Hoofdmenu openen

Argentijnse slangenhalsschildpad

schildpad uit de familie slangenhalsschildpadden

De Argentijnse slangenhalsschildpad[1] (Hydromedusa tectifera) behoort tot de familie slangenhalsschildpadden (Chelidae).[2] De soort werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Edward Drinker Cope in 1869.

Argentijnse slangenhalsschildpad
Hydromedusa tectifera.jpg
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Reptilia (Reptielen)
Orde:Testudines (Schildpadden)
Onderorde:Pleurodira (Halswenders)
Familie:Chelidae (Slangenhalsschildpadden)
Geslacht:Hydromedusa (Zuid-Amerikaanse slangenhalsschildpadden)
Soort
Hydromedusa tectifera
Cope, 1869
Afbeeldingen Argentijnse slangenhalsschildpad op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Argentijnse slangenhalsschildpad op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Herpetologie

Inhoud

Uiterlijke kenmerkenBewerken

Deze soort lijkt een beetje op de matamata (Chelus fimbriatus) vanwege het platte en soms wat puntige schild, maar heeft een veel langere nek en minder camouflerende huidflappen. De schildkleur is meestal bruin tot groenig en het plastron of buikschild is geel tot bruin. Langs de nek loopt aan iedere zijde een gelige flankstreep net onder het oog en de voorzijde van het rugschild lijkt iets te zijn uitgerekt om de nek te kunnen herbergen. De carapax- of schildlengte kan tot 30 centimeter bedragen, en de enige andere soort in het geslacht Hydromedusa is de Braziliaanse slangenhalsschildpad (Hydromedusa maximiliani), die maximaal 20 centimeter lang wordt en makkelijk is te onderscheiden.

VoorkomenBewerken

De soort komt voor in Brazilië, Uruguay, Paraguay en Argentinië, het verspreidingsgebied loopt tussen de kuststeden Rio de Janeiro en Montevideo en de grens landinwaarts is de rivier Paraná; de exemplaren die in Paraguay voorkomen leven in twee geïsoleerde populaties.

LevenswijzeBewerken

De Argentijnse slangenhalsschildpad is een echte vleeseter die aas, vissen, kreeftachtigen en amfibieën eet. De habitat bestaat uit ondergelopen weilanden, moerassen, rivierarmen en 'natte' plantenkwekerijen zoals rijstvelden maar een modderbodem en ondiep water zijn geliefd. De schildpad kan de nek niet volledig in het schild bergen, en behoort tot de halswenders (Pleurodira), het dier vouwt de nek en kop onder de schildrand in rust of bij predatie.

Externe linkBewerken

BronvermeldingBewerken