij was auditeur bij de Hoge Raad voor de onafhankelijke staat Congo (1903-1908) en bij de Hoge Raad binnen het Ministerie van Kolonies (1908-1924). Verder was hij raadsheer bij de Hoven van Beroep en van Cassatie van het Ministerie van Kolonies (1920-1924). Hij was tevens voorzitter van de Cercle Colonial in Brussel en vicevoorzitter van de Office belge de Colonisation du Congo.

Hij was vrijmetselaar van de Brusselse loge Les Vrais Amis de l'Union et du Progrès Réunis binnen het Belgisch Groot Oosten, en werd er Achtbare Meester van. Hij was ook grootcommandeur in de Opperraad voor België van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus.Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij in Parijs Achtbare Meester van de Loge La Belgique.

Armand Anspach-PuissantprijsBewerken

Na zijn dood, maakte de weduwe Anspach-Puissant een bedrag van 5.000 fr. over aan het OCMW van Brussel, waarmee jaarlijks vier spaarboekjes met daarop 50 fr. moesten worden toegekend aan de meest verdienstelijke meisjes van de gemeenteschool nr. 5 in de Schaarbeekstraat.

LiteratuurBewerken

  • E. SEYDE, Armand Anspach Puissant, in : Biographie Coloniale Belge - Belgische Koloniale Biografie, Brussel, Koninklijk Belgisch Koloniaal Instituut, III, 1952, kol. 14-15
  • R. DEVULDERE, Biografisch repertorium der Belgische parlementairen, senatoren en volksvertegenwoordigers 1830 tot 1.8.1965, Gent, R.U.G. onuitgegeven licentiaatsverhandeling (sectie geschiedenis), 1965
  • Paul VAN MOLLE, Het Belgisch Parlement, 1894-1972, Antwerpen, 1972
  • P. LEGRAIN, Le Dictionnaire des Belges, Brussel, 1981
  • Jean-Luc DE PAEPE & Christiane RAINDORF-GERARD (red), Le Parlement Belge 1831-1894. Données Biographiques, Brussel, 1996
  • Stef CHRISTIAENSEN, Tussen klassieke en moderne criminele politiek, Brussel, 2004
  • Luc KEUNINGS, Les forces de l'ordre à Bruxelles au XIXe siècle, Données biographiques illustrées sur les officiers de la police, de la garde civique et de la gendarmerie (1830-1914), Brussel, Archives de la ville de Bruxelles, 2007
  • Donald WEBER, Automobilisering en de overheid in België voor 1940, licentiaatsverhandeling (onuitgegeven), Universiteit Gent, 2009

NotaBewerken

  1. Hij was zelf de zoon van de predikant Isaac Salomon Anspach, geboren in Schwabenheim in 1708, die van 1741 tot zijn dood in 1757 leefde in Genève, en van Françoise Leynadier ; de kleinzoon van Johann-Nicolaus Anspach (1664-1737), bakker in Schwabenheim ; de achterkleinzoon van Johann-Wilhelm Anspach, onderwijzer in Schwabenheim ; de achterachterkleinzoon van Johann Anspach, oud 74 jaar in 1681, afstammend uit de oudste familie van Schwabenheim. Te lezen : Madame Dolez, "Les Anspach d'Est en Ouest", in : Le Parchemin, 1985, no 240, bldz. 371-397 en Dr. Hans Jung, Pfalziche Familien und Wappenkunde, VII Jahrgang, Band 3, Heft 3.